De Groene Live #26: Strijd om de ziel van Amerika. Kijk woensdag om 20.30 naar de live-uitzending. Meer informatie

Kijken

Vrijheid

De groep schutters die Rembrandt voor de Nachtwacht moest schilderen, tekende hij eerst. Zodat hij later in zijn atelier zijn verbeelding de vrije loop kon laten.

Rembrandt van Rijn, Schutters van wijk II onder leiding van kapitein Frans Banninck Cocq, bekend als de ‘Nachtwacht’, 1642. Olieverf op doek, 379,5 x 453,5 cm  © Foto’s Rijksmuseum Amsterdam
Eigenlijk is de voettocht van Matteüs 19 ook een roadmovie

Hoe dan ook: Rembrandt was een andere en heel ongewone kunstenaar omdat hij zo eigengereid was. Zijn beroemde schilderij, de Nachtwacht, ontstond omdat hij ingehuurd was om een groepsportret te maken van een gezelschap schutters in Amsterdam. Dat waren voorname opdrachten omdat het voorname burgers waren die bij de schutterij zaten. Natuurlijk was het gewoonte dat zulke deftige gezelschappen zich lieten portretteren. Dat waren schilderijen die zich aan een decorum moesten houden. Deftige mensen hebben dat graag. De groep ook opgesteld dat ieder van de heren er goed zichtbaar op stond. Maar Rembrandt deed het anders. In plaats van het gezelschap, wat gewoonte was, in het gelid te zetten, bracht hij abrupte beweging in de groep. Helemaal vooraan in het midden, in stemmig zwart maar met een rode sjerp, stond de kapitein Frans Banning Cocq die, met een gebaar, zijn luitenant naast hem commando gaf ‘zijn Compaignie burgers te doen marcheren’. Zo stond het later in Cocqs familiealbum. Zelf zet hij met rechts ook de eerste stap. Daardoor begon de groep daarachter, eerst wat verward, ook in beweging te komen. Zoals Rembrandt had nooit eerder iemand een schutterij uitgebeeld. Hoewel het voor de hand lag: wat gebeurt er met heren in een groep als ze niet tegelijk stilstaan om te poseren voor hun portret?

Rembrandt dacht daarover na met ‘hooge en verre naghedachten’. Die fraaie woorden gebruikte Philips Angel in 1641 toen hij in een referaat over de schilder kwam te spreken. Kun je een schilderij spannender maken, zouden wij nu zeggen, en hoe, vooral. De personages in de Nachtwacht-groep stonden nooit zo in een zaal te poseren. Hij had hun portretten getekend. Met zulke schetsen moest de grote mise-en-scène in elkaar worden gezet, in het atelier. Daar kan de schilder alles doen wat zijn verbeelding hem ingeeft. Zo vindt Rembrandt voor het bewegen het motief: het commando te doen marcheren. Het schilderij wordt dan niet zoals zulke schilderijen altijd, formeel, gemaakt worden. De verbeelding van de schilder raakt dan op drift. Alles wordt dan anders. Ineens is er een donker avondlicht en zijn er plekken helder licht in de verleidelijke regie van het tafereel.

Rembrandt van Rijn, De predikende Christus (De Honderdguldenprent), ca. 1646 – ca. 1680 en/of 1775. Ets, droge naald en burijn, 27,7 x 39,5 cm © Foto’s Rijksmuseum Amsterdam

Kort nadat hij de Nachtwacht gemaakt had, begon Rembrandt aan een wonderlijke ets waarin we een prekende Jezus, slank en rijzig, omgeven zien door een veelheid van volk. Het is niet één verhaal in de bijbel maar een informele lectuur en verbeelding van hoofdstuk 19 van het Evangelie van Matteüs. Door in de schutterij het motief van beweging erin te brengen (een zeer artistiek moment), wordt dat schilderij veel spannender en vrijer. Een dergelijke vrijheid van verbeelding ontstaat ook in de ets als de vertelling vrij bewegen kan. Ze verlieten Galilea, Jezus en zijn gezelschap leerlingen, en gingen langs de overkant van de Jordaan naar Judea. ‘Een grote massa mensen volgde Hem, en Hij genas hen ter plekke.’ Onderweg werden ze lastiggevallen door Farizeeërs die met Jezus twistgesprekken aangingen. Links in de ets staat een groep van die schriftgeleerden, nog in discussie. De mensen brachten ook kinderen bij Hem. Ook dat zien we.

De leerlingen vonden dat een lastig gedoe, maar Jezus zei: ‘Laat de kinderen ongemoeid.’ ‘En nadat Hij hun de handen had opgelegd, trok Hij weer verder.’ Zulke verschillende verhaalmomenten laat Rembrandt vrij door elkaar lopen. Elke passage roept een omgeving in beeld en details van een omgeving. Onderwijl worden overal gelovigen gezegend en worden zieken genezen. Eigenlijk is de voettocht van Matteüs 19 ook een roadmovie met alles wat er gaande is. Rembrandt had dat goed gezien. Het tafereel vindt plaats langs een dorre landweg die tot aan een hoge stadspoort loopt waarin zacht licht schijnt. Datzelfde licht ook boven de donkere muur van de stad. Rechts een donkere greppel langs de weg. Die dramatische donkerte is Rembrandts indrukwekkendste verbeelding. Daartegen verschijnt de groep gestalten met Jezus vrijwel roerloos in het midden als een compact gezelschap. Het lijkt groter dan het is. Op de voorgrond links staat een stevige man met een wandelstok op de rug. Hij keek naar Jezus, maar nu heeft hij zijn hoofd opzij naar links gewend om te zien wat er verder nog aankomt.

PS. De ets is virtuoos en magistraal van verbeelding. Kort nadat die gemaakt was, circa 1649, werd hij verkocht voor honderd gulden en heet nu Honderdguldenprent. Ik kom nog terug op dit meesterwerk.