Hoofdcommentaar

Voortpolderen

Geen beschouwing over de politiek kan voorbijgaan zonder de woorden ‘nieuw elan’, ‘daadkracht’ of ‘leiderschap’. Niet vreemd dus dat het regeerakkoord van het nu op korte termijn te beëdigen kabinet-Balkenende IV van cda, pvda en ChristenUnie daarop zal worden beoordeeld.

Getuigt het van daadkracht om als kersvers kabinet over de inhoud van belangrijk, nieuw beleid eerst de spreekwoordelijke polder in te duiken voor overleg met het maatschappelijke middenveld? Ja, zullen de sociale partners, het onderwijsveld en al die andere velden zeggen, want zonder draagvlak in de samenleving komt van dat beleid anders toch niks terecht. Nee, is het ook te voorziene antwoord van oppositiepartij vvd: de politiek moet haar eigen verantwoordelijkheid nemen, anders komt er niks van de grond.

Feit is dat het nieuwe kabinet terugkeert naar de polder. Nog geen drie jaar geleden vond het kabinet-Balkenende II een volgestouwd en joelend Museumplein tegenover zich dat onder aanvoering van de vakbonden demonstreerde tegen de hervormingsmaatregelen in de vut en het prepensioen. Die maatregelen hadden geen goedkeurend stempel van de Sociaal Economische Raad gekregen, maar werden toch doorgezet.

Ook de pvda, toen oppositiepartij, demonstreerde op dat plein. Ruim tien jaar daarvoor werd echter binnen de pvda flink gefoeterd en geklaagd over de stroperigheid van het poldermodel. De sociaal-democraten zaten toen overigens wel in de regering, samen met het cda. Menig initiatief bleef in de modder van die polder steken, was de klacht. Datzelfde poldermodel bleek vervolgens enkele jaren later ineens een van Nederlands bekendste exportartikelen te zijn. pvda-premier Kok liet zich de toegewuifde lof graag welgevallen.

Zo is in nog geen vijftien jaar tijd het poldermodel verguisd en aanbeden, gebruikt en gemeden, en wordt het nu dus in ere hersteld. Maar wat zal het zijn: draagvlak of drijfzand?

Interessant voor de polder wordt de aangekondigde aow-maatregel. De vakbonden liepen er direct tegen te hoop. Wie na 2011 niet tot zijn 65ste blijft werken, moet gaan meebetalen aan de kosten van de vergrijzing. Het zou later wel eens de belangrijkste maatregel kunnen blijken te zijn geweest. Wie is geboren in 1946 kon soms nog op zijn 57ste met de vut; wie drie jaar jonger is, moet acht jaar langer doorwerken om niet te worden beboet. Of de ingreep doel treft, zal afhangen van de werkelijke mogelijkheid om als oudere aan het werk te blijven. Want de ouderen kunnen zelf wel willen, vooralsnog zijn werkgevers, óók de overheid, erg happig op het lozen van juist die groep werknemers.

Terug van weggeweest in het nieuwe kabinetsbeleid is ook de gesubsidieerde baan. Die werd in de jaren negentig ingevoerd door toenmalig pvda-minister Melkert om werklozen een opstap te bieden naar een gewone baan, maar enkele jaren geleden afgeschaft omdat er van die doorstroom geen sprake was. Op de aantrekkende arbeidsmarkt zijn nu weer vele vacatures, maar er zijn ook veel werklozen. Vraag en aanbod passen niet op elkaar. De werklozen zijn te laag opgeleid of gedeeltelijk arbeidsongeschikt en blijkbaar niet interessant voor de werkgever als hij daar het gewone loon voor moet betalen. Getuigt het dan van nieuw elan om deze potentiële werknemers te behoeden voor een werkloos leven door ze opnieuw goedkoper te maken door hun banen te subsidiëren? Niet als degenen die door willen stromen er weer de gevangenen van worden. Ook niet als er niet eerlijk bij wordt gezegd dat het mogelijk de opmaat is naar het verlagen van het minimumloon en dus het blijvend afwaarderen van de arbeidsinspanningen van een groep werknemers.

Een aha-erlebnis is ook de aandacht voor het milieu. Begin jaren tachtig was vvd-minister Winsemius de eerste die Milieubeheer in zijn portefeuille kreeg, maar nog maar een paar jaar geleden werd het onderwerp slechts een staatssecretaris waardig geacht. Nu dus weer een minister, die bovendien een som geld voor extra beleid meekrijgt. Maar is 850 miljoen euro voldoende? Omgerekend is dat tien miljoen per centimeter verwachte zeespiegelstijging.

Geld uittrekken is bovendien niet synoniem aan daadkracht. Milieubeleid draait veelal om gedragsbeïnvloeding. Durft deze regering ons aan te pakken op ons energieverslindende gedrag? Al in 1989 viel het toenmalige kabinet-Lubbers II over de voor het milieu belangrijk geachte afschaffing van het reiskostenforfait voor forensen per auto. Sindsdien wordt over rekeningrijden en tolpoortjes vooral gepraat, maar is het nog nooit tot daden gekomen. Altijd lag in de polder wel een middenveld dwars en durfde de politiek geen knoop door te hakken.

Ook de aanpak van de probleemwijken doet denken aan eind jaren tachtig. Ten tijde van het cda/pvda-kabinet (1989-1994) heette dat sociale vernieuwing en kwam er niet veel van terecht. Nu is gekozen voor de term sociale samenhang. En waar zal het extra miljard voor beter onderwijs dit keer terechtkomen? Weer bij onderwijsmanagers en adviseurs?

Ook al eerder gehoord is de wens om te bezuinigen op ambtenaren. Al in de jaren tachtig was het credo ‘minder maar beter’. Eerst zien, dan geloven, lijkt daarom de gepaste reactie. Van minder ministers, zoals de pvda wilde, is het in ieder geval niet gekomen. Het zijn er net als in Balkenende II weer zestien, met als verdeling: cda acht, pvda zes en ChristenUnie twee.

De pvda levert gezien de getalsverhoudingen een eigen ministerspost in ter wille van de veel kleinere cu. Daarvoor in ruil zullen de sociaal-democraten zware posten eisen met onderwerpen waarmee ze de 25 man tellende sp-fractie de wind uit de zeilen kunnen nemen, zoals werk, probleemwijken en volksgezondheid. Dit spel om aantal en zwaarte van de posten is als vanouds. Zoals ook het besluit van cda-minister Joop Wijn om uit de politiek te stappen een bekend teken aan de wand is en interne partijstrubbelingen verraadt.

Zo zal deze nieuwe coalitie de komende vier jaar voortpolderen. De kracht zal afhangen van wat er daadwerkelijk uit haar handen komt, die is niet af te leiden uit woorden alleen.

Medium reactie

.

Ik ben voor: eerst geloven dan zien. Een nieuwe situatie tegemoet treden vanuit benieuwdheid, interesse, betrokkenheid, en daarna pas oog hebben voor de problemen die ongetwijfeld gaan komen. En die problemen kan je dan vanuit betrokkenheid makkelijker relativeren, plaatsen en (eventueel) oplossen, omdat je hebt gekozen om er samen uit te komen. Er is commitment.

Polderen is zoeken naar betrokkenheid van belanghebbende partijen. Uitgaan van een gezamenlijke leefwereld.

Wat mij ergert aan de zogenaamd realistisch/kritische benadering is dat er gekeken, gepraat en gedacht wordt vanuit wantrouwen (= angst voor alles wat er kan misgaan). Ik denk dat contact maken vanuit vertrouwen een stuk effectiever en realistischer is - mits je als maatschappij met elkaar verder wil - dan van tevoren controle (te willen) hebben over alle mogelijke problemen. Problemen liggen in de toekomst en zijn altijd anders dan gedacht. Je lost ze op als ze komen, niet van tevoren.

Kortom: poldermodel is welkom, want het gaat om overleg, om contact maken met belanghebbende partijen.

Concreet over het polderen (smeden) van dhr Wijffels: hij heeft gewerkt aan het concrete probleem dat tussen de drie mannen bestond, namelijk wantrouwen. Al mijn kennis zegt dat vertrouwen niet ontstaat door alleen inhoudelijk met elkaar te praten, maar vooral door het scheppen van een band.
Laat mensen als Wijffels alsjeblieft doorgaan met banden smeden. En laten we dat in de maatschappij ook weer gaan doen, dan weten we tenminste voor wie we alle moeite doen.

REACTIE: Johan Olie, vrijdag 9 februari 2007

……………………………………………………………………………………………………………………..