Marie Arana

Vormveranderaar

Marie Arana
De papiermaker van de Amazone
Uit het Amerikaans (Cellophane, 2006) vertaald door Jeannet Dekker, Artemis, 420 blz., € 19,95

Het idee is een Fitzcarraldo waardig: die liet een stoomschip over een berg heen sjouwen; ingenieur Victor Sobrevilla Paniagua laadt een papierfabriek op drie rivierschuiten. In een verloren hoek van het amazonewoud in Peru fabriceert hij twintig jaar lang pakpapier, uit hennep, jute, maïs, gras – hij kan uit alle planten papier maken. Als achttienjarige student was hij op het idee gekomen door wat hij in een etalage zag, onder meer een affiche over het IJzeren Huis dat Eiffel vanuit Parijs naar Zuid-Amerika transporteerde. Victor, de vormveranderaar genoemd omdat hij elk ding weer tot iets anders weet om te toveren (van lege kokosnoten maakt hij een irrigatiesysteem), ontdekt twintig jaar later (1952) hoe hij met ongeveer dezelfde machines doorzichtig papier kan maken, cellofaan. Tot dan is de haciënda Floralinda voor zijn gezin en alle andere bewoners een idyllische wijkplaats. Maar met het doorzichtige papier wordt veel meer doorzichtig: opeens heeft iedereen de onbedwingbare neiging geheimen te openbaren. De vrouw des huizes blijkt de dochter van een priester, de familie heeft Chinese koelies als voorouders, een huislerares wordt door meerderen begeerd, et cetera. De waarheid is een ziekte, de begeerte werkt aanstekelijk, wat lastig kan zijn in zo’n kleine gemeenschap.

Een plaag van tongen werd gevolgd door een plaag van harten om uit te lopen op een plaag van opstand. Het laatste stadium wordt een beetje afgeraffeld: de arbeiders die in opstand komen weten amper wat ze aanrichten. Dat weten de militairen die in het paradijs binnendringen evenmin, maar zij opereren namens de nieuwe regering ver weg – zodra die buitenwereld in zicht komt, begint het verval. Dat het om een botsing tussen een oude feodale en een moderne niets en niemand sparende wereld gaat, wordt gelukkig in de roman niet uitgelegd, hooguit gesuggereerd en vooral in het verwarde midden gelaten. De boodschap is ook niet dat meneer Victor zich beter maar de rest van zijn leven aan het grijze pakpapier had kunnen houden. Op zich is het cellofaan iets wonderlijks – aan die uitvinding ligt het niet. En van de onverbeterlijke dromer Victor maakt Marie Arana een aandoenlijk warhoofdige tovenaar. Zeker voor een eerste boek een knappe prestatie.

Het is de eersteling van Arana, dochter van een Peruviaanse vader en een Amerikaanse moeder. Op haar tiende kwam ze uit Peru in de VS, is editor van de Washington Post en auteur van American Chica (2001), een familiegeschiedenis waaraan ze voor deze roman het een en ander ontleend zou hebben.