Voskuils fictie

Iedereen wil weten hoe het werkt. Wat het recept is om van een boek een hype te maken. Lees een interview met een succesvol uitgever en het draait altijd uit op die ene vraag: hoe maak je een bestseller. Het antwoord luidt steevast: een bestseller laat zich niet maken, een hype zich niet regisseren. Soms worden van een boek sluipend, zonder dat de kranten er een letter aan besteden, honderdduizend exemplaren verkocht. Zie Anna, Hanna en Johanna, nummer twee in de top honderd van best verkochte boeken van het afgelopen jaar. Soms is een boek een warm broodje zonder dat de uitgever moeite hoeft te doen. Bijna altijd is dan waargebeurd menselijk drama vrijwel onverhuld in boekvorm gestold. Zie I.M., nummer vier in dezelfde top honderd.

Toch is het niet waar. Uitgevers hebben wel degelijk de macht te hypen, dat heeft de afgelopen week geleerd. Natuurlijk waren de omstandigheden gunstig: het boek was het vijfde deel in een aandachttrekkende reeks. De strategie was er niet minder briljant om: kondig ruim van tevoren aan wanneer het boek verkocht mag worden, maar zorg dat het boek al weken daarvoor bij de media ligt en al dagen van tevoren bij de boekhandel. Zeg streng aan wie het maar wil horen dat er voor vrijdagochtend tien uur stipt geen boek over de toonbank mag. Doe kortom alsof er schaarste heerst in deze tijd van overvloed. En de media doen de rest. De media verkondigden pure fictie afgelopen week. Er stonden geen trappelende Voskuillezers bij de kassa’s, er stonden alleen journalisten. Niet dat dat er iets toe deed, de smachtende Voskuilverslaafden werden hoe dan ook in elke krant breeduit opgevoerd. Het resultaat: het fictieve gehalte van de kranteberichten was hoger dan dat van Het bureau.