Philip Mechanicus

Vorm & fles

Willem Elsschot at graag ansjovis. Met mosterd.

En vijftien graden is de beste hoek. Van het lancet waarmee je het ansjovisje de buik opent. Omdat zich, aan de onderkant van elke kleine vis en daar goed verstopt, hun lieve kleine ingewanden bevinden. Waar wij nu even niets aan hebben. Voorbeeldig doen de vingers het minutieuze werk.

Waarna de kleine graat beetgepakt wordt en eveneens verwijderd. Staartje mag blijven. Kopje ook. Pientere oogjes. Stuk voor stuk. Het heeft ze niets geholpen.

Halverwege komt het proces op losse schroeven te staan. Ter hoogte van visje nr. 19. «Zulk ansjoviszilver zie je zelden», zeg je tegen niemand. Je gaat te ver. Visjes zijn niet om naar te kijken, maar om te eten.

Licht en pijnlijk sta ik over de operatietafel gebogen. Alleen maar omdat een boven natuurlijke buurman mij influisterde dat ik die twee handen ansjovis niet kon laten liggen. En al helemaal niet voor de zeven stuivers die ze op moeten brengen. Zo mooi en zo goedkoop. Pijnlijk ontroerend schiet het door mij heen. Als een close-up van Rosanna Podesta in de Cinema Royal in 1963 (Sodom en Gomorrah, Robert Aldrich).

Minder geheim is dat Willem Elsschot negen mosterd verzen schreef. Om de verkoop van de Gentse mosterd kracht bij te zetten.

«Geen MOSTAARD is zoo fijn/ Als die van FERDINAND TIERENTEYN/ Alle lekkerbekken weten:/ er is geen smakelijker eten/ als er geen mostaard wordt bijgedaan/ Dan pas is men voldaan/ Maar wat ik U nog zeggen wil:/ in mostaard is er veel verschil./ Die van Tierenteyn FERDI NAND/ is de beste van heel het land.»

De 27 schoongemaakte ansjovisvisjes met bloem en p + z bestrooien. De olie wordt verwarmd. In de ronde bakpan met zware ronde bodem. Een tak verse salie wordt in trage cirkelgang door deze allengs heter wordende olie getrokken. Met de klok mee. Vervolgens wordt er, op gezonde wijze en naar waarheid, gebakken. Waarbij geneuried enkele maten van Ravels Bolero. Merk op dat er veel ronds is in de keuken. Tot en met 54 ansjovisoogjes.