Vreemdelingen

Coskun Coruz vergist zich, in het zeer lezenswaardige interview met hem in De Groene van 29 maart, deerlijk met zijn stellige uitspraak dat in de bijbel te lezen staat: ‘Haal de vreemdeling binnen uw poorten.’ Zeker, er wordt in het Oude Testament, vooral in de zogenaamde boeken van Mozes, opmerkelijk vaak in positieve zin over ‘de vreemdeling in uw poorten’ gesproken. Dat dit in het Nieuwe Testament nergens het geval is, hangt samen met het eenvoudige feit dat de eerste christengemeente geen ‘poorten’ - dat wil zeggen geen stedelijke of statelijke structuren - kende.

Vermoedelijk zinspeelt Coruz op Leviticus 19: 33,34, waar staat: ‘Wanneer een vreemdeling bij u in uw land vertoeft, zult gij hem niet onderdrukken. Als een onder u geboren Israeliet zal u de vreemdeling gelden, die bij u vertoeft; gij zult hem liefhebben als uzelf, want wij zijn vreemdeling geweest in het land Egypte: Ik ben de Here uw God.’ Een gebod voor de mensen van Israel, dat - mutatis mutandis - ook christenen zich voor gezegd zullen moeten houden en waaraan zij in West- Europa de handen vol hebben.
Hoe dan ook, een gebod om vreemdelingen 'binnen te halen’ is niet in de bijbel te vinden - en, naar ik aanneem, ook niet in de koran. Het zou trouwens een wel wat wonderlijk gebod zijn.
Amsterdam, AD DEN BESTEN