Philip Mechanicus

Vorm & fles

Mijn herinnering springt er slordig mee om. Het wordt steeds kleiner. Dat bedje waar ik eens in sliep, in de rue Dante. Het was tenslotte een kinderbedje. De kamer waarin het stond is vervaagd tot goudglimmende onrust.

Mijn gastheer braadde makreel voor mij. Op z’n Menangkabauws of Lingad jatti’s. Weet het niet helemaal zeker meer. En op een braakliggende middag duwde hij mij de Eglise Saint Sulpice binnen. Om de wijwatervaten te zien. Onafzienbare echte schelpen. Breed en diep als een hotel wastafel.

Verguld omrand en op een piëdestal die nog vormgegeven is door de beeldhouwer Pigalle. Jean-Baptiste. Naar wie ze later dat vrolijke plein hebben genoemd. Zelf nooit echt doorgebroken. Misschien omdat die viriele naaktsculptuur van Voltaire zijn atelier nooit heeft mogen verlaten.

De schelpen zijn een presentje van de stad Venetië. Aan Louis XIV, om volledig te blijven. Bij hernieuwde confrontatie nog even imposant. Geen coquilles, zoals in mijn geheugen stond geschetst. Oesters?

Wij zijn in Parijs, zoveel is duidelijk. Een makkelijke stad. Als je helemaal, of zelfs een klein beetje, niet meer weet waar je zin in hebt ga je oesters eten. Gebeurt er altijd wel wat. Eet je nog meer oesters. Drink je er wijn bij. Chablis. Een hele fles. Waarom altijd die Chablis?

Lang geleden al hebben ze, terwijl je er net niet bij stond, ontdekt dat juist daar waar de druiven groeien waaruit de Chablis wordt geperst, in de diepe lagen waar de wortelstokken feestvieren, een fossiel oesterparadijs te vinden is. De zuivere wijnwaarheid. Dan vraag je niet verder. Eet nog meer oesters. Wil je nog een fles Chablis. De jaarproductie aan wijn, wereldwijd, bedraagt 17.500.000.000 flessen. De dorstige schouders eronder.

«Garçon!»

’s Avonds loop je in de Beet hovenstraat. De Parijse Beet hovenstraat.

Negentien keer korter dan de onze en nauwelijks te vinden. Hebben ze hier destijds niet Du rififi chez les hommes gedraaid?

Vast wel. Ik ruik Jean Servais, hoor Robert Hossein. Laten we een fles Vouvray drinken.

Waarom Vouvray?