Media

Vox Populi

Met het voorlopige akkoord tussen PVV, VVD en CDA lijkt Nederland aan de vooravond te staan van een fundamentele verandering in de politieke verhoudingen. Minder fris uitgedrukt: nu de etterende wond in de politieke cultuur, die negen jaar geleden werd opgelopen met de aanslag op het WTC en de verpletterende opkomst van Fortuyn, eindelijk is gebroken, lijkt de Nederlandse politiek definitief in de greep van culturele in plaats van sociale of economische tegenstellingen.
Nederland is niet het enige land waar de politiek zich meer en meer laat vatten in termen van een culture clash, waarbij verschillen in denken en leven, wereld- en mensbeeld, woonplaats en opleiding bepalender zijn dan inkomen of positie. Het stemgedrag laat in dat opzicht weinig aan duidelijkheid te wensen over, zoals onlangs bleek uit de analyse van de uitslagen per stembureau door NRC Handelsblad. Zo blijkt de PVV binnen de universitaire wereld vrijwel geen aanhang te hebben. De Nederlandse journalistiek heeft zich vanaf het begin geen raad geweten met het specifiek culturele karakter van deze politieke crisis. Hier en daar leidde dat tot zwalkend meewaaien of meedeinen, al dan niet uit angst, dan wel tot halfslachtige oordelen en slechte analyses. Vooral de eerste jaren was er bovendien sprake van een vorm van collectieve zelfbeschuldiging: de journalisten zouden door hun elitaire houding en werkwijze zelf ‘schuld’ dragen aan de vertrouwenscrisis. Om diezelfde reden, zo luidde de kritiek, zou het publiek 'genoeg hebben’ van kranten en andere vormen van serieuze journalistiek - een flagrante drogreden, die niet alleen voorbij ging aan allerlei technologische ontwikkelingen, maar vooral ook aan veel eerder begonnen, niet minder ingrijpende veranderingen in het aanbod van nieuws en informatie. Zo begon de achteruitgang van de dagbladen, uitgedrukt in bereik van huishoudens, al in de jaren zeventig. Veel mensen hadden genoeg aan huis-aan-huisbladen, tijdschriften, televisie en lokale media.
Vanuit dat perspectief bezien valt er veel voor te zeggen dat de crisis in de politieke cultuur en de problemen in de serieuze journalistiek verschillende kanten van dezelfde medaille vormen. In andere landen, te beginnen met de VS, zijn dezelfde ontwikkelingen waar te nemen: terwijl de serieuze journalistieke media steeds vaker een betrekkelijk marginale plaats innemen, vieren ultrapartijdige radio- en televisiestations en radicale blogs hoogtij. Al zijn de zelfbeschuldigingen wat verstomd, aan het angstvallig meedraaien en meedeinen is nog geen einde gekomen. In het vakblad Villamedia Magazine maakte de oud-hoofdredacteur van het Brabants Dagblad Tony van der Meulen zich onlangs boos over de onderdanigheid van de media tegenover Wilders: van serieuze politieke interviews was in de aanloop naar de verkiezingen geen sprake geweest, aldus Van der Meulen. Het lijkt erop dat veel serieuze media eenvoudigweg bang zijn.
Ook de televisie heeft zich op dit punt niet onbetuigd gelaten. Zo liet het NOS Journaal op de eerste dag van de gesprekken over een Paars-plus-combinatie verontwaardigde PVV-stemmers op straat hun beklag doen, alsof ze de absolute meerderheid hadden gewonnen en nu gepasseerd waren. Ondenkbaar dat SP-aanhangers vier jaar geleden na hún verloren overwinning dezelfde eer te beurt was gevallen, of dat afgelopen weekend, na het voorlopige rechtse akkoord, teleurgestelde of mogelijk beschaamde Nederlanders, vermoedelijk toch een flinke meerderheid, waren geïnterviewd.
Sinds jaren is de vox populi in de media niet alleen sterk eenzijdig gekleurd, maar vrijwel altijd ook ongenuanceerd, rauw, plat - een soort journalistiek cliché, zowel naar vorm als naar inhoud en toon. Vandaar is het ook maar een kleine stap naar de idee van de politieke crisis als een culture clash: het directe taalgebruik en de eenduidige meningen, vooral in radio- en televisieprogramma’s, versterken het gevoel van onoverbrugbare verschillen in denk- en leefwereld.
En zo heeft de journalistiek een flinke bijdrage geleverd aan de verandering van de politieke verhoudingen, waarvan het huidige akkoord de vrucht is. Met een onheilspellend vooruitzicht: Wilders, die wel de macht maar niet de verantwoordelijkheid krijgt en onverminderd de trom kan blijven roeren, terwijl het CDA, dat wederom de verknochtheid aan het pluche zwaarder laat wegen dan de toekomst van de eigen partij, wordt leeggegeten.
Nu de - overigens volstrekt illusoire - optie van Paars-plus inderdaad kansloos is gebleken en een brede coalitie van vier of vijf partijen op weinig enthousiasme mag rekenen, is de vorming van een rechts machtsblok niet langer denkbeeldig. In die omstandigheden is het politieke midden gedoemd te verdwijnen: de vorming van zo'n regering is immers niets anders dan een bestendiging, of misschien beter een bezegeling van de nu al tien jaar sluimerende politiek-culturele tweedeling van Nederland. Maar dan wordt het ook hard tegen hard. Ook in de media.