Edward P. Jones, De bekende wereld

Vreemde gebruiken

Edward P. Jones

De bekende wereld

Vertaald door Marian Lameris

Querido, 401 blz., e 24,50

In het plaatsje Jerusalem, Southampton County, Virginia, brak in augustus 1831 een slavenopstand uit, geleid door de zwarte dominee Nat Turner. God zou hem hebben ingefluisterd dat hij alle blanken in Southampton County moest vermoorden. De opstand was gedoemd te mislukken en in de gevangenis, vlak voor zijn executie, stelde Turner zijn bekentenissen op schrift. William Styron baseerde zijn documentaire-roman The Confessions of Nat Turner (1967) op deze historische gebeurtenis. Het raadsel wat Turner en zijn volgelingen had bewogen probeerde Styron in zijn ro man bloot te leggen. Aan het slot van zijn bekentenis, na de reconstructie van het bloedbad in en rond Jerusalem, twijfelt de godvrezende Nat Turner: «Wie zal zeggen dat we niet gedoemd waren te verliezen? Ik weet niets meer met zekerheid. Niets. Wilde ik werkelijk een leven sparen in ruil voor dat leven dat ik geroofd had?»

William Styron, Toni Morrison, John Edgar Wideman, Alice Walker en vele andere Amerikaanse schrijvers hebben ieder op hun manier de slavenmaatschappij van voor de Amerikaanse Burgeroorlog (of, zoals de politiek correcten zeggen: de Oorlog tussen de Staten) beschreven zonder te vervallen in het sentimentele en schematische Oom-Tom-vertelpatroon dat alles en iedereen vereenvoudigt tot schurk of slachtoffer. Edward P. Jones is een schrijver die na zijn debuut, de verhalenbundel The Lost City, het heeft gewaagd een grote roman te schrijven die elk zwart-witschema tart: The Known World. Aan het slot van het boek laat Jones het personage Calvin in 1861 in een hotel in de stad Washington, in een brief aan zijn tweelingzus Caldonia, een wandversiering beschrijven die een landkaart moet voorstellen «van het leven in het district Manchester in Virginia. Maar een ‹landkaart› is maar een gebrekkig woord voor zoiets wonderbaarlijks. Het is een kaart van het leven, gemaakt met alle soorten kunst die de mens ooit heeft bedacht om zichzelf af te beelden. Ja, klei. Ja, verf. Ja, stof. Er staan geen mensen op deze ‹kaart› maar wel alle huizen, stallen, wegen, begraafplaatsen en putten in ons Manchester. Alles wat God ziet wanneer Hij neerkijkt op Manchester.»

Het is het oog van God, vermomd als alwetende verteller die door de tijd schiet, die het bijbels-mythische The Known World beheerst. Maar die zogenaamde bekende wereld is in wezen een zeer onbekend terrein omdat Jones het verhaal vertelt van de zwarte slavenbezitter Henry Townsend in de jaren voor de Burgeroorlog (1860-1865). Henry, zoon van Augustus die timmerman en houtsnijder was, was de stalknecht van de rijke blanke William Robbins (wiens leven wordt vergald door on weer in zijn hoofd). Zijn vader kocht hem vrij. Aan het eind van zijn leven, in 1855, bezat hij 33 slaven: elf mannen, dertien vrouwen en negen kinderen. De eerste slaaf die hij kocht heette Moses, een man die letterlijk van de aarde eet in zijn bekende slaventerritorium: «Moses had gevonden dat het al een vreemde wereld was die hem tot slaaf van een blanke maakte, maar God had er helemaal een potje van gemaakt toen hij zwarten hun eigen soort liet bezitten.» Henry wil het beter doen dan de blanke slavenhouders maar of dat lukt valt te betwijfelen omdat goed en slecht en zwart en wit, in alle betekenissen van het woord, allang door elkaar lopen. Weglopen, vluchten, geestelijke en lichamelijke straffen: ook Henry ontkomt niet aan die praktijken. Een weggelopen slaaf is altijd en overal een dief «omdat hij het eigendom van zijn meester had gestolen – zichzelf».

Wie van de Amerikaanse geschiedenis heeft geleerd dat het Noorden be stond uit (blanke) abolitionisten die fel tegen de slavernij waren, dat het Zuiden beheerst werd door verstokte racisten en slavenhouders, en dat de Burgeroorlog louter om de slavernij ging en niet om goedkope arbeidskrachten voor het Noorden, moet zijn gekleurde visie na lezing van The Known World drastisch bijstellen. De vermenging van de diverse bevolkingsgroepen was halverwege de negentiende eeuw al zo ver voortgeschreden dat iemand die er als een blanke uitzag volgens de apartheidswetten toch «zwart» was, of andersom. De wetten stonden haaks op het seksuele verlangen, dat zich ook toen van pigmentatie niet veel aantrok. Wat was een misdrijf? «Konden de ketenen van een in slavernij geborene ooit voorgoed en volledig worden verbroken, ook al was hij jarenlang vrij? Was hij niet uit hoofde van zijn huidskleur verdoemd?» The Known World laat zien dat daar geen eenduidig antwoord op te geven valt. Slaaf Moses legt het aan met de weduwe van zijn «meester», wat de ondergang van Townsends kleine slavenimperium inluidt: weglopen, moord en doodslag.

Een van de interessantste personages in The Known World is Fern Elston, de onderwijzeres van de tweeling Cal donia en Calvin. In een vraaggesprek in 1881 met de Canadese pamfletschrijver An derson Frazier zegt Elston dat in John Miltons Paradise Lost de duivel verklaart dat hij liever wilde regeren in de hel dan dienen in de hemel, en dat iemand die zichzelf goed kent zoiets zegt en zijn rug naar God kan toekeren. Ziehier een zeer menselijk dilemma, dat Jones in zijn sterk fragmentarische vertelling (zijn alwetende verteller trekt zich weinig aan van chronologie, loopt vooruit en blikt terug en heeft oog voor elk detail in de vele levens die hij van begin tot eind volgt) nergens verdoezelt.

Anderson Frazier gebruikt zijn interviewmateriaal voor een serie pam flet ten: «Vreemde gebruiken en eigen aardigheden van onze Zuiderburen». Hij schrijft over de katoenbouw, de flora en fauna en over de «noodzaak van verhalen vertellen. Die serie was Andersons meest succesvolle, en binnen die serie was niets zo succesvol als het pamflet uit 1883 over vrije negers die voor de Oorlog tussen de Staten andere negers hadden bezeten.»

Edward P. Jones heeft met The Known World een even succesvolle roman ge schreven over de slavernij als een in ge wikkeld fenomeen waarbij een schuld vraag niet volstaat. In zijn dankbetuiging achter in zijn roman noemt hij onder anderen John Edgar Wideman, «een goed mens met een warm hart», die hem bij het schrijven heeft ondersteund. Het is mooi dat Jones vertaald is; het is treurig dat van Wideman nog steeds geen letter in het Nederlands is te lezen.