Philip Mechanicus

Vorm & fles

In de tijd dat perron 2b van het Centraal Station nog uit eerlijke houten planken bestond, wat tot zeker 1957 het geval was, ging ik er al graag linksaf. Vooral na een louterend boottochtje richting Schellingwoude en terug.

De wachtkamer die omstreeks 1900 de wachtende eersteklassers welkome separatie en een versnapering bood, was al net zo mooi als nu en daarin een restaurant waar een goede burgerlijke keuken heerste. Lichte Henri Knap-sfeer. Voortreffelijke plek om de beste biefstuk van de stad en bijbehorende groenten van vaderlandse koude grond te eten. Ober was er man uit meer dan één stuk. Fysiek exact de acteur die in de tragikomische Chaplin-films ook wel eens de getourmenteerde kelner vertolkt. Gracieus doch kolossaal en lichtelijk topzwaar. Zijn flegma had een eeuwig à point bereikt.

Ober is allang naar de eeuwige horecavelden. De rest van het interieur is grotendeels hetzelfde gebleven. De deur naar de Eetkamer en het lokaal zelf is er ook nog steeds. Heb ik nog eens op tafel gedanst. Kwart over drie in the afternoon. Tussen terrines en servetringen, halfvolle glazen en zinvol besmeurd bestek. Kom daar nu nog eens om.

Hij heeft zijn voor en tegen. De wachtkamer die met opzet weer Eerste Klas is genoemd. Tegen: de ossenworst komt uit het museum. Niet iets om trots op te zijn. Vingerhoedje te veel aan conserveermiddelen, misschien zelfs wel E 621, waardoor de tong een half uur later nog voelt alsof je hem te lang in de Rechtboomssloot hebt gehouden.

Maar daar was het, in het meegaande licht van die wachtkamer, dat mij de tweede fles absint gebeurde. Een oude fles. In 1992 gekocht in Lissabon. In de rua da Escola Pomecrina, vlak bij de ingang van de botanische tuin. In een doodgewone melksalon. Verbazend. Een etiket vol guirlandes. Leopoldo Wagner, die zich daartussen als verantwoordelijke afficheert, wil dat wij daarin de bloemen en bladeren van de alsem herkennen. De Artemisia absinthium zoals hij bloeit in de Lissabonse tuin. Dat doen wij, lusitanist en absintist als wij zijn. Ik droeg de fles naar huis. Dat staat vast.