Op vakantie van het mens-zijn

Vooruit met de geit

Hoe zou het zijn om als dier door het leven te gaan? Thomas Thwaites ondernam een poging als geit. Het bleek zwaarder dan gedacht.

Medium 1 20cover 20no 20text

Thomas Thwaites oogt typisch als een stedelijke dertiger: getrimd baardje, gekleurde Nike-sportschoenen, rugzak met daarin een MacBook. Er is weinig aan hem dat doet vermoeden dat hij de vorige zomer doorbracht als een geit. Nu heeft de moderne mens verschillende manieren waarop hij tijdelijk probeert te ontsnappen aan het jachtige bestaan van werk, familie en vrienden en WhatsApp. Een wekelijke yogasessie bijvoorbeeld, of een paar weken op de camping zonder wifi, of de roes op een muziekfestival. Maar Thwaites, een ontwerper uit Londen, besloot het anders te doen. Hij wilde ‘op vakantie van het mens-zijn’. En dus hees hij zich in een zelf ontworpen geitenpak en sloot zich aan bij een kudde geiten in de Zwitserse Alpen.

Het begon op een kille lentedag waarop Thwaites zijn leven overdacht. Hij was op dat moment 33, een leeftijd waarop fundamentele levenskeuzes niet langer kunnen worden uitgesteld tot in een abstracte toekomst. Thwaites kon flink wat zegeningen tellen. Zijn carrière als ontwerper was succesvol van start gegaan. Zijn werk was gekocht door het Victoria and Albert Museum. Hij had gestudeerd, gereisd en had een leuke vriendin. Tegelijk waren er zorgen. Als freelancer leefde Thwaites in de permanente onzekerheid waar zijn volgende opdracht vandaan zou komen. Hij had moeite een fatsoenlijke woning te vinden in de volslagen overspannen huizenmarkt van de Engelse hoofdstad. En wellicht zou het niet lang meer duren voordat hij verantwoordelijkheid zou dragen voor een gezin.

Thwaites’ metgezel die tijdens deze overpeinzingen aan zijn voeten zat, leek vrij van dit soort beslommeringen. Noggin, de hond van zijn nichtje waarop hij die week paste – zonder negen-tot-vijfbaan had Thwaites toch alle tijd om het dier uit te laten – werd plotseling een object van jaloezie: mensen en dieren lijken in veel opzichten op elkaar. Ze eten, slapen en planten zich voort. Maar je zorgen maken over de toekomst is iets wat aan de mens is voorbehouden. De mentale horizon van een hond als Noggin strekt zich tot hooguit de volgende paar momenten uit, concludeerde Thwaites. En daarmee nestelde zich een diep verlangen in hem: zou het niet heerlijk zijn om als zorgeloos dier door het leven te gaan, al is het maar voor even?

Nu was Thwaites niet de eerste die deze wens koesterde. ‘The air pollution is a-fucking up my eyes/ I want to get out of this city alive and make like an apeman’ zong de Britse band The Kinks in hun hit Apeman uit 1970. Dat het dierenbestaan op een of andere manier puurder is, vormt de basis voor klassieke verhalen, van Rudyard Kiplings The Jungle Book tot Tarzan of the Apes van Edgar Rice Burroughs (beide, veelzeggend genoeg, nu in de bioscoop te zien in een nieuwe filmbewerking). Er bestaat een subcultuur van mensen die een fetisj hebben om zich als hond te gedragen, ketting, mand en voederbak incluis. Tijdens zijn vooronderzoek kwam Thwaites tot de ontdekking dat het oudste figuratieve kunstwerk ooit gevonden de Löwenmensch is, een veertigduizend jaar oude ivoren sculptuur van een mens met een leeuwenkop.

Tegelijk heeft een mens die beest wordt iets sinisters. Denk aan de arme Gregor Samsa uit Kafka’s De gedaanteverwisseling, die wakker wordt als een gigantisch insect, met als gevolg radeloze ouders die opgelucht zijn wanneer Gregor sterft. Of aan de jager Aktaioon die, zoals de Griekse mythe gaat, wordt omgetoverd tot hert, en leert wat het is om prooi te zijn. In The Granton Star Cause, een kort verhaal van de Schotse schrijver Irvine Welsh, transformeert God de niksnut Boab tot, letterlijk, een fly on the wall. Als rondzoemende vlieg ziet hij dingen die hij liever niet had gezien (het intieme leven van zijn ouders in alle details). Een welgemikte slag met een opgerolde krant maakt een eind aan Boabs leven.

Thwaites’ missie om een geit te worden is gelukkig beter afgelopen. Hij overleefde het geitenbestaan, zoals onomstotelijk vaststaat wanneer ik hem de hand schud in het café van de Wellcome Trust, een instituut dat onderzoek doet naar de gezondheid van mens en dier en Thwaites een subsidie gaf om zijn droom te verwezenlijken.

Achter de geitenman blijkt een innemend persoon schuil te gaan die het midden houdt tussen een Victoriaanse gentleman-scientist en een figuur uit Monty Python. Thwaites, in een geel T-shirt en gele korte broek, heeft een prettig gevoel voor het absurde en kan vertellen over zijn project met behulp van de filosofische canon. Het aanvankelijke plan was om een olifant te worden en, Hannibal-stijl, de Alpen over te steken, vertelt hij. ‘Een olifant was het eerste dat bij me opkwam als voorbeeld van een wezen dat vrij en zorgeloos door de natuur wandelt. Maar in de praktijk bleek dat ingewikkeld. Een bewegend exoskelet dat even groot en sterk is als een echte olifant, daar is een hoop kracht voor nodig. En dus zou ik een motor moeten maken om het ontwerp aan te drijven. Maar ik was op zoek naar rust en zorgeloosheid. Herrie en nadenken over voldoende brandstof paste daar niet bij. En het is erg lastig een werkende slurf te maken.’

Er bleken ook psychologische bezwaren te kleven aan Thwaites’ aanvankelijke keuze. Olifanten staan bekend als gevoelige wezens. Ze waken bij hun overleden soortgenoten en bedekken een olifantenlijk soms met takken en bladeren. Ze keren terug naar de plek waar een andere olifant is gestorven en als ze het karkas van een soortgenoot tegenkomen staan ze daar soms langdurig bij stil. Mogelijk begrijpen ze wat sterfelijkheid is. Bovendien kunnen ze lijden aan verdriet, depressie en persoonlijkheidsstoornissen, net als mensen. Olifanten zijn te intelligent en complex om zich te lenen voor een zorgeloos bestaan, concludeerde Thwaites.

Sommige geiten konden opzettelijk mank lopen, een truc om aan de experimenten te ontsnappen

En dus werd het een geit, op aanraden van een sjamaan bij wie Thwaites op bezoek ging, in het kader van wat vooronderzoek. Zij adviseerde hem een dier te kiezen dat dicht bij hem stond. Dankzij de woorden van de sjamaan dacht Thwaites terug aan het moment waarop hij als kind probeerde het blad van een kamerplant te eten zonder zijn handen te gebruiken. ‘Ik herinner me hoe ik met mijn tanden aan de tak trok, hoe de stam weerstand bood, hoe de bladeren ritselden’, schrijft Thwaites in zijn boek GoatMan: How I Took a Holiday from Being Human, waarin hij verslag doet van zijn poging geit te zijn.

Begrijpen hoe een geit in elkaar steekt, zowel fysiek als mentaal, is geen sinecure. Voordat Thwaites aan zijn metamorfose kon beginnen maakte hij daarom een ronde langs wetenschappers. Een aantal geijkte opvattingen sneuvelden. Geiten staan erom bekend dat ze alles eten, maar in werkelijkheid zijn het kieskeurige beesten, zo bleek. Dat ze overal hun tanden in zetten komt doordat geiten hun lippen gebruiken zoals wij onze handen: als tastorganen. Een autopsie op een dode geit leerde dat de verschillende lichaamsdelen van dit dier losjes met weefsel aan elkaar vast zitten. Daarom kan een geit van een bergrichel springen en de klap opvangen met zijn lichaam. Een mens zou al zijn gewrichten breken.

En hoewel de reputatie van geiten niet in de buurt komt van die van olifanten, dolfijnen en chimpansees bleken deze herkauwers toch ook slimmer dan vaak wordt verondersteld. Niet ver van waar Thwaites woont bevindt zich Buttercups, een opvang voor mishandelde en getraumatiseerde geiten. Een aantal van hen kwam van de marine, waar ze werden gebruikt voor testen in een hogedrukkamer. Alleen gezonde exemplaren kwamen daarvoor in aanmerking. Sommige van deze geiten konden opzettelijk mank lopen, een truc die ze hadden geleerd om aan de experimenten te ontsnappen, volgens de eigenaar van Buttercups. Op een gegeven moment moest hij ook de vergrendeling van de stallen vervangen omdat de geiten die wisten open te maken.

Medium 2 20goat18 thomas thwaites photo tim bowditch

Thwaites’ zoektocht leverde ook geruststellingen op. Potentieel zeer ongemakkelijke situaties bleken vermijdbaar omdat geiten en bokken in gescheiden kuddes leven, en elkaar slechts één maand per jaar opzoeken om te paren. Als Thwaites zich net daarna bij een groep geiten zou voegen, hoefde hij geen rekening te houden met de biologische driften van zijn uitverkozen diersoort. En hoewel, zoals hij schrijft in GoatMan, de deuren van bepaalde avant-garde-galerieën ongetwijfeld waren opengegaan wanneer hij als kunstenaar de betekenis van vleselijke relaties met een geit had onderzocht, was Thwaites (en ook zijn vriendin) opgelucht dat hij voor dit project niet all the way hoefde te gaan.

Voedsel was wel een probleem. Om zo dicht mogelijk bij de echte geitenervaring te komen wilde Thwaites ook eten wat geiten eten. Nu hebben deze dieren een ingewikkeld verteringsstelsel met vier magen, waaronder een voormaag waarin een speciale cultuur van micro-organismen enzymen produceert die cellulose in planten afbreekt zodat ze kunnen worden omgezet in voedzame suikers. In de mensenmaag ontbreken de juiste microben en dus kunnen wij geen gras en bladeren verteren. Thwaites wist dit probleem te omzeilen door een kunstmatige voormaag te maken, die om zijn lichaam te binden, en gekauwd gras daarin te spugen. Door de pulp vervolgens te koken kwamen de suikers vrij. Niet perfect, maar een aardige benadering van een geitendieet.

Ten slotte stuitte Thwaites op een filosofische traditie. In 1974 publiceerde Thomas Nagel een beroemd essay getiteld What Is It Like to Be a Bat?, waarin hij het menselijk bewustzijn onderzoekt. Door de vleermuis te kiezen maakt deze filosoof het zich lastiger dan Thwaites, maar de vraag die beide Thomassen oproepen is dezelfde: kun je je als mens echt in een ander wezen verplaatsen? Natuurlijk, we kunnen proberen ons voor te stellen hoe het voelt om op de kop te hangen, door de lucht te zweven en te happen naar insecten, maar daarmee ervaren we nog niet wat het betekent om een vleermuis te zijn. De menselijke fantasie is oneindig, maar blijft wel slechts dat: een menselijke fantasie.

En stel nu dat vleermuizen over geen enkel, of een zeer beperkt voorstellingsvermogen beschikken. Om zich echt in een vleermuis te verplaatsen, moet een mens zich dan voorstellen hoe het is om zich niks te kunnen voorstellen. Het denken loopt op deze manier hopeloos vast. Uiteindelijk betoogt Nagel dat een individueel mens vastzit in zijn eigen menselijke bewustzijn, dat weer gebonden is aan een specifiek lichaam.

‘Ik kwam er niet meer aan toe om mijn haar te laten groeien en aan elkaar te plakken tot stevige hoorns’

Thomas Nagel indachtig besloot Thwaites zijn lichaam op zijn beurt weer op te sluiten in een geitenkeurslijf. Met hulp van een prothese-expert maakte hij voor- en achterpoten die zijn lichaam in de juiste hoek dwongen om zo de tred van een geit na te bootsen. Met een helm die hem het aangezicht van een geit moest geven, was de uiterlijke transformatie compleet. Al moesten ook hier concessies worden gedaan, vertelt Thwaites: ‘Ik kwam er niet meer aan toe om mijn haar te laten groeien en aan elkaar te plakken tot stevige hoorns.’ Hetzelfde gold voor zijn idee om het geitenbrein na te bootsen. Het plan om met elektrische schokken een deel van zijn hersenen uit te schakelen bleek te riskant.

Pogingen van de mens zich in een dier te verplaatsen zijn kortom altijd onvolledig, maar dat betekent nog niet dat het zinloos is om te proberen de grenzen van je eigen soort te overschrijden. In elk geval kan het begrip kweken voor de miljoenen andere levensvormen die de aarde bevolken, meent Thwaites. ‘Dat was een van de vragen die ik wilde onderzoeken: wat is de positie van de mens in de wereld? En zonder dat de bekering tot het veganisme per se noodzakelijk is, daagt dit ons uit om meer in andere wezens te zien dan voedsel, grondstof of huis-kameraad.’

Dat we minder rigide moeten zijn als het gaat om de grens tussen mens en dier lijkt een idee waarvoor de tijd meer dan rijp is. Thwaites viel bijna van zijn stoel van verbazing toen hij hoorde dat terwijl hij een geit probeerde te worden iemand anders een burcht had gegraven om zich te wagen aan het leven als das. Samen met zijn zoon at Charles Foster wormen, schuifelde hij in het donker door het bos en sliep hij wekenlang ondergronds. En dat niet alleen, deze schrijver, dierenarts, advocaat en avonturier uit Oxford, had de wereld ook beleefd vanuit het perspectief van een otter, een vos, een hert en een gierzwaluw. Onlangs verscheen Fosters boek over die ervaringen, Being a Beast: Adventures across the Species Divide.

De menselijke avonturen in dierenland blijven bovendien niet beperkt tot wat er loopt en kruipt. Over hoe de kiwi door de lage begroeiing tript, de nachtegaal zingt en de zwaluw met meer dan honderd kilometer per uur door het luchtruim scheert, schreef zoöloog Tim Birkhead in 2012 Bird Sense: What It’s Like to Be a Bird. Het innerlijke leven van onderwaterwezens is het onderwerp van What a Fish Knows: The Inner Lives of Our Underwater Cousins van etholoog Jonathan Balcombe. Te land, ter zee en in de lucht, de conclusie is telkens dat het dierenleven vele malen complexer, fijnzinniger, ja menselijker is dan wij homo sapiens gemakzuchtig aannemen. Op die manier wordt het ‘speciesisme’, de overtuiging dat de mens boven de dieren staat, langzaam uitgehold.

In september 2015 brak het moment aan voor Thomas Thwaites om tijdelijk afscheid te nemen van zijn bestaan als mens. Met het geitenpak gereed en de kunstmaag werkend vertrok hij naar Zwitserland. De belofte in zijn oorspronkelijke onderzoeksvoorstel moest zo veel mogelijk worden gehouden. Hij zou dan weliswaar niet als olifant de Alpen oversteken, een geit kon die reis ook prima ondernemen. In een dorpje hoog in de bergen ontmoette hij Sepp, die samen met zijn vrouw Rita geiten houdt en kaas maakt. Met hún kudde kon Thwaites in de stal slapen en samen optrekken om zo, vrij van dagelijkse beslommeringen, ‘in het moment’ te verkeren. ‘Eindelijk leefde ik het geitenleven’, blikt Thwaites terug. ‘Al bestond dat vooral uit rondlopen en grazen.’

Er waren opnieuw ontdekkingen. Hij sloot vriendschap met één specifieke geit (althans, daar leek het op). Hij trok de aandacht van de kudde door onoplettend het hoogst te klimmen van iedereen, iets dat eigenlijk is voorbehouden aan het dominante lid van de groep. ‘Het was als een moment in een western, waarop de hele saloon stilvalt omdat de nieuwkomer een ongeschreven regel heeft overtreden’, aldus Thwaites. Het geitendieet bleek verrassender dan verwacht. Elke soort gras had zijn eigen specifieke smaak. Blauw-groen gras is bitter, fel groen gras wat zoeter. (Dassenman Charles Foster kwam tot een dergelijk inzicht. Hij meende terroir te herkennen in regenwormen afkomstig uit verschillende streken.)

En er waren tegenslagen. De echte geiten liepen vele malen sneller over het moeilijke terrein. Thwaites kon ze nauwelijks bijhouden. Zijn nek was te kort, dus om bij het gras te komen moest hij door zijn voorpoten zakken, terwijl zijn nieuwe vrienden gewoon rechtop bleven staan. Lopen op zijn protheses was doodvermoeiend en als gelegenheidsgeit, zonder harig, warm vel had hij het steenkoud. Fundamenteel inzicht kwam uiteindelijk van een medemens. ‘Je komt uit de stad’, zei Sepp de geitenhouder tegen Thwaites toen die zijn verzoek aan hem had uitgelegd. ‘Daarom ben je gek. Hierboven hebben we zulke rare plannen niet nodig.’


Thomas Thwaites, GoatMan: How I Took a Holiday from Being Human (Princeton Architectural Press)

Beeld: (1) Lopen op zijn protheses was doodvermoeiend en zonder warm vel had hij het steenkoud (Tim Bowditch); (2) ‘Dit daagt ons uit om meer in andere wezens te zien dan voedsel, grondstof, of huis-kameraad’ (Tim Bowditch)