Vriesnacht

Ondanks de vormfragmenten waaruit het bestaat, lijkt Ohne Titel van Imi Knoebel alles behalve een compositie van vormen.

Medium fuchs0343 00

Vooral omdat in de vormgeving van Ohne Titel van Imi Knoebel denkbare neigingen tot geometrie vermeden lijken te worden, maakt het werk de indruk een losse, impulsieve groepering te zijn van zes slank gesneden vormfragmenten. Ik denk dat het minder los in elkaar zit dan op het eerste gezicht lijkt. Daarom is het zaak er nauwkeurig en geduldig naar te kijken. Het bestaat uit zes delen die elk verschillend zijn, hoewel aan het handschrift van de tekening van hun strakke omtrek te zien is dat ze, qua vorm, verwant zijn. Van die vormen, die ook op fragmenten van iets lijken, zijn er drie op de wand bevestigd; de andere drie zijn daar overheen geschoven. Die direct tegen de wand maken de indruk het stevigst te zijn. Dat lijkt zo vanwege de zwarte vorm helemaal rechts. Zo te zien is de contour daarvan van alle vormen ook het meest grillig getekend. Terwijl bovendien de andere vijf vormen scheef in elkaar hangen, hangt het zwarte fragment ongeveer loodrecht naar beneden. De scherpe onderste punt ervan is ook het laagste punt in de hele vormgroepering. Op die positie geeft de zwarte vorm, als een anker, de groepering een zekere stabiliteit. Vreemd genoeg lijkt ze rechtop te staan, bovendien ook iets apart en terzijde van de rest van het arrangement. Ook de kleur ervan, een mat zwart, maakt de vorm gewichtiger. De overige twee vormen aan de wand zijn rood. In visuele werking is dat ook een strakke kleur. Tegelijkertijd lijken die in omtrek ook iets vierkanter.

Intussen, terwijl ik de compositie van de groepering probeer te lezen, zie ik dat het kleinste van de twee rode vlakken dicht en vrij rechthoekig tegen het smallere, langwerpige zwarte fragment ligt aangeschoven. Daardoor lijken die twee stukken een soort figuur apart te vormen. Het grotere rode fragment (dat er ook recht en hoekig uitziet) hangt dan verder links boven de zwart-rode figuur, maar met nog net zo veel witte ruimte ertussen dat er tussen de drie vormen een compositionele verbinding blijft bestaan. Voorzover ik kan zien fungeert die evenwichtige figuur van zwart en tweemaal rood (fragmenten tegen de wand) eigenlijk als basis voor de veel luchtiger beweging van de drie vormen die eroverheen schuiven. Wat hun tekening betreft horen die tot dezelfde familie van vormen. De spitse negatieve vorm bijvoorbeeld, uitgesneden uit het scheef hangende lichtgroene vlak, is in scherpte verwant met de kantige inkeping rechts in het zwarte fragment en met de spitse punt ervan. Ondertussen zijn de drie bovenste fragmenten, vergeleken met het rood en zwart van wat ik de basis noem, veel lichter van kleur. Omdat ze ook losser lijken te hangen, met een beweging scheef naar rechts, hebben deze drie vormen ook een samenhang. Met hun lichte kleuren zweven ze als een bloem.

Medium fuchs knoebel van abbe 0939
Overigens lijken de vormen nergens op, abstracter gaat het niet

Overigens lijken de vormen nergens op, abstracter gaat het niet. Het lichte groen en het lichte lila hebben een zachte satijnen glans. Omdat het dof goudkleurige fragment linksonder beweeglijker met een kwast is beschilderd, is daar een levendiger reflectie van licht. Met andere woorden: tot nog toe ging mijn aandacht naar de tekening van de fragmenten en de compositie van de groepering. Dat komt doordat ik me de kunstenaar voorstel die de stukken vorm uitzaagt – dus de vorm bepaalt voordat de fragmenten met kleur zijn beschilderd. Misschien schuift hij ze heen en weer over elkaar om te zien welke figuren zich gaan voordoen. Bij dit soort gefragmenteerde composities ligt het voor de hand dat de kunstenaar vooral en eerst met de tekening van de vormen bezig is. Maar anderzijds lijken de gebruikte kleuren, met hun bijzondere luchtigheid, precies te passen bij de slankheid van de vormen. In die verbinding zijn ze echter zo typisch voor het handschrift van Imi Knoebel dat ik me kan voorstellen dat het snijden van de vormfragmenten toch, in zijn hoofd, op een of andere manier samenviel met het bepalen van de kleuren. In ieder geval draagt in het meesterlijke Ohne Titel de helderheid van kleur de slankheid van de vorm net zoveel als omgekeerd.

Dat ik de vormen steeds weer fragment noem (scherf, flard) is omdat hun onmiskenbare samenhang suggereert dat het fragmenten zijn van een fictief soort rechthoek die uit elkaar is gevallen. Dat unieke effect van lichtheid en scherpte is een gevolg van de ragfijne helderheid in deze vormgroepering. Ter vergelijking: in Mondriaans zwart-witte Compositie (1930) verdelen een paar lijnen (verschillend dik) een vierkant in vijf andere vormen van wit die allemaal verschillend zijn en waarvan er niet één vierkant is. Ze zijn liggend rechthoekig en staand rechthoekig. Hun schaduwloze klaarheid is zo wonderbaarlijk omdat het vormen zijn die niet gevormd zijn maar die tussen de zwarte lijnen zijn overgebleven. Dus zijn ze gewichtloos. Net zo, of vergelijkbaar, hangen de fragmenten met hun ijle kleur in Knoebels schilderij te zweven. Eigenlijk is het werk een groepering niet van vormen maar van onnavolgbare helderheden. De omtreklijnen zelf lijken zo doorzichtig (en de fragmenten ogenschijnlijk dus gewichtloos) en zo kraakhelder als de witte maan in het donker van een koude vriesnacht.


PS Zowel het werk van Knoebel als de compositie van Mondriaan is in het Van Abbemuseum – en ik zouwillen dat ze daar eens tegenover elkaar kwamen te hangen

Beeld: (1) Piet Mondriaan, Compositie in zwart en wit II, 1930. Olie op doek, 50,5 x 50,5 cm (Peter Cox/Van Abbemuseum Eindhoven). (2) Imi Knoebel, Ohne Titel, 1978. Acrylverf op hout, zes delen, 260 x 380cm (Peter Cox/Van Abbemuseum Eindhoven)