Philip Mechanicus

Vorm & fles

Op het kruispunt voor «Caffé Antico La Pace» steekt een als kok geklede kok over. Te lang voor de kok van Tonino, te mager voor Baffito. Links, als afgezakte fakkel van het vrijheidsbeeld, een weelderig driekoppig bouwsel in machtig mooie kleuren. In de rechterhand een bescheiden hoorntje.

Daarin niet veel meer dan een toefje ivoorwit. IJs. Daar likt hij aan, tijdens het lopen. Zijn hoofd omstandig en onhandig schuin. Wanneer je vatbaar bent voor dit genre associaties kun je er makkelijk een warme matras onder denken.

Het zit heel eenvoudig in elkaar. In deze buurt is Baffito de beste. En omdat iedereen dat weet staat er een lange rij voor. In Amsterdam wel eens een rij voor een pizzeria gezien? Zegt alles. Bij Tonino voor de deur slechts een groepje van vijf. Zwarte meisjesbloem leunt tegen de deurpost.

Tonino is een wit gestucte garage. Vol tafeltjes, en iedereen eet hetzelfde.

Lijkt het. Geen pizza’s.

We komen aan dezelfde tafel terecht.

De jonge zwarte vrouw is Amerikaans en geboren in Puerto Rico. Woont lang in Rome. Maar weet precies wat het is om in een Boeing door het grijze Schipholse wolkendek te zakken. Brengt haar werk mee. Ze weet alles over restaurants en nu over Tonino. Geen eethuis in de omgeving is zo goedkoop.

De Romeinen lijden zwaar verlies onder de euro. Blij dat ze het eind van de maand halen. Hier krijg je twee forse gehaktballen (polpette) voor maar zes euro. En rode huiswijn (vino rosso della casa) voor hetzelfde bedrag. In de bekende dikglazige karaf. De eeuwige Italiaanse karaf. Slanke hals en volle heupen. In 1955 meer dan onbekend voor het klapbessen koninkrijk Nederland.

Dusdanig baanbrekend dat hij op het affiche kwam dat Charles Jongejans maakte voor de eerste tentoonstelling van industriële vormgeving in het Stedelijk Museum. Flessengroen omgekleurd in de donkere kamer van Jan Schiet in de Marnixstraat 360. Ik stond ernaast. Je kunt maar het beste overal bij geweest zijn.

Lijkt het.