Vooruitgang

Waarom fotograferen mensen wat ze in het museum zien? Waarom drinken mensen sojamelk?

Lang zijn heeft zijn nadelen, maar je kunt tenminste over fotograferende mensen in musea heen kijken. Als je wat kleiner bent, moet je in de rij en dat is knap frustrerend, tenzij je zelf tot de fotograferende horde behoort. Vroeger lachten we om Japanners en Amerikanen die met een camera voor hun hoofd door het Oude Europa trokken en thuis pas zagen waar ze geweest waren. Nu zijn we zelf zo.

Waarom fotograferen mensen wat ze in het museum zien?

‘Om het thuis nog eens te bekijken’, suggereerde een kennis. Ik geloof dat niet. Volgens mij verdwijnen die foto’s in de digitale diepten van iPhones en Samsungs en zien ze hooguit nog een keer het daglicht als mensen vragen hoe het weekeinde was. ‘Naar het museum geweest’, zeg je dan en aan de hand van een plaatje in de telefoon kun je bewijzen dat echt wel cultureel angehaucht bent. Ik zou graag een stevig onderzoek naar dat verschijnsel willen lezen. Ik zou ook een verbod willen, maar dat is een andere kwestie.

Mijn beste vriend is fotograaf en volgens hem is het een kwestie van zien en kijken en doen mensen het eerste wel en het laatste niet. Ik geloof dat onmiddellijk, maar het massale karakter van het verschijnsel wordt daarmee niet verklaard. ‘Vroeger’, zei ik, ‘schreven mensen “Kilroy was here” op ANWB-paddenstoelen.’ Mijn punt: al dat gefotografeer is misschien ook een soort merkteken. ‘Ik ben hier geweest’, zei ik, ‘daar gaat het om.’ Waarop hij antwoordde dat je niets achterlaat als je fotografeert, maar iets meeneemt en ik weer zei dat het om de markering ging, dus dat je in het geval van kunst fotograferen in musea iets onstoffelijks, iets virtueels achterlaat: daar was ik en op die foto zal ik daar altijd zijn. Omdat het te veel op Franse filosofie begon te lijken, gingen we over op de sojamelk-kwestie, want mijn beste vriend had zich eerder laten ontvallen dat hij zijn cappuccino tegenwoordig met sojamelk dronk.

‘Ik wil gewoon minder zuivel gebruiken’, zei hij.

‘Wat is er mis met zuivel? Of is het politiek-correcte zelf-flagellatie?’

Waarop hij erkende dat hij natuurlijk een calvinist was – ‘net als jij, trouwens’ – maar dat je met je zuivelconsumptie de vleesindustrie in stand houdt.

‘Jij bent een masochistische calvinist’, zei ik. ‘Er is een speciaal plekje in de hemel voor jou waar het altijd regent.’

Wij weten het niet beter dan andere dieren. Anders was het niet zo’n zootje

Wat is er gebeurd met de wereld dat het lijkt of geen enkele vorm van menselijk bestaan nog goedkeuring kan wegdragen? Het lijkt wel of we van het ene op het andere moment van de kroon op de schepping zijn gedegradeerd tot het uitschot van de evolutie. We mogen geen vlees eten (wat ik trouwens ook niet doe), want dat is moord, maar als een leeuw een antilope neerhaalt is dat ‘de natuur’.

Wij zijn blijkbaar een ander soort natuur, een hoogstaande vorm die niet mag wat andere dieren wel mogen: door mooie natuurgebieden lopen, een haas schieten en opeten, onze stempel op de aarde drukken. Bevers knagen bomen om en bouwen dammen waardoor de ecologie van hele gebieden wordt verstoord, maar als de buurman een door hemzelf aangeplante boom omhakt gaan we naar de politie. Op de een of andere kromme manier zijn we dan toch weer de kroon op de schepping, want wij moeten het beter weten dan de andere dieren. En ik denk niet dat wij het beter weten. Anders was het niet zo’n zootje. Wij zijn beterwetende bevers.

‘De evolutie van de mens’, zei ik tegen mijn vriend de fotograaf, ‘is in een stroomversnelling gekomen door zuivel te eten en granen te cultiveren.’

‘En kijk eens wat dat heeft opgeleverd’, zei hij.

Wat een waarheid als een bever is.

Ik had de telefoon nog niet neergelegd (hoorn, wilde ik zeggen), of Apple toonde de wereld drie nieuwe iPhones, een van 800 euro, een van dik 1100 en tot slot een van meer dan 1200 euro. De verschillen met de vorige modellen zijn minimaal. Eigenlijk is vooral de camera verbeterd. De duurste modellen hebben drie lenzen, waarvan een tele.

De mobiele telefoon gaat de weg van het scheermes. Dat beschikt inmiddels over vijf scheerbladen, strips met glijmiddel en boven en onder plastic (!) kapjes die de huid moeten beschermen. Ik heb niet kunnen uitmaken of die orgie van mesjes en bladen beter scheert, maar misschien gaat het daar niet om en moet ik het zien als een vorm van mechanische homeopathie. Net als de mobiele telefoon, trouwens. Die heeft het barokstadium bereikt. Verbeteringen zijn vooral overdadige versiering die veel suggereert maar weinig praktisch nut heeft. Ik schat dat de meeste mensen net zoveel mogelijkheden van hun telefoon gebruiken als van hun hersencapaciteit. Zeg maar: twintig procent.

De website waarop Apple de nieuwe telefoons presenteert is een orgie van veel te mooie foto’s en kromme taal. ‘Fotografeer vanuit kikvorsperspectief voor foto’s met een krachtige en heroische uitstraling.’ ‘De groothoekcamera zorgt voor een kunstig perspectief wanneer je dichtbij staat.’ ‘Met een ruimer beeldformaat maak je weidsere foto’s dan ooit tevoren.’

Zo ziet vooruitgang eruit: weidser, kunstig en heroïsch.