Vrede uit nood

Iedere avond gemaskerde mannen op barricades tegen een achtergrond van stalinistische architectuur, gevolgd door beelden van een aan puin geschoten Syrische stad, met doeken afgedekte lijken en huilende vrouwen, en dan een Hollands plein vol hossende mensen, omdat de koning jarig is, of we zijn 69 jaar geleden bevrijd of Ajax is kampioen geworden.

Er zijn ook nog een paar jongens opgepakt, allemaal tuig, dat volgens sommige bloggers op internet levenslang verdient, maar liever de doodstraf. In 1998 verscheen het boek van Neal Gabler Life: The Movie: How Entertainment Conquered Reality. Daarin staat: ‘The deliberate application of the techniques of theater to politics, religion, education, literature, commerce, warfare, crime, everything, has converted them into branches of show business, where the overriding objective is getting and satisfying an audience. Acting like a cultural Ebola virus, entertainment has even invaded organisms no one would ever have imagined could provide amusement.’

Wijsheid uit het einde van de vorige eeuw? Ik dacht eraan toen ik het omslag van The Economist van deze week zag. ‘What would America fight for?’ Dat is de vraag die de bondgenoten bezighoudt. De tijden van George Bush jr. zijn voorbij. Geen bliksemoorloog meer in Afghanistan, geen bevrijding met revolutionaire hervorming van het Midden-Oosten. In de tijden van Bush hebben de televisiekijkers wel waar voor hun geld gekregen, maar al die ondernemingen zijn op kostbare en totale mislukkingen uitgelopen. Sinds Gabler zijn boek schreef, zijn we wel televisie blijven kijken, maar de wereld is totaal veranderd. Dat roept drie vragen op. Wat zijn de oorzaken? Wat is het resultaat? En wat kunnen we van deze nieuwe wereld verwachten?

Als we op tv de toestand in de wereld hebben gezien, geloven we het wel

Het gaat wat ver om de televisie, het entertainment, van alles de schuld te geven. Er is een klassieke oorzaak, door de Britse historicus Paul Kennedy beschreven als de imperial overstretch. In zijn boek The Rise and Fall of the Great Powers beschrijft hij hoe wereldmachten door overmoed en een waan van almacht eerst langzaam afbreken en dan als wereldmacht ten onder gaan. Zo is het met onze Republiek gebeurd, met het Franse rijk, het Britse imperium en met de Sovjet-Unie. Dit boek is verschenen in 1987, toen de Amerikaanse supermacht op zijn hoogtepunt was en de Sovjet-Unie vrijwel verslagen. Dit boek heeft de schrijver toen niet populair gemaakt. Hij werd voor defaitist en capitulant uitgescholden.

Na Bush is er een aantal wereldsituaties geweest waarin een Amerikaans ingrijpen misschien voor de hand had gelegen. Maar de invasie in Irak (waarvan The Economist destijds een overtuigd voorstander was) heeft de buitenlandse politiek radicaal veranderd. De situaties liepen sterk uiteen maar het resultaat was hetzelfde: no boots on the ground; geen Amerikaanse soldaten ter plaatse, waar ze misschien zouden sneuvelen voor een doel dat niet kon worden verwezenlijkt. Zo is het in Libië en Syrië gegaan. Amerika heeft zich niet gewapenderhand bemoeid met de Iraanse voorbereidingen tot de bouw van een kernbom. En nu heeft Poetin de Krim geannexeerd en treft misschien voorbereidingen om met een deel van Oekraïne hetzelfde te doen. Zouden we om dat te verhinderen een oorlog met Rusland moeten beginnen? Er zijn al zeshonderd Amerikaanse soldaten in Letland en vliegtuigen patrouilleren langs de grenzen. Zo wordt Poetin duidelijk gemaakt dat hij een zeker risico loopt. Maar hoe groot is dat?

Amerika is waarschijnlijk nog altijd het machtigste land van de wereld. Maar om een grote oorlog te voeren is er meer nodig dan enorme strijdkrachten. De oorlogsleiding van de politici moet onvoorwaardelijk worden gesteund door de publieke opinie, die in een toestand van verontwaardiging, woede en strijdbaarheid verkeert. Die stemming ontbreekt al lang, niet alleen in Amerika maar overal in het Westen. Nadat we op de televisie de toestand in de wereld hebben gezien, geloven we het wel. We hebben andere dingen aan ons hoofd: de crisis, de werkloosheid en het voetballen. Bovendien is onze maatschappij van karakter veranderd. In Amerika groeit langzamerhand een klassenmaatschappij die nog geen politieke uitdrukking heeft gevonden, en in West-Europa is het oude bestel in onherstelbaar verval. Misschien wordt dat door de politieke elite wel beseft, maar ze weet er geen antwoord op.

En dan is er nog een omstandigheid die onze strijdbaarheid aanzienlijk tempert. Het karakter van de oorlog is veranderd. We sturen onbemande vliegtuigen, drones, op de vijand af. Ook die is al behoorlijk geautomatiseerd. We proberen zijn programma’s en computers in de war te sturen, voeren een cyberwar. Misschien helpt het maar we hebben de vijand nog niet de genadeklap gegeven. Blijft over het slagveld waar de zelfmoordterroristen het initiatief hebben. Daar waagt het Westen zich niet meer.