Vreemden in eigen land

Op dezelfde dag dat bekend werd dat voormalig PvdA-leider Wouter Bos een nieuwe baan heeft als adviseur bij KPMG, waarbij hij tegen een vorstelijk salaris en mét een wekelijkse papadag ‘als kritische spiegel het vertrouwen in de financiële sector moet helpen herstellen’, werd in het perscentrum van het Haagse Binnenhof het verontrustende rapport Een vreemde in eigen land gepresenteerd.

De harde conclusie: het onbehagen over de multiculturele samenleving - onder zo'n dertig procent van de Nederlanders - is heel groot, maar het wantrouwen in de politiek en de overheid is nog veel groter. En dat waait niet zomaar over.

Over de ‘witte woede’ is al zoveel gezegd en geschreven - van Robert Putnam en Paul Scheffer tot rapporten van de WRR - dat dit onderzoek, uitgevoerd door het Verwey-Jonker Instituut in opdracht van Forum, geen nieuw inzicht lijkt te brengen. Toch is dat niet waar. Zonder te oordelen is serieus en systematisch een kwaliteitsrapportage gemaakt onder autochtonen in gemengde stadswijken en op het platteland. Forum-directeur Sadik Harchaoui constateerde van tevoren al dat het totaal ontbreekt aan een dialoog met deze ‘ontevredenen’ die volgens hem door politici en opiniemakers te gemakkelijk worden afgeserveerd als jaloers, pessimistisch, xenofoob en Wilders-aanhangers.

Achter hun soms slechte ervaringen met allochtonen en negatieve sentimenten over migranten zit een diepgeworteld wantrouwen dat voorbij etniciteit of religie gaat. Zij voelen zich door de (lokale) overheid achtergesteld en nooit serieus genomen in hun klachten over bijvoorbeeld de verloedering van de wijk of over agressieve Marokkaanse hangjongeren. Deze mensen zijn niet zozeer tégen de multiculturele samenleving, maar ze hebben woede ontwikkeld tegen enerzijds migranten die volgens hen door onoverbrugbare culturele verschillen - Marokkanen en Turken voorop - niet kúnnen integreren, en anderzijds tegen de overheid die ‘het allemaal maar heeft laten gebeuren’. Een bewoner uit de Utrechtse Sterrenwijk zegt: ‘De politiek is te bang om dingen aan te pakken. Ik voel me een gastarbeider in mijn eigen land.’ Of een andere bewoner: ‘Er werd regelmatig geroepen: jongens, er móet wat gebeuren, maar de politiek keek eventjes de andere kant op. Nu ontkomen ze er niet meer aan, want de volgende stap is eigengericht: dan gaan de burgers het zelf oplossen.’

Zeker, deze veelal laagopgeleide mensen hebben de prijs betaald van het multiculturele concept. Als oplossing zeggen ze unaniem: strenger zijn aan de poort en binnen de eigen grens duidelijke eisen stellen aan allochtonen. Maar wat vooral tot pessimisme stemt is de afkeer van de overheid. Uit alle gesprekken komen politici en gezagsdragers naar voren als de grote schuldigen van de problemen: zij zijn bevoorrechte mensen die het goed voor zichzelf regelen en geen idee hebben hoe ‘de gewone man’ leeft. De kloof tussen deze ‘vreemden in eigen land’ en de overheid is volgens de onderzoekers niet zomaar te dichten. Ze concluderen zelfs dat ze ‘het ook niet zo gauw weten’. Het vergt in ieder geval een ander ‘vreemdelingenbeleid’ waarin met deze groep rekening wordt gehouden.