Toneel-Blue Remembered Hills

Vraatzuchtige gretigheid

Dennis Potter (1935-1994) was een schrijver van televisiedrama. Midden in zijn omvangrijke oeuvre prijkt het single play Blue Remembered Hills (1979). Het script draait om wrede kinderspelletjes in het oorlogsjaar 1943. De zeven kinderen werden indertijd gespeeld door zeven volwassen toneelspelers - waaronder Helen Mirren met Pippi Langkous-vlechtjes. Potter werkte het scenario later om tot een toneelstuk, dat onlangs op Oerol weer was te zien door de Vlaamse formatie de Roovers. Vorige week, in het Internationaal Theaterscholen Festival ITs, werd het gespeeld door de afstudeerklas van de Arnhemse Toneelschool. Op een speelvloer van kunstgras, met rechts een pierenbad vol plastic speeltuig, links een konijnenhok op poten. Potters plot beschrijft hoe de kinderen de oorlog van hun ouders na-apen met middelen die al snel pijnlijk lijken op het origineel: oorlogswreedheid en marteling, eerst via taal, meteen gevolgd door fysiek geweld. De taal van Dennis Potter ís een hardhandige. Ik heb met open mond zitten kijken naar de bijna vraatzuchtige gretigheid waarmee deze zes meiden en die ene jongen zich van hun personages meester maakten, alsof ze eerst mekaar gingen opvreten om daarna aan de eerste rij publiek te beginnen.
Regisseur Sarah Moeremans heeft een mooi platform gecreëerd waarop de vertelling en de afzonderlijke kwaliteiten van de toneelspelers recht werd gedaan. Behoudens dat er is geactualiseerd. De Tweede Wereldoorlog en de panische kinderangst voor een invasie van Italiaanse macaronivreters onder leiding van ene Benito, werd hier vervangen door eigentijdse terroristenangst. Had van mij niet gehoeven, omdat tijdloze zeggingskracht met goedkope anekdotes dreigde te worden dichtgesmeerd. Maar goed, niet zeuren: ook het rijden op scheve schaatsen hoort bij het leren van het theatervak.
Tweede voorbeeld uit een overvol festivalprogramma. Mark Ravenhill (1966, schrijver van onder andere Shopping and Fucking) schreef in 2006 The Cut. Het stuk lijkt een kruising tussen de politiek gearticuleerde teksten van Harold Pinter en de morbide horror van Sarah Kane. We maken kennis met een ambtenaar die werkt voor een geheim departement binnen een niet nader aangeduid totalitair regime. Zijn voornaamste taak is het volvoeren van een operatie die The Cut wordt genoemd, een mix van chirurgie en marteling, een incisie in de hersens, lobotomie zonder verdoving, een ingreep die de nazi’s in Dachau toepasten om homoseksuelen ‘te normaliseren’. We zien in de openingsscène hoe de ambtenaar omgaat met een potentiële 'klant’, een jonge, verwarde man, die bijna smeekt om geholpen te worden. In de voorstelling die Julie van den Berghe (na een studie toneelregie aan de Amsterdamse Theaterschool) van dit stuk maakte, onder de titel De Coup/e, is die opening een intrigerende en spannende scène geworden, tussen Steven van Watermeulen en Jan-Paul Buijs. Goeie casting is het halve werk van de regisseur! De handeling breidt zich vervolgens uit naar de familie van de door zelftwijfel gekwelde ambtenaar, waar we kennismaken met zijn vrouw en zijn voor het maatschappelijk verzet kiezende dochter Stephanie, in het origineel overigens een zoon.
Als stuk hinkepoot The Cut volgens mij op erg veel gedachten tegelijk, maar de regie deed dappere pogingen de teugels strak te houden. Ik verliet de voorstelling in de war, ze liet me niet meer los. Je zou willen terugkomen, rustig met de makers van gedachten wisselen. En op zichzelf kon dat ook. En ook weer niet. Omdat het ITs-festival met het jaar rumoeriger lijkt te worden, compleet met prijzen en andere opgewonden standjes. Mag het wat contemplatiever? Of is het dan allemaal niet hip genoeg meer?