H.J.A.Hofland

Vrienden

NEW YORK – President George W. Bush en president-generaal Pervez Musharraf waren of zijn misschien nog wel dikke vrienden. Het is begonnen in de bange dagen na 11 september 2001. De Pakistaan was voor een vergadering van de Verenigde Naties in New York. Daar maakte hij kennis met collega Bush. De avond daarop gingen ze eten in het Waldorf-Astoria Hotel. De vroegere Amerikaanse ambassadeur in Pakistan, Wendy J. Chamberlin, was ook uitgenodigd. ‘Het was een heerlijk, gezellig diner’, vertelde zij. ‘Ik maakte me geen zorgen, want ik kende Musharraf en ik wist hoe charmant hij kan zijn. Ik zag dat ze het uitstekend met elkaar konden vinden. De stemming aan tafel was uitbundig. Musharraf gedroeg zich als een zegevierende held, Musharraf had de juiste dingen gedaan. Hij was de man van de dag.’

Ik citeer The New York Times van 18 november, een meeslepend verhaal waarin wordt beschreven hoe Bush zich door zijn Pakistaanse collega liet inpakken. Hij had er een vriend bij, ‘een moedig man met visie’. In 2003 nodigde hij Musharraf uit om op het presidentiële verblijf Camp David te komen logeren, en vorig jaar heeft hij een tegenbezoek gebracht, tot ontsteltenis van de veiligheidsdiensten, die vermoeden dat Osama bin Laden nog altijd ergens in Pakistan woont.

Nu is Musharraf een probleem. Hij riep de noodtoestand uit, liet advocaten en leiders van de oppositie opsluiten, plaatste mevrouw Benazir Bhutto van de Pakistan People’s Party onder huisarrest en liet haar weer vrij, stelde de verkiezingen eerst wel en toen weer niet uit. Maar de noodtoestand wordt niet opgeheven.

Het verzet in Washington tegen dit alles escaleert. Eerst werd Musharraf midden in de nacht gebeld door mevrouw Rice, toen op 7 november door vriend Bush persoonlijk. Het was een stevig gesprek. Musharraf moest zijn uniform uittrekken en ernst maken met de democratie. Afgelopen weekend kwam de speciale Amerikaanse afgezant John D. Negroponte in Islamabad op bezoek om hem tot democratie te manen. Ook hij heeft nul op het rekest gekregen. Het ogenblik van een formeel ultimatum nadert. Democratie, of anders.

Ja, wat anders? Geen dollars meer geven? Sinds 2001 heeft Pakistan elf miljard aan hulp gekregen. Zal het militaire apparaat niet in elkaar storten als het niet meer wordt gefinancierd? Musharraf staat sterk. Want niemand weet wat het alternatief is als hij ten val zou komen.

‘Time’s up, Mr Musharraf’, meldt The Economist vorige week op de voorpagina. Met regelmaat zet dit blad buitenlandse leiders af, zonder resultaat. Nu geeft het Bush de raad het er maar op te wagen en te rekenen op de generaals die onder Musharraf dienen. Ze hebben stevig van de Amerikaanse hulp meegeprofiteerd, ‘maar er kan worden aangenomen dat er een einde komt aan hun loyaliteit’. Zullen zij de democratie herstellen? Of breekt dan de chaos pas goed los? Dat weet The Economist ook niet.

Er zijn nog twee redenen voor het Westen om niet tevreden te zijn over Musharraf. Pakistan is een kernmacht met dertig atoombommen. De afgelopen zes jaar heeft Amerika honderd miljoen dollar geïnvesteerd in het veiligheidsprogramma waarmee dit arsenaal moet worden bewaakt. Nu groeit in Washington de twijfel. Pakistan is niet bereid de Amerikanen te vertellen waar de wapens zijn opgeborgen, noch ze toe te laten tot installaties waar aan nieuwe wapens wordt gewerkt.

De andere reden tot kritiek geldt Musharrafs onvervulde belofte om de grootste ernst te maken met de strijd tegen al-Qaeda en de Taliban in het grensgebied met Afghanistan. Ondanks de aanwezigheid van een leger van 92.000 man, wil het niet vlotten. De Taliban hebben zich de afgelopen twee jaar hersteld. Er zijn sterke aanwijzingen dat het leger het van tijd tot tijd met de Taliban op een akkoordje gooit en daarbij geassisteerd wordt door een corrupte bureaucratie in Islamabad. Op 4 november werd daar een gevaarlijke terrorist, Sohail Zeb, uit de gevangenis ontslagen, in ruil voor de vrijlating van tweehonderd Pakistaanse soldaten.

Het Pakistan van Musharraf is de bondgenoot van de Navo in Afghanistan en dus ook de onze in Uruzgan. Ik zeg uitdrukkelijk niet dat de Nederlandse missie daar voor een verloren zaak vecht en eventueel nog een beetje opbouwt. Maar onze aanwezigheid heeft een voorgeschiedenis van talrijke vergissingen. De eerste gemaakt door Bush, toen hij Musharraf een prima democraat vond. En voorlopig de laatste, nu de Amerikaanse regering denkt de generaal nog op het democratische spoor te krijgen, terwijl hij alle adviezen aan zijn laars lapt en zijn soldaten niet doen wat wij willen. En dan moet het Nederlandse parlement debatteren over verlenging van de missie tot 2010. Eerst Pakistan op orde. Dan kunnen we verder zien.