Vriendendienst

Rabat - Een maand geleden maakte het Marokkaanse regime een einde aan Le Journal Hebdomadaire (LJH), door het weekblad failliet te verklaren en de burelen te verzegelen. Nu had het weekblad inderdaad een behoorlijke belastingschuld, maar als dat het criterium is, zijn er meer kranten en weekbladen die voor een failliet in aanmerking komen. Bijvoorbeeld Le Matin du Sahara, spreekbuis van de regering, dat nog veel dieper in de schulden zit. Het niet bepaald rendabele Aujourd'hui le Maroc, waarvan de aandeelhouders zijn gelieerd aan het regime, mag ook gewoon blijven verschijnen. Net als de grootste krant van Marokko, het ooit onvervaarde maar inmiddels gedomesticeerde Al Massae (De Avond), dat tegen een torenhoge schuld aankijkt. Hoofdredacteur Rachid Nini is al lang geen luis in de pels meer. Hij hoeft nog maar één faux pas te maken en hem wacht een verschrikkelijke wraak, en uit wat hij schrijft blijkt hoezeer hij dat beseft.

Wat voor ‘verschrikkelijke wraak’? Wel, neem Ali Amar, die dertien jaar geleden samen met Aboubakr Jamaï LJH oprichtte. Amar publiceerde vorig jaar bij een Franse uitgever Le grand malentendu (Het grote misverstand), een ongemeen kritisch boek over het eerste decennium Mohammed VI - dus de afgelopen tien jaar. Het werd in Frankrijk een kleine bestseller en staat in Marokko op de zwarte lijst. Zo'n boek publiceren blijft niet onbestraft. Nadat LJH eind januari door een handelsrechtbank failliet was verklaard, werd beslag gelegd op de bankrekening en bezittingen van LJH-aandeelhouder Ali Amar.

Amar, bang in de gevangenis te belanden, vluchtte naar Spanje, met de bedoeling door te reizen naar Parijs. Maar dat lukt niet: zijn verblijfsvergunning van drie maanden bleek alleen geldig voor Spanje. Aan de telefoon zegt de francofone Amar dat het document 'minder waard blijkt dan een simpel toeristenvisum waarmee men toegang krijgt tot alle Schengen-landen’. De journalist maakt zich er boos om dat hij Frankrijk, waar hij al dertig jaar komt, plotseling niet meer in mag. 'Ik hoop niet dat hier sprake is van een vriendendienst van Frankrijk en Spanje aan Marokko.’

Die andere oprichter van LJH, Aboubakr Jamaï, bevindt zich voorlopig ook in Spanje: ook op zijn bezittingen en banktegoeden is beslag gelegd. Beide mannen hebben zich noodgedwongen begeven in de voetsporen van de al bijna een decennium in Spanje woonachtige Ali Mrabet, het enfant terrible onder de Marokkaanse journalisten, die ooit voor LJH werkte, en door het regime een publicatieverbod van tien jaar kreeg opgelegd.