Tijdens het paasweekend lijkt het erop dat het premierschap van Mark Rutte ten einde loopt. Een reflectie daarom op de immer lachende minister-president. Rutte zou in de problemen gekomen zijn door te doen wat hem al eerder in moeilijkheden heeft gebracht: een loopje nemen met de waarheid, vergeetachtig zijn op het juiste moment. Misschien zit het anders. Misschien is Rutte in de problemen gekomen niet door een oude fout te herhalen, maar door een beproefd en succesvol recept in te zetten. Hij deed juist waar hij altijd zo goed in was: tegenstanders inkapselen. Zou het kunnen dat we de gewraakte aantekening en de intenties van de premier verkeerd begrepen hebben?

Onlangs was Kay van de Linde te gast bij Buitenhof. Van de Linde was in 2006 campagneleider bij Rita Verdonk toen zij het opnam tegen Mark Rutte in de strijd om het VVD-leiderschap. Die avond, vertelde Van de Linde eind februari aan Twan Huys, toen Rutte gewonnen had, was Van de Linde vreemd genoeg ook welkom op het feestje. Sterker nog, Rutte kwam meteen op hem af en nodigde hem hartelijk uit per direct zijn team te komen versterken. Kijk, zei Van de Linde, dat is de sleutel tot zijn succes: keep your friends close, but your enemies closer. Een spreuk die de anglofiele Rutte op het lijf geschreven is.

De premier is goedlachs en vriendelijk, vooral als het zijn opponenten betreft. Het slimme is dat het nooit verkeerd opgevat kan worden; je probeert iemand niet onderuit te halen, je zoekt toenadering. Rutte denkt misschien zelfs oprecht dat hij vijanden niet kaltstellt, maar tot vrienden maakt. Vraag het Diederik Samsom. Hartelijker dan het tussen die twee mannen was, wordt het tussen links en rechts niet gauw meer. Waarna Samsom alsnog kaltgestellt werd, maar dat deed de kiezer. Rutte stond erbij en, zo liet hij nadien in de media weten, vond het rot voor Samsom. With such friends, who needs enemies? Die spreuk kent hij vast ook. Het zou me niets verbazen als Rutte het allemaal te goeder trouw doet. Hoe anders kun je zo overtuigd voor de Kamer staan?

Het inkapselen van de vijand is voor Rutte een tweede natuur

Het was dan wellicht geen sluw vooropgezet plan, maar eenvoudig tweede natuur dat een van Rutte’s eerste opmerkingen in het verkennersgesprek was: Omtzigt, minister maken. Niet eens met de opzet Omtzigt onschadelijk te maken, hoewel dat de lezing is die nu door iedereen onderschreven wordt, met uitzondering van Mark Rutte en Henk Kamp. Rutte deed het om volgens beproefd recept een vijand tot vriend te maken: de oude inkapseltruc.

De logica van inkapseling is de logica van de 1 aprilgrap. Die werkt alleen als het slachtoffer vooraf in de goede bedoelingen van de boodschapper gelooft. Pas achteraf moet duidelijk worden dat er een nare kant aan zat, nadat je goedgelovig naar het 1 aprilnieuwtje hebt gehandeld. Je gaat écht kijken of er een haai in de Maas zwemt. Bij Rutte lijkt het soms alsof ook de dader zelf erin gelooft: hij gunde Omtzigt écht een ministerspost. Inkapselen, het is voor hem een tweede natuur.

Wat een ironie dus dat juist op donderdag 1 april de grap vreselijk ontspoorde, toen alle fractievoorzitters de verkennersaantekeningen te lezen kregen. De logica van de 1 april-grap is immers ook: als iedereen de grap te vroeg snapt, ontstaat een nieuwe mogelijkheid. Ze keert zich dan tegen de bedenker. Vóór Pieter Omtzigt wel of niet in goede bedoelingen kon geloven, geloofden anderen het al niet meer.

Het is de dubbele bodem in een 1 aprilgrap, door Ollongrens aantekeningen geactiveerd, waarvoor iedere practical joker op zijn hoede moet zijn. Laat hem geloven dat er massa’s mensen op de Erasmusbrug staan te speuren naar een haai. Hij komt met een camera om zijn succes vast te leggen: 1 april. Er rest dan niets anders dan te ontkennen dat je het ooit van plan was. Dit is wat Mark Rutte overkwam op 1 april 2021. De grap sloeg om in een tragedie, met een nieuwe wetmatigheid: alles wat je doet om het noodlot te ontkomen, brengt het noodlot dichterbij.