EMBRYOSELECTIE

Vormfout

Ook voor wie niet in een god gelooft, is de vraag tot hoe ver je wilt gaan bij het selecteren van reageer-buisembryo’s een confronterende. Maar voorlopig gaat die vraag weer even in de ijskast.

DE GELOVIGE MINISTER André Rouvoet van Jeugd en Gezin moest het vorige week bij menigeen ontgelden. Wie dacht de ChristenUnie-voorman wel dat hij was door de selectie van reageerbuisem-bryo’s op bijvoorbeeld erfelijke borstkanker tegen te houden? God soms?
Rouvoet was kwaad geworden toen hij ontdekte dat PVDA-staatssecretaris Jet Bussemaker van Volks-gezondheid een brief naar de Tweede Kamer had gestuurd over wat officieel preïmplantatie genetische diagnostiek heet: het selecteren van via ivf verkregen embryo’s op erfelijke ziektes.
Selectie van reageerbuisembryo’s is in Nederland al enkele jaren mogelijk voor ouders met in de familie bijvoorbeeld de ziekte van Huntington, een ongeneeslijke ziekte die zich honderd procent zeker voor-doet als een embryo het gemuteerde gen heeft geërfd. Bussemaker deelde in haar brief mee die selec-tie ook mogelijk te willen maken voor erfelijke kanker, waarvan niet honderd procent zeker is dat deze zich zal voordoen als een embryo het gemuteerde gen heeft.
Rouvoet was om twee redenen verbolgen. In wat staatssecretaris Bussemaker in neutrale bewoordin-gen ‘een aanpassing’ van de reeds toegestane praktijk noemt, ziet hij een verruiming van de selectie-mogelijkheden. Daar is hij het op grond van zijn geloof niet mee eens. Bovendien was hij er kwaad over dat hij noch andere leden van het kabinet erin waren gekend. Vrijdag moest Bussemaker haar brief te-rugnemen. Formeel alleen omdat ze haar medebewindspersonen er buiten had gehouden.
Waarom deed Bussemaker dat? Het kan zijn dat ze de wijziging inderdaad zag als slechts een geringe aanpassing van de bestaande praktijk, meer een technische wijziging dan een inhoudelijke, waarover ze bovendien geen klachten gekregen zou hebben van de CU-hoogleraar die in haar consultatiegroep zat. In dat geval heeft ze geen goede politieke antenne. Deel uitmakend van een kabinet met twee partijen die een C in hun naam dragen, had ze beter moeten weten.
Maar het is moeilijk te geloven dat Bussemaker zo naïef was. Want is er wel slechts sprake van een technische aanpassing? Tot nu toe is selectie toegestaan wanneer de kans dat een vreselijke ziekte zich vóór het zeventigste jaar voordoet honderd procent is. Bussemaker wilde dat ook toestaan als die kans bijvoorbeeld gemiddeld 65 procent is, zoals bij erfelijke borstkanker. De vervolgvraag is dan of er wederom slechts sprake is van een aanpassing als selectie wordt toegestaan bij erfelijke ziektes die zich in bijvoorbeeld veertig procent van de gevallen daadwerkelijk zullen voordoen.
Wat Bussemaker eigenlijk op tafel heeft gelegd, is de vraag of we als samenleving een nieuwe grens aan de selectie van reageerbuisembryo’s wenselijk vinden. Wie in een god gelooft, trekt die grens mo-gelijk op grond van geboden en heeft een nee als antwoord. Maar wie geen god kent, zal die vraag op eigen kracht moeten beantwoorden en dat antwoord moeten kunnen beargumenteren. Zowel bij een ja als bij een nee.
Bij een nee is de wedervraag waarom ouders een kind zonder erfelijke ziekte wordt onthouden. Bij een ja is de vervolgvraag waar die grens dan ligt. Daar achter doemt de vraag op of we, als dat in de toe-komst medisch-technisch mogelijk zou zijn, alle erfelijke ziektes door selectie willen uitbannen. Of alleen ziektes die een vervroegde dood tot gevolg kunnen hebben? Hoe groot moet dan de kans zijn dat de dood er ook inderdaad op volgt? Zeventig procent, twintig procent?
Wie vindt dat embryoselectie op erfelijke ziekte een eigen keuze is, moet zich hebben afgevraagd of er in de praktijk wel echt sprake zal zijn van een vrije keuze. Hoe zal de samenleving reageren op mensen die dan toch kinderen hebben die een erfelijke ziekte krijgen? Worden die met de nek aangekeken, om-dat ze dat kind immers hadden kunnen voorkomen? Wil de samenleving de kosten voor die ‘over zich-zelf afgeroepen’ ziekte dan nog dragen? Deze vragen stellen is niet ze beantwoorden, maar de reikwijd-te van het onderwerp schetsen.
Bussemaker wist dat de ChristenUnie alleen in het kabinet wilde als de medische ethiek niet zou op-schuiven richting maakbaarheid. Mogelijk heeft de staatssecretaris, nadat ze de meningen in de consul-tatiegroep had gehoord, gedacht toch wat te kunnen bereiken voor ouders met een erfelijke vorm van kanker, wetende dat ze voor deze specifieke, kleine stap een Kamermeerderheid zou krijgen. Bij verzet van de ChristenUnie zou deze kleine fractie dan het verwijt krijgen tegen de wil van de democratische meerderheid in ouders de mogelijkheid te onthouden een dochter borstkanker te besparen.
Hoe groot is de kans dat de kleinste regeringspartij dat verwijt daadwerkelijk durft te trotseren? Dat kan grote politieke gevolgen hebben. Zeker nu PVDA-leider Wouter Bos er op zijn beurt ook een principe-kwestie van heeft gemaakt. Hoe ver beide partijen in dit conflict willen gaan, zullen we voorlopig niet we-ten. Door de gevolgde werkwijze heeft Rouvoet vooralsnog aan een vormfout van Bussemaker genoeg gehad. De inhoudelijke discussie in de Kamer komt mogelijk later. Moeten ze er eerst in het kabinet uit-komen.