De man die zijn hoofd verloor

Vriendelijke man

Erlom Achvlediani
De man die zijn hoofd verloor
Uit het Georgisch vertaald door Ingrid de Graeve; tekeningen: Sasa Svolikova Voetnoot, 94 blz., € 17,50

Noem het achterstallig onderhoud: ik wist van vertalingen van de Georgische schrijver Achvlediani in tijdschriften dat er publicaties op stapel stonden, maar pas onlangs kwam ik twee uitgaven tegen, waarvan de eerste Vano & Niko al jaren uit blijkt te zijn en de tweede, De man die zijn hoofd verloor, ook niet meer kersvers is. Mooi uitgegeven boekjes, het handelsmerk van de Antwerpse uitgeverij Voetnoot die sinds de oprichting in 1983 veel zorg aan de vormgeving besteedt.

Achvlediani (1933) is werkzaam geweest als scenarioschrijver en heeft zoals veel schrijvers uit de sovjettijd kinderboeken geschreven (denk aan Charms), wat enigszins aansluit bij het genre van de ultrakorte vorm dat hij beoefent (net als Charms). Vano & Niko, korte schetsen rond twee figuren, dateert uit de jaren vijftig. De man die zijn hoofd verloor bevat vijf dierenverhalen (die in de verte aan Tellegen doen denken) en negentien verhalen over telkens een andere man: één man, een halve man, een man die zichzelf niet kende, een man die niet bestond, enzovoort. Het zijn verhaaltjes van meestal nog geen pagina, een hachelijk genre, want net als in een gedicht kan één scheve regel of zelfs één verkeerd woord de pret bederven. Maar Achvlediani is een evenwichtskunstenaar. ‘Er was eens een halve man. De halve man had ook een halve vrouw en hun kinderen waren ook half./ De halve man leefde ook half. Zijn liefde was half en ook zijn verdriet was half./ Op een keer werd de halve man wakker en hij ontdekte dat hij heel was.’ Ook zijn zorgen waren heel en hij wist niet wat hij met zijn heel-zijn moest beginnen; doffe ellende. Maar als hij wakker wordt, stelt hij verheugd vast dat hij niet alleen geen hele, en zelfs geen halve man meer is – hij bestaat nog maar voor een kwart.

Ook de vriendelijke man boert goed: hij is in het bezit van een vriendelijke vrouw en dito kinderen, en als zijn ezel geen ezel was, zou hij beslist vriendelijk zijn geweest. Onderweg laat de vriendelijke man iedereen op de ezel meerijden, tot ten slotte de ezel vraagt of hij niet ook op de ezel mag, en de vriendelijke man zet ook de ezel met zijn vracht op de ezel. Het verhaal over de uitvinder die onder meer uitvond wat niet de moeite waard was om uit te vinden en ook uitvond wat je onmogelijk kon uitvinden, houdt u te goed.