Identiteit op de werkvloer 2

‘Vrienden zeggen: “Je bent verkaasd”’

In het zakelijke bedrijfsleven zoeken hoopopgeleide Marokkaanse en Turkse Nederlanders en hun ‘witte’ collega’s naar de juiste omgangsvormen. Diversiteit op de werkvloer is een trending topic.

Soufian (25), recruiter bij een grote human resources-dienstverlener in Rotterdam, blijft zich verbazen over het ‘tikkie’, het betaalverzoek, van tachtig eurocent dat hij ontvangt als een witte collega tijdens de lunchpauze een croissantje voor hem koopt. ‘Dat zouden Marokkaanse Nederlanders nooit doen. Ook als ik voor collega’s wat meebreng is het altijd: “Stuur even een tikkie.” Witte Nederlanders kunnen er gewoon niet mee omgaan dat ik voor hen betaal.’ Tegelijk waardeert hij de duidelijke structuur op de Nederlandse werkvloer. ‘Afspraak is afspraak. Daar houd ik van, dat is in onze gemeenschap helaas niet altijd het geval.’

De politieke en maatschappelijke discussie over migratie en integratie mag dan gepolitiseerd en tobberig zijn, op de werkvloer van het zakelijke bedrijfsleven is diversiteit een trending topic. De bedrijfscultuur is ontegenzeggelijk Nederlands en tegelijk houden meer en meer bedrijven rekening met het ‘eigene’ van de diverser wordende schare werknemers. Naast Nederlanders met een migratieachtergrond wordt de werkvloer in snel tempo ook bevolkt door expats van over de hele wereld. Werknemers worden ertoe gedwongen – of ze dat nu leuk vinden of niet – zich te verdiepen in andere gedachten- en leefwerelden van collega’s die aan het bureau tegenover of naast hen zitten.

Tekin (30), die voor een internationaal accountskantoor werkt: ‘Bij ons kun je zijn wie je bent. Bijvoorbeeld het laten staan van een baard is geen probleem meer. Er wordt niet echt iets van gezegd.’ Met name in grotere ondernemingen kan onder werktijd worden gebeden in een stilteruimte, tijdens de ramadan worden collectieve vasten-breken-maaltijden georganiseerd en in de kantine wordt halal eten geserveerd. En alhoewel vrouwen met een hoofddoek nog schaars zijn in een hoge functie wordt het door een groeiende groep werkgevers aarzelend als een positief uithangbord gezien van waar het bedrijf voor staat: een inclusieve werkcultuur.

In het bedrijf van Tekin werken managers met een hoofddoek. ‘De acceptatie daarvan is in rap tempo toegenomen. Dat vind ik prachtig.’ Het zijn veelal vrouwen met een Marokkaanse achtergrond, licht hij toe. ‘Powervrouwen die zich prima staande kunnen houden in de corporate omgeving.’ Zij zijn volgens hem in het algemeen ambitieuzer dan vrouwelijke professionals van Turkse origine. ‘Ik zie om me heen dat die laatste groep, als ze trouwen en kinderen krijgen, hun ambities vaker loslaten dan vrouwen met een Marokkaanse migratieachtergrond.’

De pragmatische ondernemersgeest – wil je als bedrijf goed functioneren, dan moet je een afspiegeling zijn van de samenleving – lijkt haast haaks te staan op het zorgelijke maatschappelijke en politieke debat over botsende waardenoriëntaties van diverse bevolkingsgroepen. In de nieuwe identiteitspolitiek ligt de nadruk op de onoverbrugbare verschillen tussen mensen. Met een scheef oog wordt gekeken naar religieuze en politieke opvattingen die indruisen tegen wat als Nederlandse waarden wordt gemarkeerd. Mohammed (35), die marketeer is bij een bank en bidt op de werkvloer: ‘Ik denk vaak: wat is de realiteit? Wat ik op de werkvloer meemaak of wat ik via sociale media meekrijg? Zit ik hier met allemaal mensen die doordeweeks aardig en open zijn, maar die in het weekend dezelfde vooroordelen hebben tegen mensen met een migratieachtergrond als anderen?’

Het afgelopen half jaar spraken we uitgebreid met dertien hoogopgeleide professionals met een Turkse of Marokkaanse migratieachtergrond over hún ervaringen in dat krachtenveld van parallelle werelden. Ze zijn tussen de 25 en 39 jaar oud en hebben banen in het zakelijke bedrijfsleven als (register)accountant en controller, advocaat, marketeer, (juridisch) consultant, of zijn business developer en recruiter. Zeven hebben een Turkse, zes een Marokkaanse migratieachtergrond. We vroegen ze wat ze typisch Nederland(s) vinden, in het algemeen, op hun werkvloer, en of dat wel eens schuurt met hun culturele bagage. Hoe Nederlands vinden ze zichzelf eigenlijk? Maar ook – met het oog op de ophef in Nederland over de antidemocratische krachten in het huidige Turkije en het conservatieve stemgedrag van Turkse Nederlanders bij Turkse verkiezingen – of Turkse Nederlanders in toenemende mate over de Turkse politiek worden gekapitteld.

Om met dat laatste te beginnen: zonder uitzondering worden de hoogopgeleide Turkse Nederlanders die we spreken door witte collega’s op honende toon geconfronteerd met de ontwikkelingen in het huidige Turkije van president Erdogan. ‘Ze willen dat ik hun mening bevestig: Erdogan is een dictator’, zegt Kenan (31). Hij houdt zich met fiscale, juridische en financiële zaken bezig bij een bouwbedrijf. ‘Op mijn vorige werk heerste een ronduit hatelijke sfeer ten opzichte van Erdogan, dat vond ik vervelend. Er werden grappen gemaakt over oom Erdogan waarin woorden als “geiten” voorkwamen. Ik lag er niet wakker van, maar ik vond het niet prettig.’ Hij heeft vrienden, zegt hij, die zich door die onverholen gevoelens van afkeer minder thuis voelen op de Nederlandse werkvloer. ‘Je past niet meer in het plaatje, ook al ben je hoogopgeleid en heb je aantoonbare kwaliteiten.’

Ook Zeynep (35), advocaat bij een groot bedrijf voor juridisch en fiscaal advies, merkte dat de lijn tussen oprechte nieuwsgierigheid en bevoogding flinterdun is. ‘Er wordt al snel gevraagd: “Wat vind je van Erdogan?” Dan denk ik: dat gaat jou niets aan. Ik heb geen mening. Ik woon in Nederland, niet in Turkije. Ik zie alleen op televisie wat zich daar afspeelt en in mijn vriendenkring hoor ik verschillende verhalen.’ Ze vertelt dat haar man tijdens een sollicitatiegesprek expliciet werd gevraagd waar hij staat in het politieke krachtenveld in Turkije. ‘Zijn politieke voorkeur zou er niet toe moeten doen.’ Ze hoort van vrienden van Turkse komaf dat ook zij er bij sollicitaties over worden ondervraagd.

Mustafa, een juridisch consultant die recentelijk van baan wisselde, vindt het fijn dat hem dat bespaard is gebleven. ‘Ik vind het niet erg om het erover te hebben, maar ik sta er best ver vandaan. Vroeger checkte ik het nieuws over Turkije dagelijks. Nu niet meer.’ Op zijn vorige werk kreeg hij wel vragen in de trant van: ‘Wat vind jij ervan?’

Yusuf (39), die in de zakelijke verzekeringsbranche werkt, is nog steeds geschokt over wat een vrouwelijke collega tegen hem zei: ‘Ik heb het er thuis wel eens met mijn man over. Die Yusuf is een slimme jongen, hoe kan hij nou op Erdogan stemmen?’ Daar kwam ze niet uit. ‘Ze kon het niet plaatsen. Slim en Erdogan aanhangen gaan in haar belevingswereld niet samen. Alleen het domme volk loopt achter Erdogan aan. Dan denk ik: democratie, ik bepaal zelf wat ik doe.’

Witte Nederlanders, merken onze gesprekspartners, zoeken juist in dit soort kwesties graag de grenzen op. ‘Ze kunnen lang doorgaan met het maken van opmerkingen, ook als ze zien dat de ander zich daar ongemakkelijk onder voelt’, verzucht Kenan. ‘Na een poosje kan dat heel irritant zijn en hoopt het ongemak zich op.’ Het past bij de huidige tijdgeest waarin identiteit en moraal aan elkaar worden gekoppeld en vrijwel alles persoonlijk wordt gemaakt. Ondubbelzinnig wordt via het antidemocratische krachtenspel in Turkije de loyaliteit met Nederland getoetst. Ben je nou een van ons of niet?

‘Er werden grappen gemaakt over oom Erdogan waarin woorden als “geiten” voorkwamen. Ik lag er niet wakker van, maar ik vond het niet prettig’

‘Kwesties die je never en nooit genuanceerd kunt uitleggen’, zegt Tekin. ‘Het is zo gepolariseerd. Je wordt gedwongen de ene of de andere kant te kiezen. Dus wat is mijn gouden oplossing? Ik houd me er volledig buiten. Op het moment dat ik die vragen krijg, praat ik er een beetje omheen.’ Dat doet hij ook om een andere reden. Ook de Turks-Nederlandse gemeenschap is super gepolariseerd. Hij schat dat er zo’n dertig mensen met een Turkse achtergrond bij zijn bedrijf werken en dat de ene helft voor en de andere helft tegen Erdogan is. ‘Het voegt dus op de werkvloer helemaal niets toe als je je uitlaat over de politieke ontwikkelingen in Turkije’, zegt hij op ernstige toon. ‘Het is zelfs gevaarlijk. Of je hebt bonje met de ene kant of met de andere kant. Wat ik ook zeg, het zal altijd tegen mij gebruikt worden.’

Volgens organisatieadviseur Khalid Boutachekourt ontwikkelt menige professional met een migratieachtergrond een soort survivalmodus voor als de situatie te explosief wordt. ‘Dat is niet per se negatief’, meent hij, ‘iedereen past zich, met het oog op de carrière, tot op zekere hoogte aan de bedrijfscultuur aan.’ Zijn advies: ga sommige discussies bewust uit de weg. Tel tot tien als iemand iets stoms, negatiefs of gevoeligs zegt. ‘Ze weten uit ervaring dat je in een gepolariseerde samenleving als minderheid niet alles ongestraft kunt zeggen. Je schiet dan gemakkelijk in je eigen voet’, benadrukt hij.

De politieke polarisatie zorgt voor een groter bewustzijn van groepsidentiteiten, zowel onder mensen met als zonder migratieachtergrond. Tegelijkertijd, zo merken we tijdens de gesprekken, leidt de inzet van deze hoogopgeleide professionals op de werkvloer ook tot een sterkere oriëntatie op Nederland. Hun achtergrond weeft zich gaandeweg in hun professionele bestaan. Maar eerst hún uitgesproken ideeën over wat Nederland tot Nederland maakt. ‘Discipline, hard werken, weinig zeuren, open minded, respect voor elkaar hebben, economisch sterk’, zegt Kenan (31) die zich met fiscale, juridische en financiële zaken bezighoudt bij een bouwbedrijf. ‘Nederlanders zeuren over simpele zaken als het weer en de buren. Maar over hoofdzaken wordt veel minder gekankerd.’

Eda (32), advocaat: ‘Vrijheid, onafhankelijkheid, egoïsme in positieve zin.’ Ze vindt het fijn dat ze mag zeggen wat ze denkt en mag zijn wie ze wil zijn. ‘In de Turkse cultuur houd je rekening met de mening van je vader, je moeder, je zus, je broer.’ Anderen noemen het overgereguleerde. ‘Niets aan het toeval overlaten’, zegt Fatih (29), juridisch consultant. Hij begrijpt dat mensen uit landen met problemen naar Nederland uitwijken. ‘Ik vind Nederland veilig.’

Zonder uitzondering roemen ze de kansen die je krijgt, ook al moet je die wel zelf zien en grijpen, anders val je buiten de boot, zoals Rachida (35) het formuleert. Ze werkt op een communicatieafdeling. Ook zij vindt het fijn dat je hier vrij kunt handelen en denken. ‘Mijn moeder is meer bezig met wat de omgeving van mij vindt dan wat mij blij en gelukkig maakt.’ En natuurlijk die kenmerkende directheid van communiceren van Nederlanders die zij niet van huis uit hebben meegekregen. ‘Als je dat afzet tegen mijn Marokkaanse omgangsvormen’, zegt Mohammed, marketeer bij een bank: ‘Die zijn wat gereserveerder. De kat uit de boom kijken, aftasten wat je aan iemand hebt, niet direct zeggen wat je denkt. Nederlanders houden minder rekening met de ander, spreken vanuit de eigen behoefte.’ Dat vindt hij soms een valkuil, maar vaker verfrissend. Fatih: ‘Als er wordt gepraat over persoonlijke kwaliteiten krijg ik vaak te horen dat ik bedachtzaam overkom.’ Hij heeft de indruk dat van hem een zekere directheid wordt verwacht, anders word je snel als inhoudsloos gezien.

De gezonde kanten van egoïsme en individualisering zien ze als kenmerkende Nederlandse eigenschappen die ook op de werkvloer spelen. Accountant Tekin: ‘Openheid, de platte structuur, je helpt elkaar, de niet-hiërarchische organisatie. De meer feminiene aanpak, niet dat masculiene.’ Hij prijst de projectmanagementvaardigheden van Nederlanders. ‘En je hoeft niet per se de hele dag een super hoog werktempo te hebben, maar je werkt wel door zodat je niet hoeft over te werken. De Amerikanen in ons bedrijf blijven in drukke tijden tot tien uur ’s avonds op kantoor, maar hun werktempo is door de dag heen minder hoog dan dat van Nederlanders. Die willen zo efficiënt mogelijk werken zodat iedereen om vijf, uiterlijk zes uur naar huis kan.’

Vrije tijd is belangrijk voor Nederlanders, ervaart hij. ‘Dat vind ik mooi.’ Het is volgens hem ook een bepalende factor waarom op dit moment de hele wereld in Nederland wil werken. ‘We hebben het hier over highly skilled people die cherry picken. Ze vergelijken de bedrijfsculturen in Europese landen en dan blijkt dat Nederland het beste vestigingsklimaat heeft. Iedereen spreekt hier Engels, de balans werk-privé is op orde. De huisvestingskosten zijn hoog, maar dat is nog altijd relatief vergeleken met bijvoorbeeld Londen.’ Voor Tekin is dat wat Nederland mooi maakt: de kansen die je krijgt op basis van je talenten. ‘Als je een goede opleiding hebt, bereid bent om hard te werken, dan bouw je hier een perfect bestaan op in vergelijking met menig ander land.’

‘Iedereen mag wat zeggen, iedereen mag wat vinden, iedereen mag wat vragen. Dat wordt zelfs van je verwacht’, aldus Younes (34), die consultant is. Hij heeft ook bij een Britse bank gewerkt en daar bedisselde de baas vrijwel alles en iedereen moest daarnaar handelen. Advocaat Zeynep prijst de nuchterheid van Nederlanders: ‘Recht door zee, hun concreetheid.’ En natuurlijk valt ook het onvermijdelijke p-woord: polderen. De consensus zoeken. ‘Aan de ene kant’, zegt Mohammed, ‘zijn Nederlanders wars van hiërarchie en tegelijk leidt polderen tot meer meningen. Dat is een beetje een paradox.’ Dat merk je als je, zoals hij, in een groot en zakelijk bedrijf werkt waar meerdere belangen bij elkaar komen. ‘Je werkt met veel stakeholders. Als je wat voor elkaar wilt krijgen, moet je handig acteren. Goed zicht hebben op wat typisch Nederlands en wat typisch corporate is. Wie heeft invloed op wat? Wanneer is het handig daar even te gaan buurten?’ Hij was in het begin meer bezig zijn doelen te bereiken dan dat hij zich verdiepte in hoe de hazen lopen. ‘Het herkennen van die onderstromen: wanneer opereer je direct en wanneer informeel, dat heb ik niet van huis uit meegekregen.’

Ze zeggen het niet één keer, maar een paar keer gedurende de gesprekken: ze voelen zich thuis bij veel zaken die zij als typisch Nederlands beschouwen. Soufian, recruiter: ‘Vrienden zeggen: “Je bent verkaast”, terwijl ik best gelovig ben. Ik voel me goed in Nederland. In Marokko is alles chaotisch. Als je terugkeert van vakantie besef je weer hoe goed je het hier hebt. Alles is gestructureerd en deugdelijk geregeld.’ Dat geeft hem rust. ‘Thuis eet ik köfte en zij hutspot’, schertst de accountant Tekin. Maar nu er zoveel collega’s met verschillende culturele achtergronden in zijn bedrijf samenwerken, ervaart hij hoe Nederlands hij is in zijn denken en handelen. ‘Die conclusie heb ik inmiddels getrokken.’ Het afgelopen jaar heeft hij nieuwe Turkse collega’s gekregen die het Turkije van president Erdogan zijn ontvlucht. ‘Als ik zie hoe wij werken en hoe omfloerst zij opereren en communiceren, dan vraag ik me af wie hier de Turk is.’

Het bedrijf waar Kenan werkt is een joint venture van een Nederlandse en een Turkse bouwonderneming. ‘Er is een enorm verschil in werkcultuur tussen Turkse werknemers die de afgelopen jaren uit Turkije zijn aangetrokken en Nederlandse werknemers’, vindt ook hij. ‘Turken praten heel veel tijdens het werk, roken veel, halen op de terugweg naar hun bureau nog een bakje koffie en maken daardoor lange dagen. Er wordt niet efficiënt gewerkt. Nederlanders komen om zes uur ’s morgens en vertrekken om drie uur ’s middags. Ze praten niet al te lang over wat ze de dag ervoor hebben meegemaakt.’

‘Omdat er nog nauwelijks rolmodellen zijn, zeggen nogal wat professionals met een niet-westerse achtergrond: niemand vóór mij is het gelukt de top te bereiken, wie ben ik om het dan wél te kunnen?’

Hij voelt zich net als Tekin beter thuis bij zijn Nederlandse collega’s. ‘Als ik de chaos zie die Turken op de werkvloer creëren, dat past niet bij mij.’ Hetzelfde geldt voor hun arbeidsethos. ‘Afgelopen week was de Turkse projectleider er enkele dagen niet en dan zie je dat op de bouw sommige mensen gewoon niet komen opdagen. In Nederland is dat onvoorstelbaar. Daar houdt men zich over het algemeen aan de overeengekomen arbeidsuren.’

Naarmate de gesprekken vorderden, drong zich bij ons de vraag op waarom die ontwikkeling – ze zijn zichzelf én Nederlander – onder middelbaar en hoogopgeleiden met een migratieachtergrond nauwelijks wordt onderzocht. Die zou wel eens van groot belang kunnen zijn voor de manier waarop we in de nabije toekomst nadenken over de Nederlandse identiteit. Elk op hun eigen wijze vervlechten ze hun Nederlander-zijn met hun biculturele achtergrond. Zeynep: ‘Ik ben hier geboren en opgegroeid, maar ik heb ook een Turkse identiteit. Ik kan me wel voordoen alsof ik alleen maar Nederlands ben, maar dat ben ik niet. Ik ben met een dubbele nationaliteit opgegroeid. Ik heb niet alleen Nederlandse waarden en normen, maar ook Turkse. Ik ben een mix.’

Het is wat we in den brede tegenkomen. We zijn wie we zijn: Nederlander, maar ook Turk of Marokkaan. Als tegenwicht tegen de vooroordelen die er ontegenzeggelijk onder collega’s en het hogere management nog leven met betrekking tot hun religieuze en etnische achtergronden zouden ze graag het verkeersbord ‘Ritsen vanaf hier’ op de werkvloer aantreffen. Sofia (31), een consultant, houdt zich niet meer stil als ze het gevoel heeft oneerlijk te worden beoordeeld. Als consultant wordt ze gedetacheerd bij wisselende bedrijven. Iedere keer moet ze ‘op gesprek’ bij nieuwe klanten, een soort sollicitatiegesprek, om te zien of er een klik is. ‘Een directeur vroeg me laatst of ik wel goed kon schrijven, aangezien ik veel rapporten zou moeten opstellen.’ Ze vond dat een rare en nare vraag. ‘Ik denk dat ik beter schrijf dan de gemiddelde Nederlander.’ Uiteindelijk werd ze aangenomen voor de klus, maar ze sprak in de eerste week de directeur aan op die voor haar onverkwikkelijke kwestie. ‘Ik vertelde hem dat ik die vraag ongepast vond, omdat die impliceerde dat ik niet goed zou kunnen schrijven gezien mijn achtergrond. Hij heeft daar toen zijn excuses voor aangeboden, het was niet de bedoeling mij te beledigen met die vraag. Dat geloof ik ook wel. Maar zulke zaken gebeuren vaak onbewust. Als wij stil blijven dan blijft het doorgaan. Iemand moet er wat van zeggen.’

Soufian vertelt dat het hem tijdens zijn puberteit vaak pijn deed als hij de gezichten van Nederlandse jongens zag betrekken als hij zich voorstelde als Soufian en als Marokkaan. ‘Soms noemde ik een andere naam, zei dat ik een soort halfbloedje was. Tot ik dacht: waarom doe ik dat? Waar schaam ik mij voor? Als zij denken dat ik een slechte jongen ben, omdat ze dat over Marokkanen in het nieuws horen, dan is dat maar zo. Als ze me leren kennen, verandert dat wel.’ Inmiddels beschouwt hij de positie die hij in het zakelijke bedrijfsleven heeft opgebouwd als een springplank voor anderen met een migratieachtergrond. ‘Als ik wegga en er solliciteert een Marokkaan, dan denken ze wellicht: misschien is dat wel een potentiële Soufian.’ Fatih heeft de uitspraak van zijn achternaam vernederlandst. ‘Het lijkt een klein dingetje, maar voor mijn gevoel ben ik een deel van mijn identiteit eigenlijk niet op de juiste manier aan het uitdragen.’

Ook bij Diversiteit in Bedrijf ervaren ze dat diversiteit op de werkvloer een grillige werkelijkheid kent. Het gaat met horten en stoten en is zeker geen lineair proces. De organisatie is een betrekkelijk jong initiatief van de Stichting van de Arbeid, het overlegorgaan van werkgevers- en werknemersorganisaties, met als doel het bevorderen van een inclusieve bedrijfscultuur waarin iedere medewerker zich erkend voelt. Zo merken ze dat het moeilijk is ondernemingsraden daarin mee te krijgen. ‘Er spelen vaak andere belangen’, aldus projectleider Alice Odé. Ze zetten daarom ook in op medewerkersnetwerken. Sommige grote bedrijven, zoals de Rabobank, hebben er zeven. Feitelijk zijn het zelforganisaties van medewerkers met een eigen, specifieke identiteit: vrouwen, lhbt’ers, of op cultuur en religie gericht samengesteld.

Beleidsmedewerker Leo Euser noemt het de paradox van de emancipatie. ‘Je doet er alles aan om te laten zien wie je bent en wat je kunt bijdragen. Met als uiteindelijk doel gelijk te worden behandeld, zodat jij, met jouw specifieke achtergrond, dezelfde kansen krijgt als jouw witte collega’s.’

D e hoogopgeleide professionals zijn pioniers die leven tussen verschillende culturen, stoeien met identiteit, etniciteit, klasse. Vaak als eersten uit hun familie, buurt of gemeenschap komen zij op werkplekken en verkeren zij in situaties waar slim zijn en hard werken niet voldoende zijn. Tekin, die op een groot accountantskantoor werkt: ‘Als je de hoogste regionen van een bedrijf wil bereiken, is iedereen een professional met goede vakkennis. Dan draait het om wie je bent. Wil ik naast je zitten in het managementteam? Ook als je partner wil worden of tot de directie wil gaan behoren, is het belangrijk of je bij de rest past.’

Feitelijk zegt hij: dat kan alleen veranderen als er meer mensen met een migratieachtergrond in de top zitten en zorgen voor een cultuuromslag. Ondanks de diversere werkvloer zijn er nog steeds te weinig topbestuurders die al in een vroeg stadium professionals met een niet-westerse achtergrond onder hun hoede nemen, steunen, ervoor zorgen dat ze de juiste mensen spreken, de juiste dingen doen waardoor ze een leuker profiel opbouwen om door te stromen. Uit onderzoek van de Sociaal Economische Raad (ser) blijkt dat het aantal leidinggevenden met een andere culturele achtergrond rond de twee procent schommelt. Volgens het adviesorgaan is er geen eenduidige oplossing om de culturele diversiteit in de subtop en top te vergroten. Wat ze wél weten: willen talenten met een niet-westerse achtergrond beter doorstromen, dan is er behoefte aan rolmodellen én aan volume.

Sofia, die scheikunde studeerde en consultant is, kijkt soms om zich heen en beseft dat ze de enige vrouw uit haar omgeving is die het professioneel zo ver heeft geschopt. ‘Ik had zelf geen rolmodellen. Ik stond er als meisje nooit bij stil wat ik zou kunnen bereiken. Geen enkel meisje uit mijn buurt heeft gestudeerd. Er zijn er maar een paar die een ander pad hebben gekozen en ik ben daar één van. Dat had ik nooit durven dromen.’ Accountant Tekin is heel expliciet in zijn advies aan jonge mensen die naar hem toe komen voor een kop koffie en een goed gesprek. ‘Je bent super getalenteerd, maar realiseer je dat je werkt in een omgeving die jou niet per definitie begrijpt of wil begrijpen.’ Hij zegt dat super ambitieuze mensen het overal wel redden, maar dat hij de middenmoot niet aanraadt om te werken in een omgeving waar ze zichzelf niet kunnen zijn, ook al betreft het een heel leuke baan. Zoek een omgeving waar je je thuis voelt, is zijn advies, dan kun je groeien.

Mustafa ervaart dat Turks-Nederlandse ouders in zijn omgeving hem presenteren als een rolmodel voor hun kinderen. ‘Hij is 29, advocaat en one of us.’ Younes benadrukt hoe belangrijk het is dat hij van zijn omgeving de ruimte krijgt om rolmodel te kunnen zijn. ‘Als er iets belangrijks speelt op het werk, dan zorg ik dat ik er ben, ook al gaat dat ten koste van de tijd die ik met mijn familie wil doorbrengen. Mijn familie accepteert en begrijpt dat. Ze zijn trots dat het goed met me gaat op mijn werk.’

Het kabinet heeft de ser gevraagd maatregelen te verkennen die ervoor kunnen zorgen dat meer mensen met een migratieachtergrond kunnen doorstromen naar de top. Het rapport Diversiteit in de top van het bedrijfsleven verschijnt naar verwachting in de zomer. Volgens ser-voorzitter Mariëtte Hamer missen deze professionals vaak een netwerk. ‘Sollicitaties gaan steeds minder via advertenties, er wordt in het eigen netwerk gezocht.’ Ze riep werkgevers er onlangs toe op: ‘Kijk buiten je netwerk, breek je netwerk open.’ Tekin: ‘Omdat er nog nauwelijks rolmodellen zijn, zeggen nogal wat professionals met een niet-westerse achtergrond: niemand vóór mij is het gelukt de top te bereiken, wie ben ik om het dan wél te kunnen? Ze beginnen voor zichzelf of vertrekken naar een organisatie waar ze denken dat het makkelijker is.’

Succesvol zijn in het bedrijfsleven vraagt ontegenzeggelijk ook een groot commitment. Een drive die alleen kan worden opgebracht als professionals weten waar ze goed in zijn maar ook wat hen gelukkig maakt, zegt Mohammed die marketeer is. Het is een onderwerp dat in de spreekkamer van Assmaa Kammite, psycholoog met een Marokkaanse achtergrond, regelmatig terugkeert. ‘Je wordt geacht continu aan jezelf te werken om zo een betere bijdrage te kunnen leveren aan het bedrijf. Een investering in jou is een investering in het bedrijf. Maar het is ook tijd die je niet op een andere manier kunt besteden.’

Mohammed ziet dit terug bij veel van zijn vrienden. ‘Ik heb de indruk dat het één stijl is: hard werken, zorgen dat je bij de top hoort. Ik moet mij blijven ontwikkelen, blijven bewegen.’ Hij ziet tegelijkertijd dat nogal wat professionals met een migratieachtergrond worstelen met de plek waar ze zitten. Ze kunnen hun ei niet echt kwijt, maar hebben moeite om de vinger op de zere plek te leggen. Ligt het aan mij, aan het bedrijf? Maar, benadrukt hij: ‘Niemand van mijn biculturele vrienden zegt: “Ik kan mijn ei niet kwijt omdat ik Marokkaan ben, gediscrimineerd word of moslim ben.” Het zit meer in de standaardvragen in het leven waar ook mijn Nederlandse vrienden mee worstelen: wat is mijn passie, wat is mijn doel? Dat is niet expliciet gelinkt aan cultuur.’


Dit is het tweede deel van een tweeluik dat mogelijk werd gemaakt door bijdragen van Fonds 1877 en de Regeling Onderzoeksjournalistiek van het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten. Deel 1 verscheen in De Groene van 31 januari. Een deel van de professionals heeft op hun verzoek een gefingeerde naam