Vooruitgeschoven grenzen

Het laatste nieuws uit Syrië: 270.000 mensen zijn op de vlucht voor opgelaaid geweld sinds het leger van de Syrische president Bashar al-Assad vorige maand een offensief is begonnen om regio’s terug te veroveren op rebellen. De VN spreken van een mogelijke humanitaire ramp.

Iets verderop in Brussel spraken ondertussen de Europese regeringsleiders op de EU-migratietop over het opzetten van gesloten opvangcentra, zowel in lidstaten als in Noord-Afrikaanse landen, waar ‘irreguliere migranten’ van ‘echte’ vluchtelingen moeten worden onderscheiden. Eerder al waren ze het erover eens dat de bewaking aan de buitengrenzen wordt versterkt en het EU-agentschap Frontex verder wordt uitgebreid. De Europese leiders benadrukten het succes van het migratiebeleid: in een tijd dat het aantal vluchtelingen wereldwijd is gegroeid naar 68,5 miljoen, zoals het net verschenen Global Trends-rapport van de unhcr laat zien, hebben slechts 45.314 migranten en vluchtelingen in 2018 de Europese kust bereikt – 95 procent minder dan in de piek van 2015. Tussen de vijfhonderd miljoen inwoners van de EU moet je ze met een vergrootglas zoeken.

Er lijkt dus wel een strijd gaande tussen conservatieve en progressieve krachten binnen Europa, maar in feite is de conservatieve lijn, die de grenzen wil sluiten en asielzoekers en migranten wil weren, allang de winnaar. De bewaking van de Europese buitengrens wordt al steeds meer in Noord-Afrika uitgevoerd. Spanje doet dit al sinds 2006, en werkt daarvoor intensief samen met onder andere Marokko en Senegal. ‘You have to prevent them leaving, you can’t wait for them to arrive’, zei een commandant van de Guardia Civil ooit tegen een onderzoeker over dit idee van ‘La frontera avanzada’ – de vooruitgeschoven grens. Dat was volgens de commandant de ideale operatie en het is ook al jaren het motto van Frontex en het EU-beleid.

Zo vallen de doden minder in zee, maar meer in de woestijn

Als de EU-grens vooruitschuift, is het best logisch dat ook de asielpoort verschuift en je vluchtelingen de gelegenheid geeft bij ‘hotspots’ asiel aan te vragen. Het zou ook een einde maken aan de paradox dat vluchtelingen wel recht hebben op asiel in Europa, maar eerst hun leven moeten wagen om het te bereiken. Maar de grote vraag is natuurlijk hoe die gesloten opvangcentra worden ingericht. Hoe zorg je dat de procedure gebeurt volgens de waarden en internationale verdragen die de EU zelf propageert? De regeringsleiders benadrukten al na de top dat deze ‘disembarkation platforms’ geen pull factor moeten creëren. Het risico is immers dat die opvangkampen vergelijkbaar worden met de Spaanse enclaves Melilla en Ceuta in Marokko, plukjes Europa op Afrikaans grondgebied, omringd door metershoge hekken met scheermessenprikkeldraad. De Spaanse druk op de Marokkaanse grenspolitie om alle migranten rond de enclaves tegen te houden, is groot. Gevolg is dat migranten, aldus Amnesty International in het rapport Fear and Fences uit 2015, er te maken hebben met excessief geweld, onmenselijke behandelingen en push backs. De Marokkaanse grenspolitie zorgt er bovendien, in samenspraak met Spanje, voor dat vrijwel niemand het loket om asiel aan te vragen in een van beide plaatsen kan benaderen.

Tot zover de Europese waarden. Het gevaar van deze vooruitgeschoven Europese asielgrens is dat het effect van het beleid zich steeds meer onttrekt aan het gezichtsveld. Zo vallen de doden dan minder in zee, maar meer in de woestijn. De echte uitdaging voor de Europese leiders ligt in het behoud van EU-waardigheid, van menselijkheid.