Menno Hurenkamp

Vrije energie

Sinds deze maand mogen we zelf onze stroomleverancier kiezen. Ik steek daar geen tijd in. Het te behalen voordeel is te klein. Toch is deze keuzevrijheid volgens veel politici erg belangrijk. De moderne burger is immers erg mondig en wil maatwerk — niet alleen zijn overhemden, maar ook zijn elektriciteit, zijn parkeerplek en de weerberichten die hij ontvangt moeten precies afgestemd zijn op zijn unieke verlangens. En als het de moderne burger niet bevalt, gaat hij gillen. Vandaar dat minister-president Balkenende als belangrijkste eis voor een nieuw kiesstelsel formuleert dat het de keuzevrijheid van de burger vergroot. En dat minister van Sociale Zaken De Geus onderhandelingen met de vakbonden laat sneuvelen op het vervroegd pensioen. De vakbonden willen dat collectief organiseren, omdat dit verreweg het goedkoopste is voor iedereen. Het kabinet wil iedere werknemer de vrijheid bieden om zelf een prepensioen te organiseren. Niet omdat dat betere pensioenen oplevert, maar omdat keuzevrijheid van de burger voor deze regering een ideologische kwestie is geworden.

Nader bekeken blijkt die keuzevrijheid begrensd. De moderne burger mag in het publiek niet roken, moet daar juist wel Nederlands praten, en mag ook niet zonder gordel op de achterbank. Aldus gedisciplineerd mag hij kiezen. Zijn elektriciteit dus, en zijn pensioen, maar ook zijn verzekeringen en zijn zorg. Kortom, de vrijheid van de mondige burger zit volgens de regering in zijn portemonnee. Vandaar ook dat een eerste kritiek op gemakzuchtige pleidooien voor keuzevrijheid steevast is dat mensen niet willen kiezen, maar goede service willen. Hun verlangen naar een alternatieve school of dokter komt niet voort uit behoefte aan variatie, maar uit ergernis over slechte dienstverlening.

Omdat de geboden mogelijkheden allemaal financieel van aard zijn, zou het eerlijker zijn om over bestedingsvrijheid te praten dan over keuzevrijheid. Kiezen gaat over alles — je kunt kiezen om met je hoofddoek op de rechter uit te hangen of om met tweehonderd per uur door de binnenstad te jakkeren. Besteden gaat over geld. En ook die bestedingsvrijheid valt tegen. Verzekeringsdirecteur Hugo Keuzenkamp schetste recent in Het Financieele Dagblad hoe verzekeraars straks de ziekenhuizen voor patiënten bepalen. Dat is geen probleem, zegt Keuzenkamp, want nu doet de patiënt dat ook niet zelf, maar is hij overgeleverd aan de willekeur van de huisarts. Ook bij de stroom grijpt de burger de macht niet (zie boven). De Tilburgse econoom Eric van Damme schreef onlangs in NRC Handelsblad dat consumenten te dom en te lui zijn om onder de huidige omstandigheden gebruik te maken van de vrije energiemarkt. Omdat niemand de moeite neemt om te switchen, dalen de prijzen niet, en alleen de energiebedrijven profiteren van de vrijheid.

Bestedingsvrijheid werkt pas bevrijdend als de meerderheid van de mensen er gebruik van maakt. Het vraagt dure scholing en voorlichting. Bovendien moet je de energieke verzekeraars en de zekere energieleveranciers grondig bewaken, opdat ze hun klanten niet beduvelen of onderlinge deals maken. Beide zaken kun je alleen van de overheid verwachten. Dus als je de burgers met hun geld laat spelen, moet de staat nog altijd meebetalen, anders blijven ze ontevreden. Dat past niet in het beeld van minder regels, meer vrijheid, dus de regering kiest ervoor daarover te zwijgen.