Vriend Karzai

New York - President Karzai is weer lastig geweest. Vorige week heeft hij de Amerikanen en Britten van inmenging in Afghaanse binnenlandse aangelegenheden beschuldigd. De corruptie bij de verkiezingen van vorig jaar augustus was volgens hem vooral aangesticht door de westerse media en in het bijzonder een paar diplomaten, Peter W. Galbraith, die plaatsvervangend chef van de delegatie der Verenigde Naties was, en Philip Morillon, waarnemer van de Europese Unie bij dit feest van de democratie. Andere boosdoeners waren CNN, de BBC en The New York Times. Karzai heeft toen op het nippertje gewonnen, volgens betrouwbare berichten ook dankzij voorgevulde stembussen. Maar de Amerikanen hadden er tenslotte vrede mee. En zou er een andere keus zijn geweest? De verkiezingen overdoen? Je wist in ieder geval wat je aan deze president had, en er waren andere problemen aan de orde. Versterking van de Amerikaanse troepen met dertigduizend man. Een nieuwe strategie. Het in het gareel houden van moedeloos wordende bondgenoten. Onder die omstandigheden is in Washington misschien wel gedacht dat de moeilijkheden met Karzai vanzelf wel zouden overgaan.
Nu, na zijn ontmoeting met president Obama en diens dringende verzoek om de corruptie beter te bestrijden, heeft hij in deze televisietoespraak laten weten dat de coalitietroepen het gevaar lopen door de Afghaanse bevolking niet meer als bevrijders maar als bezetters te worden gezien. Als die mening verder veld wint, waarschuwde hij, is er een risico dat deze Afghaanse regering door de bevolking als een clubje huurlingen van het Westen zal worden beschouwd. Er broeide al een conflict tussen Karzai en de Amerikanen over de samenstelling van de Afghaanse commissie die toezicht moet houden op de volgende verkiezingen in september. Dit gezelschap wordt beschouwd als zwaar medeplichtig aan de corruptie bij de vorige gelegenheid. De president houdt weer voet bij stuk: hij wil alle leden en in het bijzonder de voorzitter zelf benoemen. Het staatshoofd lapt alle adviezen uit het Westen aan zijn laars. Daar komt het op neer.
Vanzelfsprekend heeft deze toespraak felle reacties in Washington veroorzaakt. Galbraith zei dat hij eerst aan een 1 april-grap had gedacht. The New York Times schreef dat op deze manier degenen worden aangemoedigd die van mening zijn dat het Westen zo vlug mogelijk uit Afghanistan moet vertrekken, want de soldaten zijn daar niet om deze president in het zadel te houden. Daarin heeft de krant gelijk, maar het is een deel van de waarheid. De oorlog in Afghanistan is nu halverwege zijn negende jaar. Sinds George W. Bush de strijd daar gewonnen achtte en het tijd vond om aan Irak te beginnen, is Afghanistan op een wisselende manier steeds complexer geworden zonder dat in het Westen binnen afzienbare tijd een geloofwaardige oplossing is voorgesteld. Onder deze omstandigheden hebben de radicale vertrekkers een verdedigbaar standpunt.
Karzai wint aan zelfvertrouwen en dat gaat gepaard met zijn toenemend verzet tegen de aanwezigheid van het Westen. Ook vorige week was hij aanwezig bij een feestelijke bijeenkomst in Teheran, om het islamitisch nieuwjaar en de geslaagde verkiezingen in Irak mee te vieren. Daar staat hij op een vrolijke foto, met de collega’s, onder anderen Jalal Talabani van Irak en Mahmoud Ahmadinejad van Iran. Weer terug in Kaboel zei hij tegen een gezelschap van zestig parlementariërs - allemaal aanhangers - dat, als het Westen op deze manier voort zou gaan om druk op hem uit te oefenen, hij zich aan de zijde van de Taliban zou scharen. In Washington groeit de vrees dat hij verdere toenadering tot Iran en China zal zoeken.
Dit alles voltrekt zich terwijl met onbemande vliegtuigjes, 24 uur per etmaal, tot heil van de Afghaanse democratie en de veiligheid van het Westen in het grensgebied met Pakistan schuilplaatsen van al-Qaeda worden gebombardeerd. Het komt ook voor dat er een bom naast het doel valt, wat dan weer onschuldigen het leven kost, zodat Karzai voor zijn volk in de bres moet springen. Dit weekeind zijn in Bagdad de zelfmoordenaars weer actief geweest, wat aan zeker dertig burgers het leven heeft gekost. In het gedemocratiseerde Irak zijn nog omstreeks negentigduizend Amerikaanse soldaten.
Het totaalbeeld van Irak en Afghanistan wisselt met de dag, maar het heeft door de jaren heen dezelfde noemer bewaard: die van een troebele, uitzichtloze chaos. Hoe dan ook, daarvan profiteren de tegenstanders van het Westen terwijl het Amerika en de bondgenoten levens en onbecijferbare kapitalen blijft kosten. Maar wat is het alternatief? De Nederlandse oplossing? Tot de conclusie komen dat het nu mooi genoeg is geweest en alle energie en geld in iets beters investeren? Wij, als kleine bondgenoot, hebben het ons kunnen veroorloven. Voor Amerika zou het een wereldnederlaag betekenen, misschien ernstiger dan Vietnam. En voor Obama onherstelbaar gezichtsverlies in de binnenlandse politiek. Voorlopig zit het Westen nog in de val, en ook vriend Karzai verleent daaraan nu van harte zijn medewerking.