Interview Jessica Montell

Vrede zaaien

Mensenrechten organisatie B’tselem onderzoekt mensenrechtenschendingen in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever teneinde Israëliërs met hun neus op de feiten te drukken. Directeur Jessica Montell: «De situatie is nu heel erg explosief. Het is echt onmogelijk om nu te discussiëren over verzoening met de Palestijnen.»

Alsof ze op haar gewacht hadden. Nog geen dag nadat Jessica Montell, de kersverse directeur van de Israëlische mensenrechtenorganisatie B’tselem, na een kort verblijf in de Verenigde Staten, en na een korte tussenstop in Amsterdam, weer voet op Israëlische bodem zette, vermoordden Palestijnse extremisten de Israëlische minister van Toerisme, Rehavam Ze’evi. De aanslag werd opgeëist door de gewapende tak van het Volksfront voor de bevrijding van Palestina, als wraak op de Israëlische liquidatie van hun leider Abu Ali Mus tafa. De volgende dag al trokken Israëlische tankeenheden de gebieden van Yasser Arafats Palestijnse Autoriteit binnen.

Sinds de Oslo-akkoorden van 1993 controleren de Palestijnen enclaves op de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook, die sinds 1967 door het Israëlische leger bezet worden gehouden. «Oslo» moest het begin zijn van een vredesproces dat zou uitmonden in de vreedzame stichting van een Palestijnse staat die zou moeten bestaan náást Israël. Maar het vredesproces is allang verzand in een low intensity-conflict, dat regelmatig opvlamt tot een regelrechte oorlog tussen het Israëlische leger en een Palestijns allegaartje van veiligheidstroepen, bewapende burgers en stenengooiende kinderen. Als maandagavond Fatah, de machtige factie die regelrecht onder Arafats controle staat, dreigt een massale wraakaanval te ondernemen op de joodse nederzetting Gilo (joodse wijk, zeggen de Israëli’s liever), is duidelijk dat een verdere uitvoering van «Oslo» een dode letter zal blijven.

Maar ach, dat is al zo vaak gezegd. Van een geweldsescalatie in het Israëlisch-Palestijnse conflict kijkt vrijwel niemand meer op. Laat staan Jessica Montell (33). «Het went nooit, al hebben we dit helaas vaker meegemaakt», vertelt ze aan de telefoon vanuit Jeruzalem. «Het is niet bepaald de eerste keer dat het Israëlische leger de Palestijnse gebieden binnenvalt. Maar dit is de grootste inval sinds het vredesproces in 1993 begon. Er zijn nu al 24 doden gevallen sinds donderdag. Het is haast niet bij te houden.»

De dag voor de moord op Ze’evi sprak De Groene Amsterdammer met Jessica Montell tijdens haar tussenstop in Amsterdam. Toen leek het erop dat de situatie in de bezette gebieden zich stabiliseerde. Maar onmiddellijk na aankomst in Jeruzalem kon Montell haar veldwerkers weer op pad sturen om meldingen over mensenrechtenschendingen te onderzoeken. Onder meer de dood van een jong meisje dat omkwam toen Israëlische tanks haar school in Jenin beschoten. Montell: «Het wordt steeds moeilijker om het Israëlische publiek voor te lichten over wat er nu werkelijk aan de gang is in de bezette gebieden. Je ziet een paniekreactie. Dit is de eerste keer dat een minister van het Israëlische kabinet is vermoord en dat schokt de mensen enorm. De situatie is nu heel erg explosief. Het is echt onmogelijk om nu te discussiëren over verzoening met de Palestijnen.»

Daarmee is de belangrijkste taak die B’tselem (spreek uit bétselem) zich als «het Israëlische informatiecentrum voor mensenrechten in de bezette gebieden» heeft gesteld, vrijwel onuitvoerbaar geworden. B’tselem werd opgericht in 1989 en houdt kantoor in Jeruzalem. De organisatie onderzoekt en documenteert mensenrechtenschendingen in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever teneinde Israëliërs met hun neus op de feiten te drukken. De staat Israël is als een gespleten persoonlijkheid: een democratie die doortrokken is van militarisme, gebieden bezet houdt en Palestijnen onderdrukt. De mensenrechten van vooral Palestijnen — «maar in sommige gevallen ook van Israëli’s», wordt Montell niet moe te benadrukken — zijn het kind van de rekening. Daarom wil B’tselem met gedegen onderzoek van incidenten en beleidsmaatregelen «het fenomeen van ontkenning door het Israëlische publiek bestrijden en helpen een mensenrechten cultuur in Israël te creëren», aldus de website (www.btselem.org).

In mei werd Montell benoemd tot uitvoerend directeur van B’tselem. De eerste die niet afkomstig was uit Israël: Montell is geboren en getogen Amerikaanse. Sinds tien jaar woont ze in Jeruzalem. Ze treedt aan in een van de moeilijkste periodes die de organisatie ooit heeft doorgemaakt. «We bestaan twaalf jaar. In die tijd hebben we belangrijke verbeteringen bevochten. Maar dit laatste jaar hebben we een paar stappen terug moeten doen. Het is nu verschrikkelijk moeilijk om iets voor elkaar te krijgen op mensenrechtengebied.»

Jessica Montell werd te Berkeley, California volgens de zionistische traditie opgevoed. «Van jongs af was ik lid van een jongerenbeweging die zich richtte op Israël; Israël als een toevluchtsplek voor joden die overal ter wereld werden vervolgd; religieuze visies. Er werd veel geromantiseerd. Toen ik in 1987 een half jaar in Jeruzalem ging studeren, werd ik geconfronteerd met een werkelijkheid die compleet verschilde van die waarin ik was opgevoed. Dat was een flinke schok. Ik zag onze bezetting en onderdrukking van een ander volk. Dat duurt nu al meer dan dertig jaar. En ook binnen Israël wordt een grote niet-joodse minderheid bij joden achtergesteld. Mensenrechten worden in Israël bepaald niet altijd gerespecteerd. Als jood wilde ik Israël steunen, maar tegelijkertijd wilde ik toegewijd zijn aan gelijkheid en sociale rechtvaardigheid. Niet mijn ogen sluiten voor de realiteit van Israël. Me inzetten voor mensenrechten is een manier om die twee dingen met elkaar te verzoenen, om die cognitieve dissonantie uit mijn hoofd te bannen. Je hebt ook joden die zeggen: ‹Ik wil helemaal niets met Israël te maken hebben, want het is niet het land dat ze me verteld hebben dat het was.› Ik zeg liever: ‹Ik wil Israël maken tot het land dat het moet zijn.› Een democratische staat waarin iedereen die binnen de grenzen van dat land leeft gelijk is en gelijke rechten geniet.»

Is dat wel mogelijk, gezien de aard van het conflict? Twee volken die op hetzelfde grondgebied willen wonen, maar elkaar het licht in de ogen niet gunnen?

Jessica Montell: «Zelfs in een oorlog heb je bepaalde principes en rechten te respecteren. We zijn blij met elke kleine verbetering die ons dagelijks werk teweegbrengt. Het gaat om het aanwakkeren van debat en dialoog over wat er aan de hand is; zorgen dat wie mensenrechten schendt daar juridisch verantwoordelijk voor wordt gesteld; onderdrukkend en discriminerend regeringsbeleid proberen bij te sturen. Er is een hoop te doen. Zie het als een uitdaging voor de Israëlische democratie. Niet de staat Israël wordt bedreigd — er is geen mens die werkelijk gelooft dat terreuraanslagen de staat kunnen omverwerpen — maar de menselijke waarden, de democratie. Er is een overeenkomst met wat er in de Verenigde Staten gebeurt. Ook daar zijn mensenrechtenorganisaties erg bezorgd over de teloorgang van democratische waarden na de aanslagen van 11 september. Dat brengen alle controles en zelfs een ‹oorlog› tegen het terrorisme onvermijdelijk met zich mee. Ik heb contact gehad met Amnesty International in de VS. Ze kunnen onze ervaring goed gebruiken. B’tselem houdt zich al twaalf jaar bezig met de spanning tussen Israëls democratie en zijn contraterreur. Contraterreur brengt militarisme en onvrijheid met zich mee. Daar moet je zeer beducht voor zijn.»

Is het moeilijk om je eigen land te bekritiseren?

«Het is de laatste jaren moeilijker geworden. Wij bekritiseren Israël omdat we een Israë lische organisatie zijn. Organisaties als Amnesty International kijken veel meer vanuit een universeel perspectief. Wij niet. Natuurlijk klagen we ook de Palestijnse Autoriteit aan als dat nodig is. Maar het gaat ons erom dat Israël mensenrechten gaat respecteren.

Binnen de Israëlische maatschappij worden we door bijna iedereen beschouwd als verraders. We zouden Israëls veiligheid in gevaar brengen, informatie aan de vijand doorspelen, het moreel verzwakken, Israël een slechte naam geven in het buitenland, en ga zo maar door. De tweede intifada, die nu aan de gang is, wordt in Israël beschouwd als een oorlog. Er heerst breed het gevoel dat er eenheid onder het volk moet zijn. Er is geen enkele kritiek meer op het optreden van het leger. De regerende coalitie van Sharon heeft een tweederde meerderheid in het parlement. Er is geen serieuze oppositie. ‹We moeten met z’n allen sterk staan in deze oorlog›, is wat de regering uitdraagt. Het is in deze situatie heel moeilijk aan het Israëlische publiek te verkopen dat mensenrechten voor iedereen gelden. Wij vinden dat je zelfs niet van iemand die zelfmoordcommando’s opleidt het huis mag vernietigen, of hem mag martelen. Iemand die een misdaad pleegt, moet gestraft worden volgens de wet. Ook een terrorist. Maar je mag niet zijn rechten aantasten.»

B’tselem probeert het Israëlische publiek wakker te schudden door goed gedocumenteerde rapporten uit te geven. Het wordt echter steeds moeilijker om harde feiten te verzamelen waarmee de Israëlische overheid en het leger om de oren geslagen kunnen worden. Vóór de tweede intifada losbarstte, had B’tselem Israëlische Palestijnen in dienst die zich vrij konden bewegen in de bezette gebieden. Tegenwoordig is het echter voor Israëlische burgers verboden Gaza en de Westoever te betreden. Het veldwerk wordt nu gedaan door vijf niet-Israëlische Palestijnen die ook zélf het object van tegenwerking en onderdrukking door de Israëlische autoriteiten zijn. Bovendien woedt er een verhitte mediaoorlog, waarin Israël en de Palestijnse Autoriteit om het hardst informatie manipuleren.

Jessica Montell: «Met alleen rapporten op je website bereik je de mensen niet in deze tijden van polarisatie. Je moet ze confronteren. Dus zijn we begonnen met het uitgeven van een blad dat we meesturen met Ha’aretz en grote lokale kranten in Jeruzalem en Tel Aviv. Wie het weigert open te slaan, wordt toch geconfronteerd met een enorme foto op de voorpagina.»

Op het omslag van de juni-uitgave prijkt een hartverscheurende afbeelding: een Israëlische soldaat achter een betonnen afrastering kijkt met een harde blik en een cynisch lachje naar een klein jongetje aan de andere kant van het betonblok. Het ventje staat naast een oude man met een Arabische hoofddoek die bedremmeld naar de grond tuurt. Het jongetje gebaart machteloos met zijn handen, en probeert kennelijk wanhopig iets aan de onvermurwbare soldaat uit te leggen. Op de achtergrond wachten tientallen andere Palestijnse mannen, met gespannen, trieste gezichten. «We weten dat in Israël mensen razend worden van dit soort foto’s. We krijgen heel veel e-mails, telefoontjes en andere reacties waaruit die woede blijkt. Dus we maken in ieder geval iets los», zegt Montell.

B’tselems constante gerammel aan de poort had eerder wél effect. Sinds haar oprichting ijverde B’tselem voor het terugdringen van de «administratieve detentie» (zonder aanklacht en proces) en marteling. Montell: «Toen ik zes jaar geleden tot de organisatie toetrad, ging het om minstens vijfhonderd mensen in admini stratieve gevangenschap. Nu zijn het er nog maar tien tot vijftien.» Met marteling tijdens ondervraging is het vrijwel afgelopen sinds de Hoge Raad in 1999, na een B’tselem-campagne, oordeelde dat fysiek geweld niet meer mocht worden toegepast bij ondervragingen.

«Het afgelopen jaar is er echter op twee gebieden een enorme terugslag geweest», meent Montell. «Het geweld tegen de Palestijnen in Gaza en op de Westoever was niet eerder zo structureel en grootschalig. Het aantal slachtoffers is werkelijk zonder precedent. De dagelijkse dodentol is veel hoger dan tijdens de eerste intifada. Een andere ernstige mensenrechtenschending vormt de belemmering van de bewegingsvrijheid van de Palestijnen door het Israëlische leger.»

Ze haalt een kaartje van de Westelijke Jor daanoever te voorschijn. Met rode pijlen is de route aangegeven die een Palestijnse vrouw, Lutfyia Jaludi, op een willekeurige dag moest afleggen van haar huis in Faqqu’a naar het ziekenhuis in Nablus. Montell: «Deze vrouw heeft een ernstige nierziekte en moet drie dagen per week naar het ziekenhuis van Nablus voor dialyse. Normaal is ze een half uur tot veertig minuten onderweg. We zijn op een willekeurige dag met haar mee gereisd en vonden allerlei obstakels op haar weg. Afzettingen, hopen beton en prikkeldraad. Daar moet ze via omwegen omheen. Vlak voor Nablus werd ze teruggestuurd, ook al maakte ze duidelijk dat ze dringend nierdialyse nodig had. Het kostte haar vijf uur om langs een andere weg het ziekenhuis te bereiken. Dit is slechts het verhaal van één van drie miljoen Palestijnen. Het is ongelooflijk hoe dit het dagelijks leven van de mensen beïnvloedt. De mensen kunnen al een jaar niet meer van het ene naar het andere dorp reizen. Kinderen kunnen nog maar nauwelijks naar school en de economie ligt vrijwel stil.»

Met haar stelling dat ook de nederzettingenpolitiek van de Israëlische regering een schending van de mensenrechten inhoudt, haalt B’tselem het bloed onder vele joodse nagels vandaan. Zeker sinds de conclusies van B’tselems onderzoeken op dit punt terechtkwamen in het rapport van de commissie-Mitchell, die in april onder meer duidelijk maakte dat de nederzettingenbouw met onmiddellijke ingang bevroren moest worden, een conclusie die werd overgenomen door de Amerikanen.

Jessica Montell: «De nederzettingen zijn een schending van de Conventie van Genève. Daarin staat dat de bezetter niet zijn eigen bevolking mag overhevelen naar het bezette gebied en geen permanente veranderingen mag aanbrengen die in het nadeel zijn van de bezette bevolking. Daar komt nog een hele reeks mensenrechtenschendingen bij, zoals discriminatie bij het toewijzen van waterbronnen en het confisqueren van Palestijns land. Het verdwijnen van de nederzettingen zou een enorme verbetering voor de mensenrechten situatie opleveren. Ook voor die van de joodse kolonisten, trouwens. Ze staan bloot aan moordaanslagen als ze door Palestijnse gebieden reizen. Vergis je niet, het gaat niet alleen om ultranationalistische kolonisten. Er zijn aardig wat mensen die in de nederzettingen wonen omdat de huizen er heel goedkoop zijn. Maar dat wordt zelden in de media opgepikt.»

Over de nabije toekomst is Jessica Montell zeer pessimistisch. De Verenigde Staten oefenen weliswaar grote druk uit op de regering-Sharon om de tanks terug te trekken uit Arafats gebieden, maar de havik Sharon en zijn generaals gedragen zich als katten in het nauw. Maandagnacht nog vielen Israëlische troepen vluchtelingenkampen in de Gazastrook binnen. De dreiging van Palestijnse zelfmoordaanslagen blijft enorm, en Israël brengt nog altijd haar liquidatiepolitiek in de praktijk om de zelfbommers uit te schakelen. Escalatie loert uit alle hoeken en gaten.

«Elke aanslag zet ons zo een paar jaar terug», zegt Jessica Montell. «Zelfs mensen die ondanks alles bereid waren in gesprek te blijven met Palestijnen steunen ons niet meer en vervallen in de stammenmentaliteit die tot oorlog leidt. Aandacht voor mensenrechten in de bezette gebieden is er nauwelijks meer. Het is werkelijk angstig om te zien hoe effectief het terrorisme is en hoe lang je moet zaaien voordat vrede ontkiemt.»