Hoe corona in ons leven zal blijven

Voorzichtig opkrabbelen (met kans op onaangename verrassingen)

Nu de besmettingen en de ziekenhuisbezetting in Nederland rap afnemen, overheerst het optimisme. Maar van corona zijn we voorlopig nog niet af. Hoe gaat het virus de komende maanden en jaren een stempel drukken op de samenleving?

Artikelen in De Groene Amsterdammer over de coronacrisis zijn voor alle lezers gratis te lezen. Interesse om meer te lezen?

Toen student verpleegkunde Sanne de Jong (22) half april 2020 van haar coronabesmetting herstelde, had ze nooit gedacht dat haar leven anderhalf jaar later nog zo door het virus gedomineerd zou worden. Ze zou krap drie maanden later de infectie nog een keer doormaken – waarschijnlijk doordat haar immuunsysteem het virus nooit helemaal had geklaard – en hield vooral aan die tweede episode flinke langdurige klachten over: vooral vermoeidheid, vergeetachtigheid, maag- en darmklachten.

Voordat ze in september begon aan een nieuwe stage in een verpleeghuis sprak ze met haar begeleiders af dat ze het rustig aan zou doen – vier halve dagen per week zou ze werken. Al snel bleek dit alsnog te veel gevraagd. Ze raakte zo uitgeput dat het niet lukte haar stageopdrachten te doen. In het bijzijn van patiënten was ze nog wel opgewekt, maar eenmaal op de gang veranderde ze in een zombie. ‘Ik moest ook constant mezelf controleren of ik bijvoorbeeld bij een patiënt niet vergat de rug te wassen, of dat ik na afloop de beha wel weer aan had getrokken. Ik deed sowieso al zo min mogelijk taken waarbij fouten niet onschuldig zouden zijn.’

Op werkdagen viel ze thuis vrijwel altijd direct in slaap, sliep ze tot aan het avondeten, om daarna vrijwel meteen weer onder de wol te gaan. En vaak was ze ook nog een van de vier dagen ziek. Na ongeveer een maand zeiden haar begeleiders: ‘Heb je erover gedacht om te stoppen? We maken ons zorgen om je.’ Twee weken later hakte ze de knoop door. ‘Ik was zwaar over mijn grenzen gegaan, waardoor ik er nog slechter voor stond dan na die tweede keer corona.’

Sindsdien is de situatie van De Jong slechts mondjesmaat verbeterd. En haar verhaal staat niet op zichzelf. Nu het stof van de derde coronagolf neerdaalt en de focus op de ic-bezetting afneemt, beginnen zich de contouren af te tekenen van de schade die het virus nog meer heeft aangericht. Terwijl in de nieuwsmedia het optimisme overheerst over dalende besmettings- en ziekenhuiscijfers en over ‘wat er allemaal weer kan’, geldt voor een grote groep Nederlanders dat het virus nog lang niet uit hun leven is.

Het rondwarende virus heeft een zware tol geëist. Zorgpersoneel en handhavers maken zich veelal met de tong op de schoenen op voor een inhaalslag van ‘het gewone werk’. En wie uitzoomt ziet dat niemand voorlopig helemaal van het coronavirus af is. Terwijl Europa dankzij vaccinaties en gunstiger weer een relatief zorgeloze zomer tegemoet lijkt te gaan, blijft het herstel broos en broeit en gist het ondertussen in andere delen van de wereld. Hoe zal het virus de komende maanden en jaren een stempel blijven drukken op onze levens en op de samenleving? En hoe kunnen we daar zo goed mogelijk mee omgaan?

Neem om te beginnen de opkomst van nieuwe virusvarianten waarmee we de afgelopen maanden zijn geconfronteerd: na Alfa (eerder bekend als de ‘Britse’ variant) zijn er nu Bèta (de ‘Zuid-Afrikaanse’ variant), Gamma (de ‘Braziliaanse’) en – meest recent – Delta (de ‘Indiase’) waarvan met name de laatste zich flink (mogelijk twee keer) sneller lijkt te verspreiden dan de toch al besmettelijkere Alfa-variant. Bovendien lijken die nieuwe varianten deels onder de door de vaccins en infecties opgebouwde immuniteit uit te komen. In Nederland domineert de Alfa-variant en zijn die laatste drie nog niet veel gesignaleerd, maar met name de Delta-variant neemt in sommige regio’s al duidelijk toe en volgens het RIVM zal die half juli al dominant zijn mede doordat ongevaccineerde jongeren massaal in Zuid-Europa op reis gaan.

Die varianten kunnen al op redelijk korte termijn roet gaan strooien in het eten van festivalorganisatoren, kroegbazen en vakantievierders. Zie bijvoorbeeld Groot-Brittannië, waar onder meer het heropenen van de nachtclubs in elk geval een maand is uitgesteld omdat de Delta-variant oprukt. Juist daar zou je een terugval niet verwachten, omdat de Britten al verder waren met vaccineren dan wij.

‘Ik ben blij met de afname, maar we moeten ons hoeden voor onbekommerdheid’

Betekent dit dat de vaccins niet werken tegen deze variant? Dat valt voorlopig mee: uit de cijfers blijkt dat de Delta-variant vooral mensen treft die nog niet zijn gevaccineerd of slechts één keer – wie één AstraZeneca-prik heeft gehad is volgens Public Health England maar ongeveer 33 procent beschermd. Twee prikken lijken vooralsnog wel behoorlijk wat bescherming te bieden. Daarbij neemt het aantal ziekenhuisopnames in het Verenigd Koninkrijk weliswaar gestaag toe, maar knalt het nog niet omhoog. Wel verontrustend: artsen in verschillende delen van de wereld melden dat deze variant mensen sneller en ernstiger ziek lijkt te maken dan de eerdere varianten.

Voor coronaviroloog Raoul de Groot van de Universiteit Utrecht is het ontstaan van coronavarianten geen verrassing: virussen kunnen zich nu eenmaal razendsnel genetisch aanpassen. Hij had die varianten zelfs al veel eerder verwacht. ‘Maar blijkbaar had het virus maandenlang ondanks de maatregelen genoeg mogelijkheden om zich te verspreiden.’

In feite is de hele wereld sinds anderhalf jaar één groot laboratorium, waarin alle mogelijke virusvarianten ontstaan, en degene die een voordeel hebben ten opzichte van de rest worden dominant, zegt De Groot. Nu zijn ze er dan toch en het zullen niet de laatste zijn – er zijn veel meer wijzigingen in het genetische materiaal van het virus mogelijk die het virus een voordeel geven. De Groot verzet zich tegen het hardnekkige denken onder sommige deskundigen en semi-deskundigen dat virussen uiteindelijk altijd vanzelf milder worden. Daarvoor moet volgens hem ook de gastheer, de mens in dit geval, evolueren, onder meer doordat mensen die slecht zijn aangepast op het virus massaal overlijden – dat is gelukkig niet het geval. De Groot heeft dan ook absoluut niet het gevoel dat we tegen het einde van de wedstrijd zitten. ‘We zitten nog in de eerste helft.’

Op de vraag wat ons de komende maanden te wachten staat, slaakt De Groot een diepe zucht. ‘Het is heel erg lastig om een voorspelling te doen. Ik verwacht op zich wel dat we een rustiger tijd tegemoet gaan, maar we hebben te maken met een uitermate flexibele, lenige tegenstander. Dus ik ben blij met de afname, maar we moeten ons hoeden voor al te grote onbekommerdheid.’

Ook viroloog Lia van der Hoek, werkzaam in het Amsterdam UMC, locatie amc, ziet het virus voorlopig niet verdwijnen – ook niet uit Nederland. Ze verwacht ook niet dat er groepsimmuniteit zal optreden – ook niet door vaccinaties. Daarvoor moet zo’n 85 procent van de bevolking gevaccineerd worden. Bovendien moeten de vaccins de verspreiding van het virus stoppen. Dat is bij luchtwegvirussen altijd lastig, al lijken met name de mRNA-vaccins van Pfizer/BioNTech en Moderna daar wonderbaarlijk goed in te slagen.

Desondanks verwacht Van der Hoek dat op redelijk korte termijn het virus ook onder gevaccineerden weer rond zal kunnen gaan. ‘Wanneer steeds meer mensen immuun worden, zal de druk op het virus om die te omzeilen toenemen. En vanuit ons onderzoek naar verkoudheidscoronavirussen weten we dat die daar na ongeveer een jaar in slagen.’

Wie dit soort virusvariantverhalen volgt, loopt het risico al snel in een coronadepressie te belanden. Maar we moeten ook weer niet overdrijven. Volgens sommige experts, onder wie de prominente Amerikaanse arts Eric Topol, zijn veel van de verhalen over de zoveelste nieuwe ‘scariant’ niets dan bangmakerij. Hij voegt er op Wired wel aan toe dat dit niet voor álle varianten geldt. Hij pleit voor minder hype en meer genetische surveillance van het virus om beter het kaf van het koren te scheiden.

Het virus zal alsnog de mensen besmetten die niet immuun zijn. ‘Het is: een vaccin of het virus’

De varianten die tot nu toe daadwerkelijk voet aan de grond hebben gekregen, zijn weliswaar verontrustend maar nog niet scary. Ook Van der Hoek gaat niet uit van een doemscenario: ‘Al zullen gevaccineerden en eerder besmette personen het virus opnieuw kunnen krijgen, de basisimmuniteit zal waarschijnlijk grotendeels intact blijven. Daardoor worden deze mensen meestal niet meer (ernstig) ziek.’

Wel zullen deze mensen na verloop van tijd het virus weer kunnen doorgeven. Als gevolg hiervan zal het virus alsnog de mensen besmetten die nog niet immuun zijn. Van der Hoek ergert zich dan ook aan de mensen die spreken over een keuze tussen wel of geen vaccin nemen. ‘Het is een keuze tussen een vaccin en het virus zelf. Het zal je gaan bereiken, is het niet dit jaar, dan wel over een paar jaar. Dan kun je er maar beter vast wat bescherming tegen hebben.’

Voor het verdere beloop van de epidemie gaat één ding heel belangrijk worden, zegt Marion Koopmans, viroloog aan het Erasmus MC: de duur van immuniteit opgebouwd na vaccinatie of infectie. In een Science-artikel uit mei 2020 van Harvard-onderzoekers onder leiding van epidemioloog Marc Lipsitch bleek al dat we afhankelijk van die beschermingsduur totaal uiteenlopende scenario’s kunnen krijgen: van een jaarlijkse cyclus zoals bij de griep tot aan eliminatie van het virus, vertelt Koopmans. ‘Dus ga er maar aan staan.’

Sindsdien zijn er wel de nodige inzichten over die immuniteit bij gekomen en recente artikelen schetsen een relatief positief beeld, voegt Koopmans toe: in februari lieten Amerikaanse onderzoekers bijvoorbeeld nog in Science zien dat na acht maanden de hoeveelheid antistoffen inderdaad is afgenomen, maar dat het immuungeheugen dat ernstige ziekte kan voorkomen bij de meeste mensen nog vrijwel intact is. ‘Maar hoe dat in verschillende kwetsbare groepen gaat zijn is echt wel de vraag’, zegt Koopmans.

Afhankelijk van die beschermingsduur en de kwetsbaarheid van mensen bij wie de immuniteit afneemt, is het aan beleidsmakers om te beslissen: laten we het net als bij gewone verkoudheidsvirussen aankomen op een boost van de immuniteit door natuurlijke infecties, omdat de meeste mensen bij herinfectie niet ernstig ziek worden? Of willen we die vóór zijn door op tijd te hervaccineren? En in het laatste geval, doen we dat bij de hele bevolking, of net als bij de griep alleen bij de kwetsbaren?

In elk geval moeten we er rekening mee houden dat er, met name in gebieden met een lage vaccinatiegraad zoals antroposofische kringen, achterstandswijken en gebieden met veel streng gelovige protestants-christelijken, nieuwe uitbraken zullen blijven ontstaan. Hoewel in die laatste regio de bereidheid wat toeneemt, blijft die nog altijd achter bij de rest. Landelijk was eind mei ten minste 87 procent van het aantal 65-plussers minimaal éénmaal gevaccineerd, op Urk lag dat percentage volgens het rivm tussen twintig en 39. Uitbraken kunnen zich vanuit die risicoregio’s uitbreiden tot in gebieden met een hogere vaccinatiegraad en ook daar mensen treffen met onvoldoende immuniteit.

Jongeren zullen de verspreiding ‘op gang houden’ en zelf ook nare klachten kunnen krijgen

De vraag is hoe we hiermee om willen gaan. De kans dat er naast de basismaatregelen nog hard, landelijk ingegrepen zal worden lijkt klein en dit zou ook niet nodig hoeven zijn. Bij lage aantallen moet de surveillance eventuele varianten en lokale uitbraken snel kunnen detecteren. Ook kunnen de ggd’en weer op volle kracht het bron- en contactonderzoek uitvoeren en zo clusters volledig in kaart brengen en uitdoven. In aanvulling kunnen mobiele teams de wijken in gaan om daar mensen te testen en in te lichten – iets waar de afgelopen maanden minder prioriteit aan werd gegeven.

Maar of dit ook zal gaan gebeuren? Bij lagere aantallen wordt het mogelijk om uitgebreider bron- en contactonderzoek te doen en zo de kans te verhogen dat brandjes ook echt uitgetrapt kunnen worden, omdat er in absolute zin ook bij ruimere criteria alsnog minder mensen in quarantaine hoeven. Uit een recent OMT-advies over bron- en contactonderzoek blijkt eerder het omgekeerde: er wordt ingezet op ‘BCO op maat’, waarbij vooral kwetsbare contacten worden opgespoord en niet nauwe contacten (ook als ze een hele dag met een besmet persoon op een slecht geventileerd kantoor hebben gezeten) niet meer worden ingelicht dat ze contact hebben gehad met een besmet persoon.

De ggd’en hebben de opdracht gekregen af te schalen; veel van hun inmiddels ervaren krachten moeten ze vanwege aflopende contracten laten gaan. Hetzelfde geldt voor de uitzendbureaus en organisaties als de anwb die meehielpen aan deze operatie. ggd/ghor-koepelvoorzitter André Rouvoet meldde op 14 juni in de Tweede Kamer dat de ggd in staat wil blijven om 4400 bron- en contactonderzoeken per dag uit te voeren. ‘We proberen met man en macht te voorkomen dat we straks weer niet in staat zijn om de clusters onder controle te houden, onder meer door medewerkers die nu weinig te doen hebben in te zetten op preventie’, zegt beleidsadviseur Angela Vos van GGD Gelderland-Midden. ‘De vraag aan de minister is in hoeverre hij de mensen straks nog paraat wil hebben’, zegt Everhard Hofstra, voorzitter van de Nederlandse Vereniging Infectieziektenbestrijding (NVIB) en werkzaam bij GGD Fryslân.

Feit is dat zolang de bevolking in een groot deel van de wereld nog maar nauwelijks gevaccineerd is het virus zal blijven opduiken. En de dreiging zal niet alleen komen van ver weg, aangezien we in Nederland razendsnel versoepelen met een nog circulerend virus. Het meest recente reproductiegetal ligt rond de 0,8 en het is niet ondenkbaar dat dit - met name wanneer de Delta-variant verder toeneemt - ondanks de verdere vaccinaties toch weer toeneemt tot boven de 1. Hoewel de vaccinatiebereidheid onder volwassenen op dit moment met 87 procent nog hoog is, bestaat er een risico dat door de gunstige cijfers een deel van de jongeren hun prikafspraak niet zal maken of nakomen. Zij zullen het dan alsnog oplopen, zoals de afgelopen maanden al met ongeveer een derde van hen is gebeurd. Niet alleen zullen ze daarmee de verspreiding ‘op gang houden’, ze kunnen er zelf ook nare langdurige klachten aan overhouden – ongeveer vijf procent van de twintigers heeft na een maand nog last, een deel van hen maanden later nog steeds. Viroloog Marion Koopmans maakt zich daar wel zorgen over: ‘In het beleid hebben we steeds gekeken naar de ziekenhuisopnames. Omdat die gekoppeld waren aan de besmettingen waren de maatregelen gericht op het voorkomen daarvan. Sinds die twee dankzij de vaccinaties zijn losgekoppeld, kan het aantal besmettingen verder oplopen. Maar wie besmet raakt kan ook long covid krijgen, waardoor we daar een stevige golf van riskeren.’

Die golf kan nog weleens breed gevoelde gevolgen gaan hebben. Daar waar het verhaal van Sanne de Jong en die van vele anderen een paar maanden geleden nog als ‘anekdotisch’ werden afgedaan, staan de aanhoudende klachten na een covid-infectie inmiddels wél duidelijk op de kaart. Gezondheidseconomen riepen eind mei in Nature op niet alleen sterfte en ziekenhuisopnames centraal te stellen in coronabeleid en -communicatie, maar meer oog te hebben voor gezondheidsschade die het virus daarnaast aanricht – naast long covid onder meer het ontstaan van diabetes en schade aan hart- en vaten die de kans op chronische ziekten levenslang verhoogt – ‘de lange schaduw van covid’. Met name in samenlevingen met een jongere bevolking, of samenlevingen waarin de oudere bevolking grotendeels is gevaccineerd, is dit belangrijk om ook mee te wegen en burgers erover te informeren, betogen zij. In Nederland daalt dat besef langzaam in.

Het rivm startte in mei 2021 een studie naar long covid waarvoor het mensen opriep zich na hun besmetting aan te melden. ‘In het begin ging men ervan uit dat covid zich als de griep zou gedragen. De griep kan je ernstig ziek maken, maar ontwikkelt zich bijna nooit tot een chronisch ziektebeeld’, zegt Jaap Maas, bedrijfsarts in het Amsterdam UMC locatie amc en lid van het omt. ‘Op dit moment zie je langzamerhand de contouren duidelijk worden. En dan blijkt dat een behoorlijk percentage mensen – ongeveer tien procent – na drie maanden nog klachten heeft. Meestal gaat het om vermoeidheid, maar ook reuk- en smaakverlies en cognitieve problemen komen veel voor.’

Hoeveel van die mensen maanden na hun besmetting nog thuis zitten is niet bekend, zegt Maas, omdat een centrale registratie ontbreekt. Wel publiceerde de Arbo Unie in mei dat één op de vijf werknemers die langer klachten houden na bijna een jaar nog altijd ziek is – een procent van de bij de unie aangesloten werknemers. De helft van de mensen die covid kregen was na twee tot drie maanden weer aan het werk. Bedrijfsartsen worstelen nog met hun rol in het begeleiden van de groep long-covid-patiënten, mede doordat nog niet goed duidelijk is wat nu het best werkt tijdens het herstel. Maas pleit ervoor bedrijfsartsen en andere betrokken artsen beter te laten samenwerken dan nu gebeurt, omdat de interventies van de bedrijfsarts niet worden vergoed door de zorgverzekeraar. ‘Juist met het oog op de arbeidsparticipatie is die samenwerking belangrijk.’

Sommige ‘eerste golfers’ functioneren nog altijd op slechts tien procent van hun capaciteit

Fysiotherapeut Rosalie Huijsmans, betrokken bij de poli en het onderzoek van het Amsterdam UMC, legt uit dat er verschillende groepen post-covid-patiënten zijn. Allereerst zijn er de patiënten die op de ic en op de verpleegafdeling hebben gelegen. Zij volgen na hun opname vaak een revalidatietraject waarin ze de fysieke en mentale belasting met kleine stappen opbouwen, zodat ze steeds meer activiteiten in hun dagelijks leven kunnen hervatten. Daarnaast is er een groep die wel ziek is geweest maar niet in het ziekenhuis heeft gelegen. Uit de medische onderzoeken komt bij hen in veel gevallen niets. En juist die groep – bestaande uit veelal jonge vrouwen die voor hun besmetting een zeer actief leven leidden, maar ook tieners en kinderen – lukt het vaak niet om op te bouwen in hun revalidatietraject. ‘Hun systeem dat de balans tussen ontspanning, inspanning en stress reguleert lijkt ontregeld’, zegt Huijsmans. ‘Zo kan geringe inspanning al te veel zijn. Zelfs met een beetje haast de trein proberen te halen kan al dagen klachten geven.’

Wat het lastig maakt, is dat het onderliggende mechanisme nog niet helemaal is opgehelderd, zegt Michèle van Vugt, internist in het Amsterdam UMC. ‘Er ontstaat een discrepantie tussen de conditie en de belastbaarheid – mensen kunnen veel minder aan dan je zou denken. Er lijken verschillende mechanismen te spelen, en waarschijnlijk is bij sommige patiënten nog sprake van een herstelproces op cellulair niveau. Het lijkt nog het meest op wat we zien bij pfeiffer en bij mensen die lange klachten hielden na de Q-koorts.’

De standaard revalidatie-trainingsschema’s werken voor deze mensen niet, zegt Huijsmans. De ene persoon heeft vooral baat bij ergotherapie, de andere bij een psycholoog – niet omdat de klachten tussen de oren zitten, maar voor begeleiding bij ontspanning en het omgaan met het ziek zijn – en anderen bij een heel regelmatig fysio-traject. Van de patiënten uit de eerste golf die een half jaar later nog altijd klachten hadden, is een aanzienlijk deel inmiddels (grotendeels) hersteld, maar dat geldt lang niet voor iedereen en uit die groep zijn er ook mensen die nog altijd slechts op tien procent van hun vroegere capaciteit functioneren. Sommigen zullen qua cognitie waarschijnlijk nooit meer de oude worden, verwacht Huijsmans.

‘Wat het best lijkt te werken is blijven bewegen, maar niet overbelasten. Dit betekent vaak minder activiteiten op een dag en een stuk rustiger aan doen. Daarnaast is aandacht voor ontspanning en stressregulatie belangrijk, het systeem moet leren om tot rust te komen en weer op te laden. Een beetje zoals tijdens je vakantie, inderdaad. Sommige patiënten gaan door deze aanpak snel vooruit, anderen worstelen er na maanden nog steeds mee. Het is ook nogal wat als je gewend bent een ontzettend vol leven te hebben.’

Voor buitenstaanders kan het constant terugvallen van de long-covid-patiënten al snel overkomen als ‘zwak’ en ‘aanstellerig’. Dat levert voor de patiënten alleen maar extra stress op. Sanne de Jong is wat dat betreft blij dat de meeste mensen in haar omgeving haar wél serieus nemen. Haar frustratie komt vooral voort uit haar eigen ongeduld. De afgelopen weken gaat het weer wat beter en heeft ze zelfs voorzichtig haar voetbaltrainingen kunnen hervatten. Maar ze houdt steeds last van een onverklaarbare duizeligheid, hoewel haar bloeddruk, hartslag en zuurstofgehalte in orde zijn. Ze wil dolgraag vanaf september weer stage gaan lopen. ‘Maar ik hou er ook rekening mee dat er toch weer iets gaat tegenvallen, daar bereid ik me op voor zodat ik niet te zeer teleurgesteld zal raken.’

Misschien is dat wel de kern voor ons allemaal de komende maanden: durf vooruit te denken, maar hou er ook rekening mee dat het virus ons toch weer onaangenaam kan gaan verrassen. Als we iets hebben geleerd is het dat de meeste frustraties ontstaan wanneer we ergens te stellig van uitgaan en dat vervolgens die verwachtingen niet uitkomen.

Ook de maatschappij als geheel zal voorzichtig moeten opkrabbelen en ervaren waar de nieuwe grenzen liggen. Wat Agustin Fuentes, antropoloog aan Princeton in de Verenigde Staten, betreft is simpelweg terug naar het oude geen optie: ‘Het probleem werd niet alleen veroorzaakt door een virus, maar ook door onze gezondheidszorgsystemen, door onze transportsystemen, door onze politieke en economische systemen. Het heeft de mensheid overal ter wereld op haar zwakke punten gepakt – op de ene plek het op elkaar gepakt zitten van kwetsbare mensen voor wie het geen optie was om thuis te werken, op andere plekken juist het hyperindividualisme. We zullen met z’n allen moeten nadenken over manieren om onszelf minder kwetsbaar te maken.’

Deels zal dat praktisch van aard zijn. We zijn inmiddels gewend aan toegangstesten, reisverboden en reisquarantaines, het ligt voor de hand dat landen om de haverklap weer op oranje of rood zullen gaan en dat infectiecontroles net als drugs- en wapencontroles standaard worden op vliegvelden. Wellicht gaan we vaker mondkapjes en pompjes met desinfectiemiddel terugzien wanneer er weer luchtwegvirussen rondgaan.

De hoop is dat de coronacrisis ook een andere kwestie op de kaart heeft gezet: de ventilatie van binnenruimtes. Deskundigen wijzen daar al jaren tevergeefs op, zegt Philo Bluyssen, hoogleraar binnenmilieu aan de TU Delft. ‘Het is eindelijk enigszins doorgedrongen, nu is het hopen dat het tussen de oren blijft. In heel veel gebouwen is de ventilatie echt ondermaats.’

Voor we aan al die lessen en hervormingen toekomen, zullen we eerst onze mentale wonden moeten likken. ‘Wat mij bezighoudt is dat een heleboel mensen in Nederland, onder meer in de ziekenhuizen en bij de ggd’en, de afgelopen maanden alleen maar achter elkaar door zijn gegaan, met een enorm hoog arousal level’, zegt ggd-arts Hofstra. ‘Ik denk dat daar ook nog wel een stuk nazorg bij komt kijken. Dit lijkt me een maatschappijbreed aandachtspunt: hoe groot zal dat probleem blijken? En hoe gaan we daarmee om?’

En dat geldt niet alleen voor die professionals die werkten in de frontlinie. Voor heel wat mensen heeft het virus zelf, of het verlies van dierbaren, of hebben de maatregelen hun leven geschokt en verscheurd, zegt Fuentes. ‘Het trauma hiervan zal langdurig zijn. Ik denk dat we niet genoeg aandacht hebben besteed aan de zorg en hulp die we hiervoor nodig zullen hebben. Doen we dat niet alsnog, dan zal de psychologische schade groot zijn.’