Philip Mechanicus

Vorm & fles

Op school leerde ik al dat wanneer je een fles wijn leegdrinkt het totale gewicht van de aarde daardoor niet verandert. De rest wel. Wolken worden waziger, verre heuvels begeerlijker en vrienden nog spiritueler.

De verandering die de fles zelf ondergaat, wordt zelden verfilmd. Virtuele bazuinklanken klinken wanneer hij, bol en vol als een negentiende-eeuwse baby, de kamer wordt binnengedragen. Met domineeteske aandacht het etiket gespeld. Inwendig smakken is niet van de lucht. Niet alleen de trekker zelf maar ook beschaafd geteisem daar omheen, probeert deskundig de Van Dalsum uit te hangen wanneer de kurk scabreus floepend haar nauwe hals verlaat.

Albert zelf brengt deze naar de gaten zijner neus. Schetst, met de ogen de vlucht van een kreupele mus volgend, een vergezicht van monumentale hondsdraf en gepassioneerde herderstasjes en daarmee samenhangende dampen.

Terwijl een gezonde kurk niet anders ruikt dan een plichtmatig schoongeboende slagerij.

Slaan we het drinken over en schakelen door naar de goed geleegde fles. Als overtollig weesmeisje wordt hem een staanplaats op het tochtige portaal toegewezen. Wachtend tot iemand zo wreed is de boel richting flessenbak te schoppen.

Is het daar uitgegroeid tot zeven of meer lege flessen, wordt het er ter plekke evenredig veel droeviger van. Flessenbakmoment onafwendbaar. Vertel mij niet dat er van die dromers bestaan die daar, in de snijdende wind, nog eens het etiket gaan bekijken, de smaak voor het laatst op de lippen proevend al terugdenkend aan de persoon die ze kort daarvoor via die mooie fles wonnen of juist uitzichtloos verspeelden.

Nee, beestachtiger handeling is nauwelijks mogelijk. Het gebonk van deze fles op die andere fles is een geluid waarbij mijzelf steeds weer kramp in milt en pancreas schiet.

Blasfemie: nog enkele malen erger dan het geluid dat een brekende eierschaal maakte op de vertinde toog van een Parijs café in het jaar 1945.