© Joost Joossens/ DasMag

Gelooft u in de liefde?
Ja. Omdat ik best wel vaak cynisch over de liefde heb geschreven, stellen mensen mij deze vraag wel eens. En dan merk ik dat ze al denken dat ik ‘nee’ ga zeggen. Maar ik ben eigenlijk heel romantisch aangelegd. Ik blijf er keer op keer in geloven. Het is een paar keer mislukt, maar het bestaat wel. Niet in de liefde geloven, dat is net alsof je zegt: ik geloof niet in het leven.

En liefde op het eerste gezicht?
Nee. Ik geloof wel in geilheid op het eerste gezicht. Maar niet dat je meteen al aan iemand kan zien: wij kunnen die diepte in, of wij passen bij elkaar. Ik denk zelfs dat het eerste gezicht daar soms bij in de weg staat. Ik heb zelf vaak een vooroordeel over hoe iemand is als ik ze voor het eerst zie. Ik ben wel een keer verliefd geworden op een rug. Het was een barmeisje in Istanbul en toen ik haar rug zag, dacht ik: ik wil haar vasthouden.

Wat was uw eerste literaire liefde?
Mijn eerste literaire liefde was een boek zonder tekst. Dat heet Monkie, over een knuffel die kwijtraakt. Mijn vader verzon dat verhaal. Ik kon niet wachten tot ik zelf kon lezen, omdat het mijn lievelingsboek was. En toen ik eenmaal woordjes leerde en dat boek erbij pakte, zag ik: dit zijn alleen maar plaatjes. Maar dat was ook wel het begin van mijn liefde voor literatuur, omdat ik toen begreep: mijn vader heeft dit zelf bedacht. Je kan iets zien en het verhaal er zelf bij bedenken.

In De groef is ‘houvast’ een terugkerend thema. Is liefde voor u houvast?
Houvast is voor mij een lichaam. Liefde is zo abstract. Iemand bij je hebben die je vertrouwt, dat is voor mij houvast. Ik wil iemand vasthouden en dat iemand mij vasthoudt. Met heel veel dingen in het leven kun je uitzoomen en dan wordt het iets groots, iets wat je niet kunt vastpakken. Ik ben opgegroeid aan de rand van de polder en daar liep ik altijd over die oneindige vlakte. Dan vond ik het altijd heel fijn als er op een gegeven moment een boom stond, om naartoe te lopen. Zo is de liefde ook groot en oneindig, maar dan is er in het middelpunt daarvan wel een lichaam, om vast te houden.

Heeft u wel eens romantiek op het Boekenbal meegemaakt?
Ik ben daar niet iemand tegengekomen, maar ik heb wel eens een geliefde meegenomen en twee jaar geleden werd ik zelf meegenomen door mijn toenmalige geliefde. Het was de laatste dag voor de eerste lockdown. Dat kon je voelen. Daardoor was het plotseling heel geconcentreerd. En wild. We hebben een vriendin naar binnen gesmokkeld. En iemand sms’te de volgende dag: mijn hoogtepunt van de avond was wel dat jij samen met je vriendin uit de mannen-wc stapte. Op het Boekenbal is iedereen altijd een beetje met elkaar aan het klooien, maar romantiek zou ik het niet noemen. Het is bijna koketterie. Iedereen is gewoon dronken en daar kan zogenaamd alles.

Welke seksscène is u altijd bijgebleven?
Ik zeg dit altijd, maar ik hou heel erg van Turks fruit. Dat hele onbeschaamde, vieze. Dat zie je niet vaak meer. Het was nieuw en het blijft wat mij betreft nieuw. Er wordt over seksscènes soms wat schamper gedaan, alsof dat alleen maar heel plat en eendimensionaal is. Dat zegt ook iets over de seksuele beleving van de lezer, denk ik dan. Wat Jan Wolkers heel knap heeft gedaan is dat hij dat smerige en harde, bijna pornografische, weet te koppelen aan liefde en verlangen. Het is heel vaak óf het een óf het ander. Als seksscènes alleen maar gaan over het zachte en het tedere, word ik daar ook niet goed van, want dan denk ik: je hebt toch ook gewoon lust?

Is de liefde eigenlijk al dat verdriet, dat u beschrijft in De groef, waard?
Ja. Het is af en toe wel een lijdensweg, dat geef ik toe. Ik begin ook direct met mijn handen te friemelen, zie je? Ik zei gisteren nog tegen mijn vriendin: ik vind het wel veel makkelijker alleen. Als je met iemand bent, is het idee dat je elkaar sterker maakt, en het maakt me ook wel sterker maar ik vóél me zwakker. Omdat ik bang ben dat ik het kwijt kan raken, of door de mand kan vallen. Ik voel me heel kwetsbaar. Maar ik vind het het wel waard. Dat staat ook in De groef, een sms’je van Connie met: lieverd, beloof me dat je je hart weer laat breken? En ja tuurlijk, wat moet je anders? De liefde uit de weg gaan is net als het leven uit de weg gaan. Maxim Februari zei een keer: ‘Als je honderd procent veilig wil vliegen, moet je niet gaan vliegen.’ Zo is de liefde ook.

Hoe voelt het om verliefd te zijn?
Zo belachelijk en idioot. Alsof je helemaal uit de realiteit geslingerd wordt. En dat is heel fijn en heerlijk, als een kleuter en alsof je drugs gebruikt hebt. Maar ook alsof je niet kunt functioneren en alsof je hersenen niet meer werken, en je lichaam. Het is ook heel vervelend voor andere mensen om verliefde mensen te zien. Dus ik schaam me dan altijd heel erg tegenover mijn vrienden. Verliefd zijn is een soort heerlijke schaamte, maar ook een afgrijselijke angst, en een vrolijke idioterie. En het voelt elke keer weer alsof het je eerste liefde is.

Romeo en Julia of Medea?
Romeo en Julia. Omdat ik het mooi vindt, dat dramatische van niet bij elkaar kunnen zijn, maar ondanks alles van elkaar houden.

Emily Dickinson of Sylvia Plath?
Sylvia Plath. Nee, wacht. Emily Dickinson. Nou. Nee, allebei.

Romcoms of romantische kostuumdrama’s?
Van romcoms hou ik sowieso niet. Van kostuumdrama’s ook niet, maar je hebt dus heel veel lesbische romantische kostuumdrama’s. En dan zijn ze altijd heel dramatisch over kliffen aan het rennen en kunnen ze nooit bij elkaar zijn. Die kostuumdrama’s zijn een gimmick in de lesbische scene. Dat vind ik wel grappig. Dus dan kies ik die.