Economie

Vrede in oorlogstijd

‘We hebben de oorlog gewonnen en dreigen nu de vrede te verliezen’, zo gonsde het in de wandelgangen tijdens de laatste IMF-vergadering. In de nasleep van de kredietcrisis nemen de irritaties tussen landen toe. Vele proberen zich een weg uit de malaise te exporteren en manipuleren daartoe de eigen nationale munt naar beneden. De Braziliaanse minister van Financiën zette de boel op scherp door al te spreken van een valutaoorlog.

De meltdown van de financiële sector in het najaar van 2008 is opmerkelijk eensgezind te lijf gegaan. Doortastend initiatief van onder anderen Gordon Brown en Nicolas Sarkozy leidde toen tot een massieve en snelle interventie van de rijkste landen. Falende banken werden opgekocht, garantienetten gespannen, liquiditeit verruimd en de rente daalde fors. Zo werd een financiële crash afgewend en bleef het geld rollen.
Maar alles heeft zijn prijs, in dit geval een paar duizend miljard dollar publiek geld. Veel staten zaten al niet ruim bij kas en lieten bovendien bewust de teugels vieren om de economie op gang te houden. Ze deden een fors beroep op diezelfde financiële markten om deze ongekende bancaire reddingsactie en belendende stimuleringspakketten te financieren. De kredietcrisis is zo getransformeerd tot een latente schuldencrisis die in het geval van Griekenland al manifest is geworden. Desalniettemin: de oorlog werd gewonnen. De acute crisisdreiging is afgewend. Maar het probleem is niet opgelost, maar op z'n best verplaatst.
Dat wreekt zich nu in vredestijd. Eenvoudig gesteld kan de massieve schuldpositie alleen tot houdbare proporties worden teruggebracht als de wereldeconomie weer het pad hervindt naar economische groei. Dat lukt ternauwernood. In de Verenigde Staten is het herstel stilgevallen en blijft de werkloosheid op ongekende hoogte. Het deflatiespook waart daar rond en het Japanse angstbeeld van een schuldenland met een langslepende minimale groei houdt beleidsmakers in de greep. Europa laat zich van zijn trage kant zien en krijgt last van een krimpende arbeidsmarkt door vergrijzing en anti-immigratiehysterie. Azië en Latijns-Amerika doen het beter, maar beseffen terdege dat hun groeistrategie kwetsbaar is want te veel leunt op de export. Dat leidt binnenlands tot toenemend verzet, zoals in China. Bovendien melden zich op de krappe wereldmarkt inmiddels vele concurrenten.
Waar zit dan de ruimte voor groei om de topzware schuldenlast af te bouwen? Van het monetaire beleid valt in de meeste landen niet veel meer te verwachten om de economie een oppepper te geven. Geld is inmiddels zo goed als gratis, zelfs de Europese Centrale Bank koopt staatsschuld op om geld in omloop te brengen, wat voorheen als een monetaire doodzonde werd beschouwd. De kredietverlening door banken zal nog jaren getemperd worden door extra kapitaaleisen, afbouw van slechte portefeuilles en de nieuwe behoedzaamheid die post-kredietcrisis gemeengoed is geworden. Forse stimuleringspakketten van de kant van overheden lijken niet meer te financieren door de erfenis van de kredietcrisis en kunnen de financiële sector opnieuw tot paniek brengen. In plaats daarvan wordt juist nu meer en meer bezuinigd. Veel landen richten daarom hun pijlen op de export en trachten daartoe de waarde van de nationale munt naar beneden te brengen. De Japanse centrale bank heeft al miljarden yens op de markt gebracht in de hoop de koers te drukken, en dit is een voorbeeld uit vele.
Niet alleen economisch zijn de marges smal. Politieke leiders staan onder druk als gevolg van de rechts-populistische wind. Mandaat voor sterke internationale afspraken is bepaald niet ruim voorhanden. Het lijkt meer te lonen om een stevige middelvinger op te steken naar de internationale concurrentie. Met de diverse valuta-operaties wordt ook expliciet beoogd om de werkloosheid in eigen huis zo snel mogelijk af te wentelen op de buurman. De financiële markten blijven onderwijl hypernerveus en ontberen richtingsgevoel. Stond koud zes maanden terug de euro onder zeer zware druk vanwege Griekse toestanden in de eurozone - het einde van de euro was volgens sommigen al nabij -, nu is de euro welhaast ouderwets sterk, ook omdat de Europese Centrale Bank niet van plan is aan te sturen op verzwakking van de euro vanwege de export. En met de dreiging van een wereldwijde valutaoorlog vluchten beleggers weer naar de euro.
De G20 wacht een taak van formaat om in november de boel bij elkaar te houden. Het zal leiderschap van uitzonderlijke kwaliteit vragen om de grote onenigheid om te buigen naar een faire en zinvolle economische strategie voor de wereldeconomie. Anders wordt het welhaast onmogelijk om een acute schuldencrisis af te wenden. Dan kunnen de Griekse obligaties meteen de prullenbak in. En niet alleen het Griekse schuldpapier.