Toneel: ‘Iemand die slaapt’

Vrije val

BOG., Iemand die slaapt © Jan Rymenants

In de roman Een man die slaapt vertelt Georges Perec het verhaal van iemand die ervoor kiest om uit het leven te stappen. Niet door zelfmoord te plegen, maar door niets meer te doen, slechts nog te slapen, te slenteren, te observeren hooguit. Zijn vrienden kloppen tevergeefs op zijn deur terwijl de man zich toelegt op onverschilligheid en isolement.

Het boek (in een nieuwe vertaling van Rokus Hofstede) dient als inspiratiebron voor de eerste literaire bewerking van het theatercollectief BOG., en wat aan het begin van Iemand die slaapt al opvalt, is hoe goed hun gebruikelijke, op het publiek gerichte speelstijl aansluit bij het materiaal. BOG. componeert voorstellingen vaak als meerstemmige monologen met een overkoepelend thema: het leven zelf in hun debuut BOG., religie in GOD., en meningsvorming in hun sterkste werk, het onvoorspelbare MEN. Steeds spreken de vier makers (Benjamin Moen, Lisa Verbelen, Judith de Joode en Sanne Vanderbruggen) als uit één mond, maar de subtiele verschillen in spel en persoonlijkheid zorgen voor spannende dissonanten.

Het is juist die muzikaliteit die het collectief in Iemand die slaapt ten volle benut. Moen neemt eerst het woord, terwijl hij rustig, zonder emotie, zonder inflectie bijna, het kamertje van de hoofdpersoon beschrijft – en diens plotse beslissing om overal mee op te houden. Zijn kalme tekstbehandeling, de stiltes die hij laat vallen en het kaalgeslagen toneelbeeld zetten vanaf het begin de hypnotiserende toon: moeiteloos wordt het publiek deelgenoot gemaakt van de existentiële vrije val van het hoofdpersonage.

Een van de opvallendste dingen aan de aanpak van BOG. is dat het in potentie loodzware materiaal steeds van een ambigue lichtheid wordt voorzien. De verschillen tussen de spelers zorgen voor meer lagen in de tekst: de kalme precisie van Moen, de ongrijpbaarheid van Verbelen, de kwetsbare melancholie van Vanderbruggen en de kinderlijke verwondering van De Joode benadrukken ieder andere facetten van Perecs ‘wakende slaper’. De vijfde stem, slagwerker Nina de Jong, brengt met haar subtiele composities nog een extra laag aan, soms dromerig, dan weer alsof het innerlijke tumult van de hoofdpersoon hem dreigt te overweldigen. De verschillende accenten zorgen ervoor dat de toestand van de protagonist als rampzalig en als bevrijdend gezien kan worden: lijdt hij aan een burn-out of bevrijdt hij zich van de giftige ratrace van het moderne bestaan? Of zijn die twee dingen synoniem met elkaar?

Pas helemaal aan het slot doorbreekt het collectief de onbestemdheid die het stuk domineert. Waar in de roman van Perec de hoofdpersoon een snoeihard eindoordeel velt over zijn eigen nietigheid en hoogmoed – zijn poging tot superieure onverschilligheid, zo beseft hij, laat het universum volledig koud – maakt BOG. er iets louterends van, een heilzame relativering van de voorgaande worsteling. Zonde: het reikt de toeschouwer een reddingsboei aan die de genadeloosheid van Perecs poëzie ondermijnt. Als je de laatste paar minuten buiten beschouwing laat, is Iemand die slaapt echter een meesterwerk: een volmaakt gecomponeerde literaire onderdompeling in de diepzwarte leegte die schuilgaat achter onze illusies over de zin van ons bestaan.


BOG. / Het Zuidelijk Toneel, Iemand die slaapt, tourneet/m 26 februari, bogcollectie.com