Vork

Het wrede eetspel van twee bijna uitgebloeide geliefden observerend doemt, en hou zoiets maar eens tegen, mijn moeders vork voor mij op. Geen enkele andere vork kan ik mij ook maar enigszins herinneren. Behalve deze, en ik weet waarom. Hij maakte grote indruk door op drie punten af te wijken van alle andere vorken. Die ik natuurlijk nooit allemaal had gezien. Maar daarom kan ik nu juist, na bijna een halve eeuw, opnieuw constateren dat het een bijzondere vork was.

Waar te beginnen? Hij was zo plat alsof er een stoomwals overheen was gereden. Daarna was er weer de enigszins sensuele welving in aangebracht waarin moderne vorken zo achterblijven. Het is toch het contrast tussen het zachte voorkomen en het harde doel dat de vork zijn aan- en ingrijpende uiterlijk geeft? Van opzij leek haar vork niet meer dan een halve millimeter dik. Ook hier is wederom geen sprake van enige overdrijving.
De kleur. Was dofgrijs. Zo grijs als de helm van een SS'er. Enigszins gevlekt, niet omlijnd, maar vaag. Loodkleurig. Het was een donkere vork, de tint was al op weg naar zwart. De vork kaatste geen licht terug. Welk metaal het was weet ik niet.
Niemand anders mocht er mee eten. Niemand wilde dat ook. De punten waren zo scherp dat je, en ik zelf meen dat ook gedaan te hebben, onmiddellijk je lippen open prikte. Ze gebruikte hem ook bij het koken om de gaarheid van aardappelen en vlees te meten. Ieder ander at met zeer gewoon bestek maar zij zei dat niet te kunnen.
Het bezeten paar gebruikt hun vork om elkaar brokken in de mond te persen. Van elkaars en eigen bord. Een voedselduel in omgekeerde richting. Ze suggereren elkaar met nieuwe energie te willen volstoppen. Meer kilo’s is meer liefde. Vetmesten, dat is het.
Waarom maakt er niet eens iemand een film die De vork heet?