Profiel: Cindy Sheehan

Vredesmoeder

Sinds haar zoon omkwam in Irak gaat Cindy Sheehan voorop in de Amerikaanse anti-oorlogsbeweging. Maar haar gevolg slinkt.

WASHINGTON – Boven een bontgekleurde zee van protestborden en spandoeken staat een bleke jongeman met verward haar en aarzelende blik op een podium, vlak naast het Witte Huis. Dan beslist hij dat het tijd is, buigt zich naar de microfoon en roept luid: «Stop de oorlog!» Gejoel. Daarna kruipt er weer aarzeling in zijn ogen. Opnieuw doorbreekt hij die met een luide imperatief aan de president van Amerika: «Bescherm het milieu!» Daarna volgen opdrachten over stamcelonderzoek en het scheiden van kerk en staat.

Met zijn optreden laat de jongen in essentie het probleem zien van de huidige Amerikaanse anti-oorlogsbeweging. Behalve de opvatting dat de oorlog in Irak illegaal is en de troepen ogenblikkelijk moeten terugkomen, heeft ze nog andere en voorspelbare noten te kraken. De vredesbeweging heeft zich daarmee al jaren geleden vervreemd van het grote publiek: hoe massaal de demonstraties in New York en Californië in de afgelopen jaren ook waren, de grote televisiekanalen hadden er nauwelijks aandacht voor. Het ging hier immers om een relatief klein deel van de bevolking, dat niet alleen tegen buitenlandse oorlogen demonstreert, maakt niet uit welke, maar ook tegen handelsverdragen en nieuwe wegen, en voor biologische kippen en het homohuwelijk.

Maar Cindy Sheehan leek iemand anders. Deze 48-jarige «vredesmoeder», zoals de grote netwerken haar al snel noemden, woonde weliswaar in Salona County, een Californisch kiesdistrict waar een overweldigende meerderheid Democraten woont, maar ze was geen veteraan van de vredesbeweging. Ze zag er onopvallend uit, zonder bloemen in het haar en woedende buttons op een Afghaanse jas. Ze was een doorsnee middenklasser uit Californië, moeder van vier kinderen, die in haar immense verdriet over de dood van haar zoon Casey – april vorig jaar in een hinderlaag gelopen van soennitische opstandelingen in Irak – steeds meer woede voelde jegens de regering, in het bijzonder de president, die haar zoon had geofferd voor een onrechtvaardige oorlog.

Ze ging deze zomer verhaal halen op het vakantieadres van de president. Ze eiste een gesprek. Toen ze dat niet kreeg, sloeg ze haar tent op, vlak naast Bush’ ranch in Crawford, Texas, en bleef 26 dagen zitten. De pers kwam van heinde en verre. Dit wilden ze zien; eindelijk geen usual suspect, maar een betrokken Amerikaan, een moeder die antwoorden zocht voor de dood van haar zoon. Ook Bush ma noeuvreerde voorzichtig. Hij paste er wel voor op een publiekelijk rouwende moeder te schofferen. Hij vertelde de pers dat hij haar al eens had ontmoet, kort na de dood van haar zoon in 2004, dat hij sympathie voor haar voelde en dat ze al het recht van de wereld had te protesteren. «Dat maakt dit land zo mooi.» Een onopvallende vrouw, middelgroot, kort blond haar, een enigszins moe maar vriendelijk voorkomen, werd het gezicht van de vredesbeweging. Niet een filmmaker als Michael Moore of een woedende universiteitsprofessor als Noam Chomsky.

En dat deed de zaak geen kwaad. Uit een peiling bleek dat de Amerikaanse bevolking in die eerste vakantiedagen van Bush meer sympathie voor Sheehan voelde dan voor de jongste broer van John F. Kennedy, Edward, de linkse senator van Massachusetts, die al eerder had opgeroepen alle troepen voor de zomer thuis te brengen. In korte tijd werd een miljoen dollar opgehaald voor Cindy, die door steeds meer moeders en sympathisanten werd bijgestaan in wat al snel «Camp Casey» heette. Een goed geoliede organisatie kwam op gang. Met een eigen website (meetwithcindy.org) en bijna dagelijks een persbericht. Beroemdheden kwa men langs, er werden brieven aan de president geschreven, er kwam zelfs een televisiespotje waarin een huilende Cindy zich in zwart-wit direct tot de president richt en vertelt hoe haar zoon is gestorven in de armen van zijn beste vriend. «Je hebt tegen ons gelogen en daarom is mijn zoon nu dood.»

Daarop kwam de onvermijdelijke filmster Martin Sheen langs, net als de zwarte dominees Jesse Jackson en Al Sharpton. Beroepsactivisten. Ben Cohen van de ijsjesketen Ben en Jerry’s Icecream, bekend om zijn radicale gezindheid, betaalde en stuurde enkele pr-professionals naar het kamp.

Sheehan ging helemaal op in haar rol. Na een paar weken bleek ze toch niet de bescheiden, naïeve, bijkans apolitieke moeder die bij Oprah Winfrey te gast had kunnen zijn, of in een ontbijtprogramma, om daar een zwijgende meerderheid van Amerikanen ertoe over te halen zich ten minste in huiselijke kring uit te spreken tegen de oorlog. Eenmaal omarmd door de vredesbeweging bleek ze zich zelfs geheel te voegen naar haar opzwepende taal en opvattingen, door de meeste Amerikanen gebrandmerkt als de producten van een onvaderlandslievend «loony left».

Met de pr-mannen van Cohen in haar buurt noemde Sheehan Bush «een smerige leugenaar» en een «oorlogszuchtige klootzak», de re gering «een stelletje fucking hypocrieten» en Saddam Hoessein en Donald Rumsfeld «verwante geesten». Ook verkondigde ze opvattingen over internationale politiek die haar afstand tot het grote publiek benadrukten. «De president en zijn destructieve neoconservatieve kliek vormen de grootste terroristische club in de wereld.» En: «Als je Amerika uit Irak haalt en Israël uit Palestina, houdt het terrorisme op.»

De nekslag kwam toen Sheehan, tijdens een bijeenkomst op een universiteitscampus, zei: «Amerika is het niet waard om voor te sterven.» Ha, smaalden regeringsgezinde commentatoren, dus toch een gebrek aan vaderlandsliefde. Zoon of geen zoon. Ook de oud-burgemeester van New York, Edward Koch, verklaarde «geen enkele sympathie meer voor haar te voelen».

Sheehan bleek geen uitgekookte protagonist van de anti-oorlogszaak, zoals John Kerry dat in de jaren zeventig was. Op 16 september eiste ze zelfs publiekelijk van de regering: «Haal onze troepen zowel uit het bezette Irak als uit het bezette New Orleans.» Toen was ze inmiddels de aandacht van het land kwijt.

Cindy Sheehan was al vroeg in de zomer een prooi geworden voor de agitprop van de meest vileine Republikeins gezinde pers, vooral actief via weblogs en radio. Die kon haar pret niet op toen bleek dat Sheehans echtgenoot na 28 jaar huwelijk een scheiding had aangevraagd, juist in de eerste dagen van Camp Casey. Sheehan erkende dat de spanningen die de dood van haar zoon had veroorzaakt het huwelijk noodlottig waren geworden. «Hij wilde dat ik me terugtrok, maar dat kon ik niet.» Er gingen geruchten dat Cindy haar man belette belasting te betalen over 2004, het jaar waarin haar kind overleed. Sheehan leek dat te bevestigen toen ze verklaarde: «Jij smerige oorlogszuchtige klootzak hebt mijn kind afgenomen. Van mij krijg je geen cent!» Uitgebreid werd er in blogs ook gesproken over haar andere drie kinderen. Ze kwamen niet langs in Crawford, al had Sheehan hun komst verscheidene keren aangekondigd. En er verscheen een officiële verklaring van enkele familieleden: «De familie verloor onze beminde Casey in de Irak-oorlog en wij hebben stil en respectvol gerouwd. We zijn het niet eens met de politieke bedoelingen en publiciteitstactiek van Cindy Sheehan. Zij lijkt nu haar persoonlijke agenda en bekendheid te promoten ten koste van de goede naam en reputatie van haar zoon. De rest van de Sheehan-familie steunt de troepen, ons land, en onze president, in stilte, met gebed en respect.»

Na 26 dagen Crawford reisde Sheehan met haar gevolg drie weken lang per bus door het land op een «Breng-ze-nu-naar-huis»-bustour. Ze bezocht tweehonderd manifestaties in 51 steden. Op 22 september arriveerde de vredeskaravaan in Washington, waar drie dagen demonstreren op het programma stond. Tegelijk was er een tegendemonstratie georganiseerd met militaire families die de regering steunen. Bush zelf riep de 25ste september uit tot Gold Star Mother Day: een dag ter ere van moeders van overleden soldaten. Tijdens de grootste demonstratie, op zaterdag, kwamen duizenden mensen bijeen voor het Witte Huis: volgens de politie honderdduizend, volgens de organisatoren driehonderdduizend. Lange haren, verfomfaaide gezichten, felgekleurde tie-dye-jurken en T-shirts, woedende spandoeken en zelfs biddende boeddhisten. Een collega die met zijn kaki broek en witte overhemd uit de toon viel, merkte op dat hij het gevoel had op een «themafeest» te zijn beland. Hij had de leeftijd om zich de protesten uit de jaren zestig en zeventig te herinneren en ondanks enkele spitsvondige protestborden – «maak dijken, geen oorlog» – klaagde hij over het gebrek aan humor van de huidige generatie: «Vroeger had je nog types als Abbie Hoffman. Hier heb je het gevoel dat de wereld echt snel zal vergaan, en dat we daar in de tussentijd slechts heel boos over kunnen zijn.»

Toch waren er behalve nostalgisch ogende ouderen ook jongeren met opvallend veel piercings en donker opgemaakte ogen. In vorige jaren waren ze op dezelfde datums te vinden in de straten bij de Wereldbank en het IMF, twee huizenblokken verderop. Die multilaterale financiële instellingen hielden ook dit weekeinde opnieuw hun jaarvergadering, maar dit keer nagenoeg zonder demonstranten. Die hadden een grotere vijand opgezocht.

Drie dagen na deze massabijeenkomst werd Sheehan gearresteerd, voor het Witte Huis. De plaatselijke autoriteiten hadden alleen voor zaterdag en zondag, niet voor maandag een demonstratievergunning verleend. Terwijl zij, met een glimlach op het gezicht, werd afgevoerd, riep een klein groepje meegekomen demonstranten: «The whole world is watching!»

Beter ware geweest: «De rest van de wereld kijkt toe», want in Amerika ontstond nauwelijks opschudding over de arrestatie. Karen Hughes daarentegen, de trouwe Republikeinse Texaanse die door Bush is aangesteld om Amerika’s imago in het Midden-Oosten op te poetsen, kreeg ver weg in Ankara de arrestatie direct voor haar kiezen toen zij daar twee dagen later een groep vrouwenrechtenactivisten te woord stond. De activiste Fatma Nevin Vargun wees haar op de arrestatie van Sheehan en beweerde daarop dat «kritiek in Amerika niet meer mogelijk is».

Hughes wist niet hoe te antwoorden. Ze is waarschijnlijk niet meer gewend aan dergelijke aanvallen. Want hoewel opiniepeilingen laten zien dat 55 procent van de Amerikanen de inval in Irak inmiddels als «een vergissing» beschouwt, hebben de anti-oorlogsdemonstranten nauwelijks vertegenwoordiging. Ook niet in het Congres. Toen Sheehan aan Hillary Clinton vroeg voor te gaan in de strijd voor de ogenblikkelijke terugtrekking van de troepen bedankte deze voor de eer. «Irak is een gecompliceerde kwestie», zei ze. Zelfs Howard Dean, de huidige partijvoorzitter en vorig jaar nog anti-oorlogspresidentskandidaat voor de Demo craten, zegt nu: «Wij hoeven geen standpunt te bepalen over de terugtrekking van de legers, zij (de Republikeinen – pvo) moeten dat doen. Waarom zouden wij onderling gaan ruziën over Irak, als zij in dat moeras zitten?»

Russ Feingold, senator uit Wisconsin met presidentiële ambities, vormt een van de schaarse uitzonderingen. Hij vindt dat het afgelopen moet zijn. Maar ook hij keek er wel voor uit zich te verbinden aan de bontgekleurde massa voor het Witte Huis.

Gelukkig bewees Arthur Schlesinger jr., de inmiddels 87 jaar oude eerbiedwaardige historicus, vorige week dat er meer is te zeggen voor het standpunt de oorlog te stoppen. In een kort commentaar stelde hij zich een telefoongesprek met George W. Bush voor. Hij zou de president de raad geven: «Verklaar de overwinning en ga er als de wiedeweerga vandoor, Mister President.» Ja, cut and run, herhaalde Schlesinger, net als Nixon in 1973. Bush sputterde tegen. Dat zou Amerika’s geloofwaardigheid kapot maken. Dat kon hij niet maken tegenover de bijna tweeduizend overleden soldaten. En Irak zou ten prooi vallen aan anarchie. Schlesinger hield vol: «Cut and run», antwoordde hij, «heeft nogal een slechte pers ge kregen de laatste decennia.» Ten onrechte. «Er tussenuit knijpen heeft ons al eerder uit een niet te winnen oorlog gehaald waarin onze vitale belangen niet op het spel stonden.» Bovendien, zei Schlesinger, zou de schok van een plotselinge terugtrekking van het Amerikaanse leger het Iraakse verantwoordelijkheidsgevoel misschien wel stimuleren, wie kan het zeggen? Vietnam vergrootte Amerika’s ge loofwaardigheid in de wereld, net als De Gaulle de geloofwaardigheid van Frankrijk herstelde door zich uit Algerije terug te trekken. En wist de president eigenlijk hoe populair Amerikanen tegenwoordig in Vietnam zijn?

Zo gaf Schlesinger nog een argument of vijf om de legers ogenblikkelijk terug te trekken. In één bijdrage in de Financial Times liet de 87-jarige zien waar tientallen sprekers, honderdduizend demonstranten en een publiekelijk rouwende moeder niet toe in staat bleken: dat je Bush niet als een terrorist hoeft te zien om voor onmiddellijke beëindiging van de oorlog te pleiten. Met Schlesinger hoeft niemand het eens te zijn, hij opent wel het gesprek. De filmsterren, bejaarde burgerrechtenactivisten en zelfs Cindy Sheehan kunnen weer naar huis.