Opheffer

Vredesmissie

Ik heb toch sterk het idee dat ik er voor de tweede keer ingestonken ben. De eerste keer waren het de «massavernietingingswapens». Hoewel dat voor mij niet het sterkste argument was om aan de oorlog in Irak mee te doen, was het wel een doorslaggevend argument; het maakte de noodzaak bijna voelbaar.

Het bleek een leugen. Er waren helemaal geen massavernietigingswapens. Toen ze Saddam Hoessein uit een schuilkelder hadden gehaald vonden ze drie repen chocola.

Bij Afghanistan werd erop gehamerd dat we een «vredesmissie» zouden ondernemen. Nederland was immers veel te klein om te vechten. Het ging om vrede, vrede, vrede.

Vrede, zodat er schooltjes en ziekenhuizen gebouwd konden worden; vrede, zodat de democratie zich zou herstellen en er vrije verkiezingen zouden zijn; vrede ook, waardoor de Afghaan het beter zou krijgen, meer vrijheid, een glorievollere toekomst…

Over langdurige gevechten heb ik niets gehoord.

We zouden eerder in open jeeps rondrijden, waarin zich leuke Nivea-opblaasballen zouden bevinden, plus dozen met kleurpotloden en invulplaatjes en we zouden als Sinterklaas optreden onder het motto: «Kijk eens hoe goed wij zijn.»

Ik was daar ook voor. Goed zijn, kan niet beter.

Vorige week hebben onze jongens langdurig in de loopgraven moeten liggen. Tientallen Talibanstrijders werden gedood – meer dan we destijds Duitsers hebben omgebracht. We hebben trouwens ook langer gevochten dan in de Tweede Wereldoorlog.

En de vredesmissie moet nog beginnen…

Nu weet ik wel dat we niet anders konden doen dan Vom Kriege van Von Clausewitz in de achterzak meedragen, omdat de Taliban zelf niets ontziende moordenaars zijn die zichzelf het liefst geboren zien worden met een zelfmoordgordel om, omdat ze als de dood zijn dat hun papaverteelt naar de knoppen wordt geholpen.

Ik begrijp het dus allemaal wel, maar ik word er misselijk van.

Sinds de jaren zestig hoor ik spreken van vredesmissies – en steeds weer laten we ons erdoor inpakken. Destijds keken we toe toen zevenduizend moslims werden afgemaakt – ik zal dat zeker onze jongens niet kwalijk nemen, die niets anders deden dan hun plicht, en zelfs heb ik nog wel begrip voor onze politieke leiders van destijds. Maar al die rapporten die er daarna zijn gemaakt, leerden ons één ding: er bestaan geen vredesmissies. Er bestaan alleen oorlogsmissies. Het woord vredesmissie bestaat alleen in het vocabulaire van de oorlogspropaganda.

Meedoen aan een vredesmissie is een oorlogsverklaring. Je kunt het niet anders bekijken, want net als in een echte oorlog moet de vrede afgedwongen worden door het wapen. Daarom sturen we ook militairen.

Maar zo stelde niemand het voor… d66 stelde het zo voor, maar zij werden weggelachen, en trouwens: die gingen door de knieën, want door de knieën gaan is hun natuurlijke gesteldheid.

Ten oorlog! Maar dan zo dat wij het niet merken, dat we er geen last van hebben, dat het lijkt alsof we daar goed werk doen.

Doen we dat?

Ja, we doden Talibanstrijders, en dat zijn mensen die totaal anders denken dan ik – en ik geloof zeker dat ze daar zeer gevaarlijk zijn. Maar toch, hebben ze mij iets gedaan? Hebben ze ons land veroverd? Staan ze op het punt dat te doen? Hebben ze invloed op de pers? Proberen ze mij monddood of dood te maken?

Je hoort wel eens dat de vijand een gezicht moet hebben, maar ik weet echt niet hoe hij eruitziet. Ik kan me geen Taliban voorstellen. Ja, hij vernietigt kunst – en hij zal zeker achterlijk zijn – maar moeten wij knokken tegen achterlijken?

We zijn in een oorlog verzeild geraakt.

Ik herinner me dat er verteld werd over de Politionele Acties. Laten we eerlijk zijn, ook een oorlog waar we werden ingeluisd, want wat nu «vredesmissie» heet, werd toen een «actie voor herstel van de vrede en de veiligheid» genoemd. (Met de prachtige codenaam «Product»; dit omdat de Nederlanders in Indië vooral de economisch gunstige doelen weer in handen wilden krijgen.) Hoe we over die politionele acties moeten denken, is nog steeds niet echt duidelijk. Wel zijn ook daar de militairen die er vochten de dupe geworden van een vreemde nationale politiek; hun werd verteld dat ze iets goeds gingen doen, ze kwamen terug als oorlogsmisdadigers.

Hoewel we er nog niet eens «echt» zijn, vechten we al flink in Afghanistan. We hebben er al een paar omgelegd. Enkele tientallen… En we weten wat wraak betekent in dat soort gebieden. Ontvoeringen, keel doorsnijden, bombardementen, zelfmoordbommen. En, niet onbelangrijk, hoe hou je vol dat je nog een vredesmissie bent, als je er meteen tien moet neerknallen…

Het is de consequentie van een democratisch besluit en daarom leg ik me erbij neer en zal ik ook zeggen dat het hier een vredesmissie betreft, dat die Taliban een ramp zijn voor de wereld en dus voor ons. Natuurlijk, we moeten die arme mensen daar helpen. Schande dat de jongens en meisjes daar geen onderwijs krijgen en dat er geen ziekenzorg is… Daar moeten we iets aan doen. Voor de vrede in de wereld…

Milo is op vakantie