Vormt de Gülen-beweging een bedreiging voor de integratie?

In de zomer van 2008 stelden de Tweede-Kamerleden Sadet Karabulut (SP) en Madeleine van Toorenburg Kamervragen over de Turkse Gülen-beweging. Zou deze beweging – die handelt naar de inzichten van de soefistisch-islamitische prediker Fethullah Gülen – de integratie van Turkse Nederlanders belemmeren?

De vragen volgden na een uitzending van het actualiteitenprogramma Nova waarin onderwijsinstellingen van de Nederlandse Gülen-beweging beticht werden van indoctrinatie; ook zou de beweging een heimelijke islamiseringsagenda hebben. ‘Het kabinet heeft geen aanwijzingen dat door Fethullah Gülen geïnspireerde onderwijsinstellingen
een voedingsbodem vormen voor radicalisering’, antwoordde toenmalig minister van Wonen, Wijken en Integratie Ella Vogelaar. In 2009 was de AIVD wat duidelijker over de Gülen-beweging en verklaarde bij monde van toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Guusje ter Horst dat ‘de AIVD geen concrete aanwijzingen [heeft] dat de Gülen-beweging niet integratief zou zijn of betrokken zou zijn bij steun aan terrorisme of religieuze radicalisering’. Om meer zekerheid over de Gülen-beweging te krijgen gelastte toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Eberhard van der Laan een academisch onderzoek naar de beweging. Dat rapport verscheen eind 2010, en het schetst het beeld van een sociaal-conservatieve beweging met een naar binnen gekeerde houding en een ondoorzichtige organisatiestructuur. Tegelijkertijd wordt het punt gemaakt dat leden van de Gülen-beweging maatschappelijk vaak zeer geslaagd zijn en dus in die zin geen belemmering voor de integratie vormen.
Toch komt de Gülen-beweging maar moeilijk af van het stigma een enge, geheimzinnige club te zijn die jongeren indoctrineert en overal de wet van de islam wil implementeren. Zo was er vorig jaar weer consternatie over de Gülen-beweging na een Nieuwsuur-uitzending over de internaten/studiehuizen van de beweging. Onder meer naar aanleiding van deze uitzending liet minister Lodewijk Asscher op het laatste moment verstek gaan bij de lancering van de Gülen-geïnspireerde Turks-Nederlandse krant Zaman Vandaag. Alsof dat nog niet genoeg was werd de Gülen-beweging daarna alsnog toegevoegd aan een onderzoek – eind deze maand te verschijnen – dat Asscher een paar dagen eerder had gelast naar een aantal Turkse islamitische organisaties (Diyanet, Milli Görüs, Suleymanci). Het onderzoek moet uitwijzen of deze organisaties ‘parallelle gemeenschappen’ in de hand werken. De Gülen-beweging was in eerste instantie hier buiten gelaten omdat eerdere onderzoeken al hadden uitgewezen dat ze niet integratiebelemmerend is. Maar nu moet de Gülen-beweging alsnog bewijzen dat ze geen integratie ondermijnende beweging is. Asscher lijkt deze derde inspectie van de Gülen-beweging zelf ook overbodig te vinden, zo blijkt uit de antwoorden die hij onlangs gaf op de zoveelste Kamervragen naar de Gülen-beweging. Aanleiding voor die vragen was al weer een tv-uitzending (EenVandaag) waarin de Gülen-beweging van schimmige motieven werd beschuldigd.
Asscher: ‘Er zijn geen aanwijzingen dat de Gülen-beweging streeft naar islamisering van de samenleving. Uit het reeds aangehaalde onderzoeksrapport De Fethullah Gülen-beweging in Nederland uit 2010 is gebleken dat er geen directe bewijzen zijn waaruit blijkt dat de Gülen-beweging een bedreiging vormt voor de integratie in Nederland of dat de beweging er een geheime agenda op nahoudt. (…) Vroegere studenten en aanhangers van de Gülen-beweging beheersen de Nederlandse taal goed en kunnen zich goed redden op de arbeidsmarkt.’
Waarom de Gülen-beweging dan toch in dit derde onderzoek wordt meegenomen? Volgens Mehmet Cerit, hoofdredacteur van Zaman Vandaag, zijn daar twee redenen voor. Eén: het ongemak dat men in Nederland heeft met moderne, succesvolle moslims. Twee: de Gülen-beweging in Nederland wordt vooral verdacht gemaakt door ‘extreem-seculiere Turken’ en ‘Koerden’ die niets moeten hebben van het islamitische karakter van de Gülen-beweging. Zij zijn het volgens Cerit die al jaren ten onrechte de aandacht vanuit de media en de politiek op de Gülen-beweging gericht weten te houden. In het artikel over Zaman Vandaag dat deze week in De Groene staat gaat Cerit verder in op de aantijgingen en verdachtmakingen vanuit deze hoek.