Vrije keuze

Ik wil een systeem hebben en het toeval toelaten. Een beetje. Veel systeem, weinig toeval. Als de vakantie nadert, wordt dit iets nijpends. Vivian Gornick heeft het in The End of The Novel of Love over de paniek die vrouwen om het hart slaat wanneer ze het ja-woord hebben gegeven. In romans dan hè. ‘What to do, what to do’, zuchten die vrouwen als ze op het meest romantische moment van hun leven hun hart voelen verharden. Het ja-woord betekent het einde van hun vrijheid, ze raken in paniek. ‘Wat te doen, wat te doen’, denk ik net zo paniekerig als ik naar het stapeltje boeken kijk waarmee ik het de komende weken ga doen. Is dit het nou? Heb ik de juiste keuze gemaakt? Het verzameld toneelwerk deel 4 van Harold Pinter, what was I thinking? Voor de hoeveelste keer ga ik een Simenon meenemen en ongelezen mee terugnemen?

Een van de aangrijpendste films over de romantiek/paniek van het ja-woord is 5x2 van François Ozon. Het is het verhaal van een relatie achterstevoren verteld: het begint bij de scheiding en eindigt bij de ontmoeting. Een ingewikkeld procédé dat als het goed wordt gedaan maximaal effect heeft. Ozon, meesterslager, plant het zaadje van verraderlijkheid in de huwelijksnacht, als de inkt van de geloftes nog moet drogen. De vrouw kan niet slapen en loopt in haar bruidsjurk nog even naar buiten. Dat hiermee iets onomkeerbaars in gang wordt gezet, hebben we in de vorige scènes uit en te na kunnen zien.

Maar ik had het over dat andere onomkeerbare: de keuze van de boeken in je vakantiekoffer. En nee, ik neem geen bibliotheek op mijn rug in de vorm van een e-reader. Ik wil die keuzevrijheid niet. De praktijk zou zijn dat ik niets meer uitlees, van de een naar de ander hop. Ik zou een goeie zijn voor uithuwelijking.

Een boek kan mijn ­vakantie misschien niet breken, maar wel maken. En redden

Vakantie, wie heeft het uitgevonden?

Een boek kan mijn vakantie misschien niet breken, maar wel maken. En redden. Ik herinner me in de Spaanse snoeihitte een klein hoekje schaduw tussen twee geparkeerde auto’s waar ik me terugtrok met The Corrections van Jonathan Franzen, dat ik de putlucht verdroeg op het erf van een krappig onderkomen in Piemonte omdat ik Henry James’ The Portrait of a Lady las, door Dubin’s Lives van Malamud had ik geen last van het gebrek aan privacy in een Provençaals achterhuis, The Beginner’s Goodbye van Anne Tyler las ik op de achterbank van een auto om te vergeten dat er iemand achter het stuur zat aan wiens rijkunsten ik me niet durfde over te geven omdat ik hem van kleins af aan kende.

Het probleem is: ik lees altijd al. Ik wil mezelf af en toe verlossen van verplichtingen, maar kan niet meer ‘zomaar’ wat lezen. En dus dacht ik in de komende weken de nieuwe Tyler te gaan lezen – volledigheidsdrang en altijd goed –, de nieuwe Shriver – zou te grotesk kunnen zijn, maar ook grappig, en is zij belangrijk? Ik wil het weten –, een huwelijksroman van Elizabeth Jane Howard – begint heel goed en ik heb net Falling van haar gelezen, angstaanjagend, dat zoek ik –, Pinter… – toch maar niet, te somber? Kan iets te somber zijn? – Simenon – nu echt eens doen, Franse somberte –, weer eentje van Emmanuel Carrère – kan niet wachten, het volle leven –, en nog zo wat. Wat is hierop uw antwoord? Mja.

Tot ik net een nieuwe bundeling essays las van Annie Dillard, opgedragen aan ene Phyllis Rose. Ik ben die naam gaan googlen en zag het meteen. Een geestverwant. Hoe opgebrand van het lezen moet je zijn om een bibliotheek binnen te lopen, een willekeurige plank te kiezen en jezelf te verplichten alles op die plank te lezen? Niet dat ik dit nu ook meteen ga doen, maar het boek dat ze hierover schreef gaat mee: The Shelf: From LEQ to LES: Adventures in Extreme Reading. En ze blijkt nog zo’n wanhopige exercitie te hebben gedaan: The Year of Reading Proust: A Memoir in Real Time. Het begint ermee dat ze een lezing moet geven en vlak van tevoren nog even in de spiegel kijkt. Ik denk dat ik het straks al uit heb. Boeken die je bewaart voor je vakantie, daar is toch vaak iets mee.