Vrijgezel met poetshulp

Berlijn - Jarenlang woonden mijn oude buren, laat ik ze de Müllers noemen, in een vergeten hoek van Kreuzberg. Meneer Müller vulde zijn bijstandsuitkering aan door als automonteur zwart bij te klussen. Zijn drie honden liet hij een voor een uit in het nabijgelegen park, wat neerkwam op een dagtaak. In het weekeinde verkocht hij net als alle andere oudgediende buren bij elkaar gescharrelde spullen op de Trödelmarkt, de Duitse rommelmarkt. Handig: toen ik eens vlak voor een deadline naarstig op zoek was naar een functionerend toetsenbord, stond hij meteen voor de deur met een hele stapel, allemaal nog in de originele verpakking.
Maar Kreuzberg verandert. Inmiddels bestaat de helft van onze buren uit jonge, hoger opgeleide mensen. Een deur verderop is een lokaal gekomen waar zij, onder het mom van ‘buurtcentrum’, met elkaar biologisch brunchen. De om de hoek gelegen bruine kroeg Alt Berlin is verdwenen. Dit is wat in Berlijn te pas en te onpas gentrificatie wordt genoemd. Beter verdienende yuppen verdringen de oude bewoners uit rond het centrum gelegen wijken als Kreuzberg en Prenzlauer Berg. Linkse activisten protesteren met verfbommen en honderden afgebrande luxe-auto’s, maar tevergeefs.
De verhuiscarrousel verloopt volgens een vast schema. Eerst komen de pioniers: kunstenaars en autonomen die aangetrokken worden door de lage huren. Zij geven tot voor kort verwaarloosde buurten charme. Ze openen cafés, maken kunst in de openbare ruimte en dwingen met acties een autovrije zone af. Dat trekt rijkere, jonge gezinnen aan. Helemaal aan het einde, als de lol er al lang af is, volgen de snobs. De pioniers zijn dan weer verder getrokken: naar de hippe probleemwijk Neukölln bijvoorbeeld, of zelfs het verder oostwaarts gelegen Lichtenberg.
En de Müllers? Onze huiseigenaar weigerde iets te doen aan de schimmelmuur in hun badkamer. En eigenlijk werd de huur ze toch al te hoog. Nu wonen ze een wijk verderop, in Neukölln. Voor hen in de plaats is een jonge vrijgezel gekomen, met poetshulp. Sommigen menen dat de Berlijnse stoelendans pas stopt als alle armen uit de stad verdreven zijn. Andere deskundigen wijzen erop dat het daarvoor toch echt aan rijke middenklassegezinnen ontbreekt in Berlijn. Daar moeten mijn voormalige buren zich maar aan vastklampen. Eindigt hun verhuiscarrousel over een aantal jaren, na tal van tussenstations, heel misschien toch weer in het dan al lang niet meer coole Kreuzberg.