Vortex

Niet Wilders’ succes is het raadsel. Het raadsel is waarom het ‘verstandige’ middenpartijen als CDA, PvdA en VVD maar niet lukt om te ontsnappen aan zijn ideologische vortex.

Zelden hebben de drie grote middenpartijen het electorale sentiment slechter aangevoeld dan tijdens deze verkiezingen. Als je VVD, CDA en PvdA mag geloven zijn er maar twee onderwerpen waar Nederlanders warm voor lopen en dat zijn normen en waarden en de Nederlandse identiteit. En eigenlijk is dat maar één onderwerp: red Kerstmis en Zwarte Piet en knikker al die vermaledijde heidenen zo snel mogelijk het land uit.

Het is de rode draad in de stuitend platvloerse campagne van de VVD. Het begon met die affreuze brief van Rutte, waarin ‘normaal doen’ als het exclusieve domein van de kaaskop werd neergezet en iedere migrant van de weeromstuit als abnormaal werd uitgesloten van deelname aan het maatschappelijk verkeer. ‘Normaal. Doen’ – het is de leuze van een ideologisch sterfhuis en typerend voor de rot in wat ooit ‘staatsdragende’ partijen waren.

Want ook de PvdA kan er wat van. Asschers ‘progressief patriottisme’ pruttelt precies dezelfde neonationalistische uitsluitingsgeluiden als de VVD. Zij het niet met een beroep op een of andere vage normaliteit maar op herstel van de bescherming van werknemers waar minister Asscher zich de afgelopen vier jaar nauwelijks om heeft bekommerd. Het levert het schizofrene beeld op van een politicus die wanhopig tegen zichzelf opponeert. Maar zijn wanhoop siert hem: Asscher heeft tenminste een geheugen. Iets wat partijgenoot Dijsselbloem ten enenmale mist.

Het absolute dieptepunt is de campagne van het CDA. Twee weken geleden bestond Buma het om in Buitenhof met veel aplomb het alleenrecht op moraliteit te claimen. Het eindigde met een tien minuten durende filippica tegen wietgebruik. Alsof er in een land als Nederland niets anders is om je over op te winden.

Bijvoorbeeld: moreel gelobotomiseerde fiscalisten die met het ministerie van Financiën in Nederland het grootste belastingparadijs voor multinationals ter wereld hebben opgetuigd. Of een bioindustrie die er jaarlijks vijfhonderd miljoen dieren doorheen draait, het leefklimaat naar de verdommenis helpt, dierziektes onder burgers verspreidt en nog altijd politieke steun geniet voor verdere schaalvergroting. Of een energiesector die decennialang Groningen heeft geplunderd, zich niet verantwoordelijk houdt voor de aardbevingen die er plaatsvinden en elke poging tot verduurzaming al jaren blokkeert. Of een zorgsector waar de kostenstijging tot staan is gebracht door aan de onderkant honderdduizend kwetsbaren te lozen terwijl aan de bovenkant oud-politici salarissen van vier ton blijven toucheren.

Niets daarvan. De brave borst wilde het over wiet en schoolprestaties hebben en lanceerde in De Telegraaf het plannetje om Nederlandse kinderen te verplichten staand het Wilhelmus te leren zingen. Geen idee welk probleem het moet oplossen. Maakt het memoriseren van een oude geuzentekst kinderen tot deugdzamer burgers die minder snel jointjes roken? Dit is het intellectuele niveau van een partij die een cruciale bijdrage heeft geleverd aan het institutionele weefsel van het moderne Nederland. Het is om te janken.

Het is illustratief voor een politiek speelveld waarvan Wilders nu al elf jaar de grenzen bepaalt en bewaakt. Met zijn minimalistische politiek en zijn non-conformistische stijl heeft hij het electorale ongenoegen over stijgende zorgkosten, toenemende woonlasten, afbrokkelende zekerheden en een corrupte politieke kaste weten te mobileren voor een strijd op leven en dood tegen het hersenspinsel dat islamisering van Nederland heet.

Niet Wilders’ succes is het raadsel. Het raadsel is waarom het ‘verstandige’ middenpartijen als CDA, PvdA en VVD maar niet lukt om te ontsnappen aan zijn ideologische vortex. Een deel van het antwoord ligt besloten in het schaamteloze opportunisme van postideologische coalitiepolitiek. Je moet als politicus een ruggengraat van pap hebben om eerst in bloedrode poëzie campagne te kunnen voeren en vervolgens in blazerblauw proza te gaan regeren.

Maar vergeet ook de rol van de media niet. Bemensd door afgestudeerden in de cultuurwetenschappen zijn redacties bolwerken van culturalisme geworden. Het levert verkiezingsdebatten op waarin lijsttrekkers zich moeten buigen over de stelling dat Nederland zijn cultuur onvoldoende heeft beschermd. Welk beneveld brein verzint zoiets? Als je ernaar vraagt krijg je te horen dat dit nu eenmaal is wat kijkers willen zien. Daarbij gemakshalve vergetend dat diezelfde kijker het product is van een dieet van twintig jaar geculturaliseerde kul. Zo houdt iedereen elkaar via de band van die mythische kijker nu al jarenlang gevangen op het speelveld dat Wilders heeft afgekrijt. En dreigt de PVV de verkiezingen te winnen met de goedkoopste campagne ooit. Het is voor burgers een vervreemdende ervaring. Met een beroep op hen draaien politici nu al jaren om de echte problemen heen.