Idfa Wrong Time, Wrong Place

Vragen over het lot

De openingsfilm van het Idfa is dit jaar van John Appel, over de levens van mensen die slachtoffer werden van de terreurdaden van Anders Breivik in Noorwegen. Ze stuiten allen op dezelfde vraag: waarom heb ik het gered?

De documentaire Wrong Time, Wrong Place van John Appel begint met een jongen die van een rots af springt. Vlak na zijn sprong opent hij een modern valscherm, waardoor hij eruitziet als een vogel, en als een engel. Een omgekeerde Icarus. Hij scheert langs de rotswanden en de boomtoppen naar beneden. Je houdt je adem in, hij lijkt keihard op de aarde terecht te gaan komen – hij tart het lot. Eén verkeerde beweging en hij is dood.

Wrong Time, Wrong Place volgt de levens van een aantal mensen die slachtoffer werden van de aanslag van Anders Breivik, vorig jaar 22 juli: een man die in Oslo in het regerings­gebouw aanwezig was, een meisje wier vriendin in Utøya omkwam, de ouders van het omgekomen meisje dat in Georgië woonde, een jongen die op de pont zat en Breivik zag, en een meisje uit Oeganda, dat nu in een Nederlands asiel­zoekerscentrum zit.

Met al die mensen is iets méér aan de hand dan dat ze slachtoffer van Breiviks aanslag zijn. De man die zich tijdens de aanslag in het regeringsgebouw in Oslo bevond, had net daarvoor zijn zoon verloren en is nu bijna blind. ‘Ik dacht na de dood van mijn zoon, wat kan me nog meer gebeuren, maar toen kwam 22 juli.’ En het meisje uit Oeganda was destijds twee maanden zwanger. Toen ze na de aanslag van Breivik terugging naar Oeganda om daar oppositie tegen de regering te voeren, werd er op haar gejaagd en wist ze weer net te ontsnappen. Wijzend op haar baby die nog in haar buik zit, zegt ze: ‘We survived twice… Norway and Uganda.’ Ze gaat haar baby ‘Michael’ noemen, naar een engel, want ze is ervan overtuigd dat een engel haar beschermt.

De film scharniert om één grote vraag: waarom? En specifieker: waarom ik? Waarom heb ik het gered? Waarom heb ik destijds die-en-die beslissing genomen en mijn vriendin niet? Waarom moest zo’n aardig meisje in haar rug geschoten worden op het moment dat ze het water in wilde lopen terwijl ze niet kon zwemmen? Je zoekt constant een reden; niet één reden is bevredigend.

De film beantwoordt niet de vraag: waarom pleegde Breivik deze aanslag? De naam van Breivik wordt opvallend genoeg niet genoemd. Hij komt ook maar net één seconde in beeld.

In het hart van de film zit een ruzie tussen de ouders van Tamta, het meisje uit Georgië, dat zo blij was geweest dat ze, samen met haar vriendin, naar de jonge socialisten mocht. Haar moeder is een gelovige vrouw. Ze heeft een altaar voor haar dochter gemaakt en wordt gekweld door die waarom-vraag. Ze bidt constant. Ze heeft haar eigen rituelen gevonden om Tamta te herdenken en ze heeft besloten dat je het lot toch niet kunt keren.

Dat is ook het begin van de ruzie met haar man. Zij wil een, bijna mythisch, verhaal vertellen over een taxichauffeur die ze gekend heeft. Die man kreeg een droom waarin hem voorzegd werd dat zijn tijd gekomen was en dat hij een ongeluk zou krijgen. Als hij ontwaakt, besluit hij niet naar zijn werk te gaan. Maar dan is de buurvrouw van de taxichauffeur haar sleutel vergeten. De chauffeur klimt wel over het balkon, en…

Het is een variatie op P.N. van Eyks gedicht De tuinman en de dood. Net op het moment dat de moeder wil vertellen dat de taxichauffeur van het balkon viel, schiet de vader tegen zijn vrouw uit zijn slof. Nee, het was niet het lot! Het was ‘die moordenaar’ die haar, zijn dochter, heeft gedood. Beiden hebben verschillende manieren van verwerken. Moeder zegt nog stil: ‘Iets anders zou haar hebben gedood.’ Waarna vader van woede zwijgt. Hij kan niet begrijpen dat z’n vrouw troost vindt door het sterven van hun dochter in de armen van het Lot te leggen. Er is wel degelijk een andere schuldige. Even later zien we die vader het proces van Breivik bij­wonen. We zien Breivik voor het eerst de rechtszaal binnenkomen. De camera zwenkt naar de oude vader. Hij kijkt en kijkt, en we zien hem daadwerkelijk een schok krijgen. Nooit eerder werd een siddering van afschuw zo duidelijk in beeld gebracht.

Het Lot. De draad tussen leven en dood. Het wordt ook verbeeld op het affiche van de film. Daar zien we een touw dat op knappen staat. Het is een beeld uit de film. Het touw, dat een paar keer close-up in beeld komt, is het touw van de veerpont die de slachtoffers – en Breivik – naar Utøya bracht, het is wat betreft de vormgeving ook een navelstreng die op het punt staat doorgesneden te worden. Een oversteek naar de onderwereld. In de film is het touw gelardeerd met kille ijspegels.

Op de waarom-vraag zal niemand een bevredigend antwoord vinden. Het is een vraag die we van de overlevenden uit de Tweede Wereldoorlog kennen: waarom leef ik nog en wat moet ik ermee dat ik nog leef? Hoe rechtvaardig is mijn bestaan nog? Wat is in hemelsnaam de zin van het feit dat ik nog leef, en zij niet?

Het is een vraag die schuldgevoel voedt.

Je zou willen dat Breivik deze beelden zag en er, net als ik, door geraakt zou worden.

Dat gaat vermoedelijk niet gebeuren. Hoewel, ik sluit niet uit dat het mogelijk is dat hij geroerd zou zijn als hij deze documentaire zou bekijken, maar hij zou geen spijt hebben van zijn daden. Hij heeft gedurende zijn proces geen moment blijk gegeven van spijt. Breivik heeft dan ook laten weten dat hij het zou kunnen begrijpen en aanvaarden als hij de doodstraf opgelegd had gekregen. Maar waarom deed Breivik dit, waarom koos hij kinderen uit, wat is de analyse van de over­levenden daarover? Het is die vraag waaraan John Appel helaas niet toekomt. De film stelt vragen over het Lot, laat misschien zelfs de zinloosheid van rituelen zien, maar ook dat sommigen die rituelen nodig hebben om met het leed te leven.

Toch zit er aan die aanslag van Breivik nog een andere levensbeschouwelijke kant die niet minder actueel is. In Noorwegen vragen de overlevenden zich nog steeds af wat Breivik bewoog. De sociaal-democratische jeugd zat op het eiland te praten over een betere wereld en werd voor een deel uitgeroeid door iemand die eveneens een betere wereld voor ogen had.

Hoe zit dat precies? Zowel de jongeren als Breivik waren ervan overtuigd de beste moraal te hebben. Waarom meende Breivik dat geweld toegestaan was? Was hij een platte fascist? Hij streed tegen het fascisme, zei hij, hoewel hij een vreemde zelfbedachte nazi-groet bracht iedere keer als hij de rechtszaal binnenkwam. Hij geloofde niet meer in de democratie, want hij meende dat die gecorrumpeerd was. Als hij niet zou ingrijpen zou er van de rechtsstaat niets meer overblijven. Wat was er met Breivik aan de hand, willen de jongeren nu weten.

We moeten nog gissen.

Breivik wilde vermoedelijk op zijn manier een held zijn. De James Bond, de Rambo, the good cop, die het in z’n eentje moet opknappen, omdat de rest van de wereld het niet ziet, het niet kan of wil zien en er sowieso niets aan doet. En in het geval van Breivik is de film Taxi Driver nog een beter voorbeeld. Breivik is vaak vergeleken met Travis Bickle, de taxichauffeur die merkt hoe de samenleving in verval verkeert en vervolgens een daad wil stellen. Een daad stellen wilde Breivik ook, en hij wilde zelf daarvan de consequentie trekken.

‘We moorden om een wereld te bouwen waarin niemand meer zal doden! We willen misdadiger zijn alleen opdat de aarde eens bewoond zal kunnen worden door mensen zonder schuld’, zegt Ivan Kaliajev in het stuk Les justes van Albert Camus. Is het rechtvaardig om te doden voor een hoger doel, voor iets wat je misschien nog rechtvaardiger vindt? Waarom mag dat niet? Of wel? En wanneer mag dat dan? Het zijn existentialistische vragen die de overlevers van Utøya voortdurend stellen en waar ze nog steeds niet goed antwoord op weten. Camus meende dat geweld alleen maar meer geweld zou uitlokken, maar hij was ook geen pacifist. Hij twijfelde. Hij liet de vraag in wezen onbeantwoord.

Maar de film van John Appel laat zien dat veel overlevenden van de aanslagen van Breivik daar nog niet aan toe zijn. De man die zijn zoon heeft verloren en zelf bij een van de aanslagen bijna blind is geworden probeert zijn eigen leven zin te geven door hard te trainen. ‘Waarom ben ik hier?’ vraagt hij zich af, en dan: ‘Ik heb een grote verantwoordelijkheid. Ik wil hem niet laten winnen!’ Als hij het zou opgeven, zou Breivik hebben gewonnen, die persoonlijke strijd geeft het leven zin.

De film van John Appel is een hoopgevende film.

De activiste uit Oeganda zal vechten voor een betere toekomst voor haar zoontje. Zij wil strijden voor haar idealen. ‘Ik haat mijn regering’, zegt ze. Maar ze beseft dat haar mogelijkheden om haar idealen te verwezenlijken vanuit het asielzoekerscentrum in Den Haag miniem zijn. Daarom zal ze haar zoontje een topopvoeding geven. ‘Ik wil dat hij naar Harvard gaat.’

De fraai gedraaide documentaire eindigt weer met een jongen die van een rots af springt. We volgen weer zijn tocht langs rotswanden en boomtoppen. Ondertussen horen we hem spreken. Hij werkte in Oslo, maar wilde springen hoewel het weer niet goed was. Toen hij was geland, ging zijn mobiele telefoon. Zijn kantoor was opgeblazen, zijn collega’s waren dood. ‘Dit was de beste sprong die ik ooit heb gemaakt.’

Het International Documentary Festival Amsterdam (Idfa) vindt plaats van 14 t/m 25 november op diverse locaties in Amsterdam. Info: idfa.nl