Tegenstrijdige verklaringen Van Aartsen en Jorritsma

Vragen over de wapenexport

AMSTERDAM – Vanmiddag dient voor de rechtbank in Den Haag een kort geding van 21 maatschappelijke organisaties tegen de Nederlandse overheid. De eisers – waaronder de Socialistische Partij, Pax Christi, IKV, Novib en de Campagne tegen Wapenhandel – willen dat de regering alle export en doorvoer van militaire goederen naar Israël stopzet. De demissionaire ministers van Buitenlandse Zaken en Economische Zaken, Van Aartsen en Jorritsma, hebben hierover vorige maand tegenstrijdige verklaringen afgelegd.

Nederland mag niet meewerken aan de instandhouding van een leger dat zich ‘op substantiële schaal schuldig maakt aan het schenden van internationale (rechts)normen’, aldus de dagvaarding. Onder verwijzing naar de rapportage van EU-gezanten en mensenrechtenorganisaties stellen zij dat het Israëlische leger zich in de bezette gebieden onder meer schuldig maakt aan standrechtelijke executies, willekeurige deportatie, marteling en aanvallen op ziekenhuizen. Naar aanleiding van de Israëlische inval op de Westelijke Jordaanoever besloten de EU-lidstaten op 18 april tot een ‘restrictief beleid’ inzake de uitvoer van militaire goederen naar Israël.

Enkele dagen later sneuvelde in Den Haag een kamermotie van PvdA en D66 die onder meer opriep tot een tijdelijk wapenembargo tegen Israël. Volgens buitenlandminister Van Aartsen was een embargo overbodig aangezien Nederland ‘momenteel geen wapens levert aan de regio omdat het om een spanningsgebied gaat’. Die uitspraak was opmerkelijk, omdat de Nederlandse regering het Midden-Oosten nooit eerder tot spanningsgebied heeft uitgeroepen. Hij is bovendien in strijd met een brief van minister Jorritsma van Economische Zaken van 26 april, gericht aan de 21 organisaties, waarin zij stelt dat de voor dit jaar verleende wapenexportvergunningen niet worden ingetrokken. Net als in de meeste andere EU-landen is de verlening van wapenexportvergunningen in Nederland geheim. Economische Zaken verleent vergunningen voor de duur van een jaar en geeft de cijfers pas na afloop vrij. De geaggregeerde vorm waarin die cijfers worden aangeboden, geeft weinig uitsluitsel over de aard en omvang van de leveranties. Voorzover bekend gaf Nederland de afgelopen tien jaar toestemming voor wapenleveranties aan Israël ter waarde van 45 miljoen euro.

Op 23 april vroegen de 21 organisaties in een brief aan minister Jorritsma van EZ om opening van zaken. In haar antwoord schreef Jorritsma dat zij ‘in beginsel’ geen nieuwe vergunningen verleent voor de wapenexport naar Israël, maar dat de lopende vergunningen van kracht blijven. ‘Intrekking van al verleende vergunningen krachtens artikel 10 van de In- en Uitvoerwet is alleen mogelijk bij noodsituaties in ons eigen land, zoals oorlogsgevaar of watersnood’, aldus de minister. ‘De situatie in het Midden-Oosten, hoe ernstig op zichzelf ook, is naar het oordeel van de regering geen grond voor het inroepen van artikel 10. Dit temeer daar er geen sprake is van een Europees of internationaal wapen embargo op Israël.’

Nederland is vanouds een belangrijke doorvoerhaven voor geheime wapenleveranties aan Israël vanuit andere landen, met name de Verenigde Staten. Ook na de Bijlmerramp van 1992, veroorzaakt door een El Al-toestel dat militaire goederen vervoerde, bleek het onmogelijk de aard en omvang van de leveranties boven tafel te krijgen.