Vriendencontributie van Wall Street

New York - Deze dagen zijn de financiële dienstverleners van Wall Street niet per se de lieden waarmee je als Amerikaans politicus graag wordt gezien. In Tea Party-kringen moeten ze niets van deze zakkenvullers weten, om van de activisten van de pas ontsproten protestbeweging Occupy Wall Street maar helemaal niet te spreken. In een dergelijk klimaat zijn politieke donaties van Wall Street een dubieus geschenk: slecht voor het imago, maar uiteraard goed voor de campagnekas, die in het door geld gedomineerde Amerikaanse electorale proces goed gevuld moet zijn. En in november 2012 zijn er weer presidentsverkiezingen.
Nu kunnen bedrijven en particulieren dankzij de Supreme Court-uitspraak ‘Citizens United’ van begin 2010 vrijwel anoniem en onbeperkt geld uitgeven aan politieke campagnes, mits ze dit doen via zogeheten 'politieke actiecomités’. Maar dat geldt niet voor rechtstreekse donaties van particulieren: die kennen een limiet - voor presidentsverkiezingen is dit bijvoorbeeld 2500 dollar per kandidaat - en zijn openbaar. Een donateur dient zelfs aan te geven in welke sector hij werkzaam is en wie zijn werkgever is. Daardoor is het mogelijk om uit te rekenen welke kandidaat tot dusver het meeste geld van Wall Street-professionals heeft ontvangen.
Blijkbaar heeft de vermoedelijke Republikeinse presidentskandidaat, Mitt Romney, vooralsnog meer vrienden op Wall Street dan president Barack Obama. Romney haalde ruim anderhalf miljoen dollar op bij medewerkers van onder meer zakenbank Morgan Stanley, private equity-huis Blackstone en hedgefund Highbridge Capital. Obama bleef daarentegen steken op 270.000 dollar.
Hoe anders was dit in de aanloop naar de verkiezingen van 2008, toen Obama aanzienlijk meer geld ontving van Wall Street dan zijn Republikeinse tegenstander John McCain. Zo haalde Obama destijds meer dan een miljoen dollar op bij Goldman Sachs-medewerkers. Nu gaven die niet meer dan 45.000 aan Obama, tegen 350.000 voor Romney. De reden hiervoor is geen geheim: Obama heeft zowel met zijn retoriek - 'fat cat bankers die zichzelf verrijken’ - als met zijn steun voor de nieuwe regulering van de financiële sector (de Dodd-Frank-wetgeving) geen vrienden gemaakt op Wall Street. Romney voert campagne met de belofte dat hij zal proberen Dodd-Franks terug te draaien.
Overigens lijkt het erop dat Obama de financiële strijd ook zonder Wall Street af kan: hij wierf tot nu toe zo'n honderd miljoen dollar, drie keer zo veel als Romney. Dit alles wil niet zeggen dat Obama geen trek heeft in Wall Street-dollars. Onlangs rekruteerde hij Roger Altman als 'bundelaar’ (rijkaard die geld werft onder zijn vrienden, familieleden en zakelijke relaties). Altman, een vooraanstaande zakenbankier die in het verleden voor Hillary Clinton 'bundelde’, haalde in september al tweehonderdduizend dollar op voor zijn president.