Vrienden Wereldmuseum verkopen voor tonnen

De Stichting Vrienden van het Wereldmuseum in Rotterdam heeft de afgelopen jaren voor ruim een miljoen euro aan Aziatische kunstwerken verkocht. De verkopen onttrekken zich aan elke vorm van toezicht.

Medium wm1

Het betreft kunstwerken uit de eigen collectie van de Stichting Vrienden, waar Wereldmuseum-directeur Stanley Bremer bestuurder van is. Doel van de stichting is ‘het verlenen van steun aan de instandhouding van het Wereldmuseum’.

De Stichting Vrienden heeft de ANBI-status (Algemeen Nut Beogende Instelling), met alle belastingvoordelen van dien. ANBI-instellingen zijn sinds 1 januari 2014 verplicht binnen zes maanden na het boekjaar hun financiële gegevens plus een toelichting te publiceren. Doen ze dit niet, dan kan de ANBI-status worden ingetrokken, aldus een woordvoerder van de Belastingdienst.

Op de website van het Wereldmuseum staat enkel de jaarrekening van 2011. In dat jaar schonk de stichting 9600 euro aan het museum, dat zich sinds kort nadrukkelijk manifesteert als ‘Aziatisch kunstmuseum’. In de jaarrekening van de stichting staan de aankopen sinds 1990 (voor een totaal van 43.000 euro) wel vermeld, maar de verkopen – die veel meer geld hebben opgebracht – niet. Zo verkocht de stichting in maart 2011 twee schilderijen van de Indonesische activist Hendra Gunawan voor respectievelijk 613.000 euro en 505.000 euro. In juni 2013 verkocht de stichting een levensgroot bronzen boeddhabeeld uit Japan voor 157.000 euro. Het beeld was voorheen in bezit van kunsthandel Aalderink, daarna van kunsthandel Van Meurs, beide in Amsterdam. Alle verkopen verliepen via veilinghuis Christie’s.

Waar de totaalopbrengst van 1.275.000 euro aan is besteed, valt niet te achterhalen. Op de bankrekening van de stichting stond in 2011 28.000 euro. Of er nog meer verkopen van kunstobjecten zijn geweest, is niet bekend. Directeur Bremer wil de gevraagde informatie niet verstrekken aan De Groene Amsterdammer. ‘Vraag het maar aan het bestuur. Als deze gegevens niet onder de Wet openbaarheid van bestuur vallen, geef ik ze u niet.’

Tegenover de Digitale Kunstkrant verklaarde Bremer indertijd dat de werken van Gunawan waren verkocht omdat ze ‘niet voldeden aan de criteria van het Wereldmuseum’. Bremer: ‘Ons museum richt zich op de top van de niet-westerse kunst van voor de Eerste Wereldoorlog. Van de honderdduizend stuks in onze collectie voldoet er een aantal niet aan deze criteria, zoals ook deze twee schilderijen van Gunawan. Het is bepaald geen kwestie van kwaliteit, maar wel van het te recente bouwjaar 1974. Nu moeten we maar eens rustig gaan bekijken hoe we dit geweldige bedrag verstandig kunnen besteden.’

Het feit dat directeur Bremer zelf voorzitter is van de Stichting Vrienden is een ‘merkwaardige constructie, een ongebruikelijke twee-petten-situatie’, zegt George de Ceuninck, secretaris van de Nederlandse Federatie van Vrienden van Musea (NFVM). ‘Het komt maar bij heel weinig musea voor dat een museumbestuurder of conservator ook de Vrienden leidt. Je krijgt er vermenging en gezeur van.’ Meestal vaardigt een museum een vertegenwoordiger als toehoorder af naar de vergaderingen van de Vriendenclubs, aldus Ceuninck.

Een deel van de kritiek op het Wereldmuseum richt zich op het feit dat de huidige grootscheepse ontzameloperatie te snel en te onzorgvuldig gaat en dat er te weinig wetenschappelijk geschoolde conservatoren bij zijn betrokken. ‘Bij ontzamelen of herplaatsen is het van belang dat je eerst een goede inventarisatie maakt. Dat is een intensief proces’, zegt Birgit Donker, directeur-bestuurder van het Mondriaan Fonds. Voor de kosten daarvan kunnen musea een aanvraag doen voor een ‘bijdrage collectiemobiliteit’. Het Wereldmuseum heeft dat niet gedaan, bevestigt Donker. In 2011 vroeg en kreeg het Wereldmuseum wel 75.000 euro uit dit fonds voor het overdragen van de antropologische fotocollectie aan het Nederlands Fotomuseum. Museum Nusantara in Delft kreeg dit jaar 123.100 euro voor begeleiding bij het afstoten en overdragen van haar volkenkundige collectie.

In het beleidsplan 2013-2016 ontvouwt het Wereldmuseum plannen voor een ‘dating tour’. In samenwerking met datingbureaus wil het een 'museaal dating pakket inclusief romantisch diner voor twee’ gaan aanbieden.

De Partij voor de Dieren in Rotterdam heeft inmiddels een serie raadsvragen gesteld over het Wereldmuseum. ‘De beerput moet nu maar eens open’, zegt burgerraadslid Ruud van der Velden. ‘De burgers hebben recht op een eerlijk verhaal vóórdat er ontzameld gaat worden. De noodzaak tot ontzamelen ontgaat me volledig. Het Wereldmuseum wordt een soort horecabordeel en directeur Bremer krijgt alle ruimte van de gemeente. Het lijkt er soms op alsof ze het museum bewust failliet willen laten gaan zodat ze de beschikking krijgen over het gebouw.’


Beeld: Wereldmuseum