Vermoedelijk zinspeelt Coruz op Leviticus 19: 33,34, waar staat: ‘Wanneer een vreemdeling bij u in uw land vertoeft, zult gij hem niet onderdrukken. Als een onder u geboren Israeliet zal u de vreemdeling gelden, die bij u vertoeft; gij zult hem liefhebben als uzelf, want wij zijn vreemdeling geweest in het land Egypte: Ik ben de Here uw God.’ Een gebod voor de mensen van Israel, dat - mutatis mutandis - ook christenen zich voor gezegd zullen moeten houden en waaraan zij in West- Europa de handen vol hebben.
Hoe dan ook, een gebod om vreemdelingen ‘binnen te halen’ is niet in de bijbel te vinden - en, naar ik aanneem, ook niet in de koran. Het zou trouwens een wel wat wonderlijk gebod zijn.
Amsterdam, AD DEN BESTEN