EDNA O'BRIEN, SAINTS AND SINNERS

Voorwaardelijk weg uit Ierland

Edna O'Brien, Saints and Sinners, € 20,20

Wat hebben James Joyce, Samuel Beckett, Edna O'Brien en vele andere Ierse schrijvers gemeen? Ze vertrokken uit Ierland, maar het land vertrok niet uit hen.
Edna O'Brien (1930) heeft in haar autobiografische boek Mother Ireland (1976) in scherpe bewoordingen geschreven over haar eigen beweegredenen om in ballingschap te gaan. Voor haar is het land altijd een vrouw, een baarmoeder, een grot, een koe en een bruid geweest. O'Brien, geboren in het landelijke West-Ierland, zei in een onbewaakt ogenblik tegen een non-lerares in het pensionaat/klooster dat non haar roeping was. Maar het waren de letteren die haar ten slotte verleidden. Waarom? Omdat die verhalen - te beginnen met een Joyce-bloemlezing, samengesteld door T.S. Eliot - haaks stonden op de realiteit. Of zoals het in het verhaal ‘My Two Mothers’ in haar recente bundel Saints and Sinners staat dat literatuur 'de enige alchemie’ is. Voltaire formuleerde het voor haar (de schrijvende ik-figuur) het treffendst toen hij de illusie de 'koningin van het menselijke hart’ noemde. 'My Two Mothers’ vertelt over een botsing tussen moeder en dochter. De eerste ziet in bijna alle literatuur een voorbode van zonde en verdoemenis. Geen wonder dat O'Briens debuut De buitenmeisjes (1960) - over de ontsnapping van twee Ierse plattelandsmeisjes aan de verstikkende religieuze en seksuele moraal - botste op die bekrompen artistieke visie, die wijdverbreid was in Moeder Ierland.
Maar waarom het vaderland en het moederland ontvluchten? In het slothoofdstuk van Mother Ireland legt O'Brien dat haarscherp uit: 'Omdat wij (de ballingen - gb) er anders over durven te denken. Omdat wij de psychologische verstikking vrezen. Maar weggaan is slechts voorwaardelijk. Wie je bent gruwt van degene die je zou willen zijn.’ Voor haar is Ierland niet alleen een bestaand en een verdeeld land maar ook een geestestoestand. O'Brien vertrok niet naar Londen uit haat maar om het Ierse erfgoed te kunnen blijven voelen, om terug te kunnen keren naar 'de radicale onschuld van het moment vlak voor de geboorte’. Die onschuld, die zij ook in Beckett herkende als ze hem in Parijs opzocht, staat centraal in haar literaire oeuvre. De ware woordkunstenaar schort al schrijvend de moraal op en koestert een soort naïviteit die niets met onnozelheid of een mager IQ heeft te maken maar veel meer met openheid, nieuwsgierigheid (wat drijft de idealistische en seksuele mens?) en een scherp waarnemingsvermogen.
Wie de elf verhalen in Saints and Sinners leest, ziet her en der subtiele en soms rechtstreekse verwijzingen naar O'Briens romans of scènes daaruit. De bundel is een staalkaart van Edna O'Briens narratieve kunnen en biedt een waaier aan typische O'Brien-thema’s. Als in het verhaal 'Black Flower’ een Ierse vrijheidsstrijder/terrorist, Shane, na vijftien jaar uit de gevangenis ontslagen wordt en vlak na zijn vrijlating uit wraak (de lange 'keten van vergeldingsacties’) ergens op het platteland wordt neergeschoten, denkt de O'Brien-lezer onmiddellijk aan Huis van volmaakte eenzaamheid (1995). Shane is een politieke idealist in een voor hem verscheurd Ierland. Het verhaal wordt verteld vanuit een Dublinse ik-figuur die hem in de gevangenis schilderles heeft gegeven en die begaan is met het lot van Shane (een tikje verliefd op zijn mannelijke onverzettelijkheid). Toch kan zij niets uitrichten om hem te redden. Voltaire’s bewieroking van de illusie kan ook dodelijke gevolgen hebben. Het verrassende van Huis van volmaakte eenzaamheid is niet zozeer de voortvluchtige McGreevy - een principieel strijder voor een verenigd Ierland, van wie O'Brien zo'n overtuigend portret afleverde dat de schrijfster door kwaadaardige lezers werd beticht van terroristische sympathieën.De roman begint en eindigt met een ongewoon perspectief verteld onder de titel 'het kind’. Wie dat is blijft lang een raadsel. Maar aan het slot kan die vertelstem van niemand anders zijn dan van het nooit geboren kind van Jodie, de oude en geïsoleerd levende vrouw wier ongelukkige huwelijk kinderloos bleef, de vrouw die gegijzeld wordt door McGreevy. Dat kind is de stem van de 'radicale onschuld’. Het staat buiten of boven de tijd en voelt niet de last van de geschiedenis.
Schuldig en onschuldig - of zondig en heilig - zijn begrippen die Edna O'Brien altijd terloops aan de orde heeft gesteld omdat het haar in de allereerste plaats ging om de innerlijke zoektocht en de overeenkomsten tussen slachtoffers en dader. Een onrustbarende zin uit Huis van volmaakte eenzaamheid luidt: 'Want de doder is dicht bij wie hij doodt.’
In Saints and Sinners is het terloops aanstippen van de essentie af en toe vervangen door al te nadrukkelijke leesaanwijzingen. Gelukkig niet in 'Plunder’, waarin zelfs geen land bij naam wordt genoemd. Opeens is er geen grens meer en wordt een gebied door soldaten geannexeerd, een gezin geterroriseerd en een moeder ontvoerd en gedood. Kernscène is een verkrachting: soldaat misbruikt meisje. De alerte O'Brien-lezer denkt meteen aan de vader en de dochter in Bij de rivier en de seksuele terreur die hij op haar uitoefent, met alle gevolgen van dien: ze wordt zwanger en vlucht, een vlucht die des Iers is. Bewonderenswaardig is dat O'Brien ver boven het zwart-witschema van dader versus slachtoffer uitstijgt. De omgeving is wel verontwaardigd, én hypocriet, maar de vertellertoon niet. 'Sprookjes zijn niet voor iedereen’ waarschuwt de slotzin van deze roman over familiale gewelddadigheid met nationale gevolgen.
In In het woud (1996) lijkt O'Brien er nog een schepje bovenop te doen. De 'kinderschrik’ is de tienjarige Mick O'Kan. Op die leeftijd pleegt hij een misdaad, waarna hij een reeks strafinrichtingen en even zovele vernederingen doorloopt. Eenmaal op vrije voeten keert hij terug naar de plaats delict en verkracht en moordt. Via O'Kan vertelt O'Brien helemaal geen lieflijke sprookjes maar meedogenloze verhalen over een mentaal verscheurd land, roomser dan welke paus ook. Wie staat er terecht in de rechtszaal, een individu dat slachtoffer is van zijn jeugd of een hele natie? De advocaat 'zei dat de jongeman het niet verdiende daar alleen te staan omdat het land zelf terechtstond, dat hem tekortgedaan had…’ Al aan het begin van het boek last O'Brien een scène in over het roomse systeem dat eerder pedofilie stimuleert dan afleert: onverbloemd en bijna vanzelfsprekend, en daarom des te schokkender. De bekende discussie tussen individuele verantwoordelijkheid versus de 'schuld’ van opvoeding, omgeving en erfelijkheid laat de schrijfster over aan de lezer. Dat is haar sterkste literaire troef.
Saints and Sinners is een ware medley van O'Brien-motieven en obsessies. De enige vertelling die niet rechtstreeks met Ierland te maken heeft, 'Manhattan Medley’, gaat over haar andere fascinatie: liefde, (mislukt) huwelijk en affaires. De stad is de beste verzamelplaats voor een heimelijke liefdesaffaire, die 'a state of flux’ (voortdurende beweging) is, en niet zonder 'een vleugje Strindberg’ kan. De liefde is pijnlijk, oordeelt de verliefde vrouwelijke ik-figuur, omdat er altijd twee mensen zijn die meer willen dan die twee mensen kunnen geven’. Pas bij de dood gaat iedereen als een gek op zoek, beseffend dat de dode onvervangbaar is. En denk niet dat het feminiene drastisch verschilt van het masculiene. 'Alleen dwazen denken dat mannen en vrouwen anders liefhebben. Dwazen en pedagogen. Maar ik zeg tegen jullie: de liefde van mannen voor vrouwen is net zo hartverscheurend…’
In elk verhaal klinkt het 'send my roots rain’, een dichtregel van Gerard Manley Hopkins, door. Elke zin is water voor O'Briens Ierse wortels. Aan het slot van Saints and Sinners komt niet toevallig - want deze verhalenbundel kon O'Briens laatste wel eens zijn - een grafsteen in beeld, nadat de oude ik-vertelster vruchteloze pogingen heeft ondernomen een familievete uit de wereld te helpen. In een interview onthulde de Ierse schrijfster - én Joyce- en Byron-biograaf - dat ze per se op haar steen een Byron-tekst wil hebben: 'Maar woorden zijn dingen, en een drupje inkt/ vallend als dauw, op een gedachte,/ vormt een gedachte die uit duizenden, misschien wel miljoenen, opklinkt’.
Edna O'Brien mag dan wel in de alom aanwezige schaduw van literaire giganten als Joyce en Beckett schrijven, haar stem is al jaren welluidend en indringend. Zij prikkelt de zinnen. In Huis van volmaakte eenzaamheid betekent de komst van vrijheidsstrijder/terrorist/gijzelnemer McGreevy een verscherping van de zintuigen van gijzelaarster Jodie. Dankzij zijn aanwezigheid krijgt zij 'zwermen van herinneringen’ en ruikt en voelt ze intenser. Ze gaat een dagboek bijhouden: indrukwekkende observaties en overpeinzingen die weer indirect verwijzen naar de Molly Bloom-achtige roman Night (1972): een stroom rake impressies en associaties over liefde en verlies. Maar wie Edna O'Brien leest boekt winst.

EDNA O'BRIEN
SAINTS AND SINNERS
Faber and Faber, 208 blz., € 19,90