Voorwaarts, christenstrijders!

Mijn ervaringen met de Vrije Universiteit zijn bescheiden: Ik ben ooit in het bijbehorende academische ziekenhuis beland na over een kabel van de NOS-televisie te zijn gestruikeld, waarna de dienstdoende Eerste Hulp niet één maar twee gebroken polsjes diagnostiseerde.

Zij werden bekwaam gespalkt, niet beter of slechter dan door een arts die in zijn vrije tijd de functie van ouderling bij de classis Heerhugowaard bekleedt.
Die Vrije Universiteit is een merkwaardige academische instelling. Zij diende in eerste instantie een politiek en niet een wetenschappelijk doel, als ‘het beste pantserfort van de ARP’, de kweekplaats van het intellectuele kader waar het naar de macht strevende calvinisme zo'n schromelijk gebrek aan had. Tegelijkertijd moest er wetenschap worden bedreven. Maar wetenschap en geloof gaan nu eenmaal niet samen. Dus werd de VU al gauw een gewone universiteit, die zich van de andere universiteiten voornamelijk onderscheidde doordat zij zich de luxe van een afdeling Jezuskunde permitteerde.
In de al-te-gekke jaren zestig werd de Vrije Universiteit zelfs, tot groot verdriet van de antirevolutionairen, een revolutionair instrument, dat zich in vele opzichten links van de grote, algemene Universiteit van Amsterdam posteerde. Moest Cuba worden bejubeld? Diende onverwijld de Duitse Democratische Republiek te worden erkend? De intellectuele heirscharen van Christus stonden pal, de Bijbel en het Communistisch Manifest in respectievelijk de linker- en de rechterkontzak. Totdat de maatschappij zich normaliseerde en ook op de VU weer op academisch niveau het alfabet en het optellen & aftrekken werden onderwezen.
De VU was het geheime wapen van de geduchte Abraham Kuyper, de emancipator van de kleine luyden. Inmiddels is het een universiteit met vrij normale mensen geworden, met hun verdiensten en hun hebbelijkheden. Zo maakt de kerkpagina van het dagblad Trouw melding van bonje tussen de hoogleraren H. Reinders en B. Musschenga. Reinders is namelijk directeur geworden, tot verdriet van Musschenga, die dat baantje graag zelf had willen bekleden. Waar gaat het eigenlijk om, behalve om geld, gezag en prestige? Het gaat waarachtig om levensbeschouwing!
Zegt Musschenga: 'Dat de levensbeschouwelijke invalshoek nadrukkelijk naar voren moet worden gebracht staat wel als een paal boven water.’
Zegt Reinders: 'Zeventig procent van de boeken in mijn kast gaat over de vraag: hoe kun je consensus bereiken? Maar als je consensus wilt, moet je het levensbeschouwelijke naar achteren schuiven. En dan loop je uiteindelijk op tegen het probleem dat je niet meer weet waarom je iets wel of niet goed vindt. Je wordt alleen nog maar gemotiveerd door de angst voor straf en door welbegrepen eigenbelang. De moraal is dan haar wortels kwijtgeraakt.’
Hij is inmiddels de baas, terwijl zijn rivaal ondertussen ziek thuis zit. 'De mededeling dat men mij niet kwijt wil is loos en ongeloofwaardig gebleken.’
Rest de constatering dat het baantje waarvoor beide christenstrijders elkaar de hals probeerden af te snijden, het directeurschap is van het kersverse Instituut voor Ethiek aan de VU (IEVU), een instelling die, zo te zien, beter vandaag dan morgen kan worden opgeheven.