Vriend en vijand

Nadat de mens God en Geld had uitgevonden - hij wist nu waarom hij de dingen deed en waarvoor - werd hij bedreigd door zijn buurman.

Waarom?
Je buren kunnen en willen altijd iets niet wat jij wel kunt en wilt - en omgekeerd.
Willen en Kunnen: twee vrienden en twee vijanden.
Je buur vindt het niet leuk dat jij iets kunt en wilt.
Dus moet jij dood - of je moet je buurman eerder overhoop steken.
Dit heet tegenwoordig zinvol geweld.
Omdat doden altijd iets opwindends heeft (het staat dicht bij magie) - zo is er iets, zo is er iets niet (en dat ‘iets’ heb je nooit echt gezien, maar noemen we leven) - is het zomaar doden ook in de mode geraakt.
Dit noemen we tegenwoordig zinloos geweld.
Sommige mensen proberen elke vorm van zinloos geweld om te draaien (door er redenen voor aan te geven, zoals oorlogsverklaringen en dergelijke) in zinvol geweld.
Maar de termen 'zinvol’ en 'zinloos’ zijn niets anders dan excuses, oftewel: dozen waar niets in zit. (Of dozen waar God in zit, mag je ook zeggen.)
Iets en Niets: twee vijanden en twee vrienden.
Omdat we dus jaloers zijn op elkaar, en elkaar naar het leven staan, moesten er wetten uitgedacht worden, volgens de norm: ik wil niet dood.
Wetten zijn bijzonder komisch.
Wie maakt ze en wie accepteert ze? En waarom zou je je eraan houden?
God moest natuurlijk de wetten maken - maar God was door ons bedacht. Dus moesten wij zelf de wetten maken, maar net doen of ze door God waren bedacht.
Net doen alsof: vriend en vijand.
De vraag die zich dus opdrong was: wat wilde God?
Hij wilde mij te allen tijde laten leven, maar Hij wilde niet Iedereen altijd laten leven, want daar had ik helemaal geen zin in.
Omdat we eigenlijk maar tot één kunnen tellen (0, 1) hebben we ook maar één wet nodig. Maar het vervelende is dat iedereen weer één andere wet nodig heeft.
Mijn enige wet zou zijn: heb mij lief zo veel u kunt.
Maar mijn vriendin wil als enige wet: wees zorgzaam voor de natuur.
Zij zegt dat onze wetten gelijk zijn. Ik niet.
We hebben nu dus samen een wetboek opgesteld waarin twee wetten staan - dat is er één te veel, en een scheiding ligt voor de hand, want ik ben niet van plan me aan haar wet te houden, als ik het idee heb dat zij zich niet aan mijn wet houdt.
Wie bepaalt trouwens wie zich niet aan de wetten houdt?
God natuurlijk - dus wij. Daarom hebben wij rechters.
Rechters worden benoemd door mijn vriendin en mij - hij is een soort buurman. Waarom zou ik me eigenlijk moeten houden aan zijn oordeel? Hoe weet ik dat hij mijn vriendin niet altijd gelijk geeft? Hoe komt zijn oordeel eigenlijk tot stand?
Veel vragen. En daarom hebben we de balans uitgevonden.
Naast God en Geld is de Balans eveneens een schitterende, maar onderschatte uitvinding.
Een balans is namelijk heel handig als metafoor.
Evenwicht: vriend en vijand.
In balans, in evenwicht zijn: Vrouwe Justitia is blind en houdt een balans op. Zij weegt haar oordeel zonder aanzien des persoons.
Evenwicht tussen wie en wat? Wat weeg je eigenlijk?
Toen er wetten nodig waren, was de democratie niet ver weg meer. We hadden wetten nodig, maar welke?
En hoe moesten we weten welke wetten we nodig hadden?
We gingen het vragen aan elkaar - en de meerderheid won.
Zet mensen die een bepaalde wet willen op de ene kant van de balans. Wie die wet niet wil, mag aan de andere kant staan. De kant waarnaar de balans doorslaat heeft gelijk. Dat is democratie.
Wie het democratische gelijk aan zijn kant heeft, verkeert dus per definitie in een toestand die uit evenwicht is.
Sommige meerderheden kozen dus hele rare wetten.