Philip Mechanicus

Vorm & fles

Reeds in het eerste leerjaar van de filmacademie hield de docent scenarioschrijven ons voor dat worst in de cinematografie geen rol van betekenis speelt. Gelijk had hij. De en zelfs het worst is, gewoon en in het bijzonder, literair.

Broek moest naar de stomerij. Belangrijke bijzaak. Daar kwam de waarheid aan het licht. Met wil en dank. Want al redelijk lang droeg ik een stukje ganzenworst (salsiccia d’oca) in de linkerbroekzak. Waar van nature een zeurderig maar niet onaangenaam ganzenzweetluchtje aan hangt. De broekzak is de juiste temperatuur om deze worst bijtbaar te houden. Immers. Saaie museumzalen winnen aanmerkelijk aan uitstraling wanneer je op dat moment een hap ganzenworst tussen de tanden hebt. Ook het middel om tochtige bushokjes mee op te vrolijken.

Mensdom houdt van vergelijken. Beroemde vergelijkingen leven voort. Ik wil niet zeggen dat het mijn mooiste vergelijking is maar misschien wel die, die ik het liefst hanteer. Daar gaat het om. «Een worst is een worst.» Tussen schaam- en heiligbeen voel je dat je gelijk hebt. Een delicaat gelijk dat snel omvergeworpen kan worden. In een kleine winkel. In eenvoudige handomdraai gepaard gaande aan gezonde oog opslag. Boudin blanc au choux.

Iedereen was in staat om het te lezen maar het leek op dat moment alleen voor mij bestemd.

«Pak in die worst!» In het Frans. Daar heb ik op zulke momenten geen moeite mee. De gasten lagen al op de loer. Tot onder de haarwortels gevuld met kwade veronderstellingen. Zullen de linzen wel op juiste tand…

Je was het al vergeten. Toen sloeg de worst toe. Diep vanuit de darm die de warrige massa op spanning houdt. Sluipt de metalen geur je mond binnen. In de worst zit behalve worst ook boerenkool. Wat een vondst! Umwertung aller Würste. Macro-acrobatische truc. Als in de piste van Carré in 1949. Een man staat op een vinger. Eén vinger slechts. Drie seconden lang. Het is waar.

Zelfs de directeur, alleraardigste oude mijnheer Wunnink, kon zijn ogen niet geloven.