De erfenis van Mandela

Vrijheid, gelijkheid, liberalisme

De angst van de blanken wegnemen, de zwarte bevolking disciplineren. Dat zag Nelson Mandela als zijn opdracht voor Zuid-Afrika na de apartheid. Het legde de basis voor een stabiele democratie, met onafhankelijke rechters en de beste grondwet ter wereld. De arme zwarten betalen de prijs.

Medium hh 21157358

Van alle gevangenissen waar Nelson Mandela in de cel heeft gezeten is Old Fort Prison in Johannesburg een van de meest geslaagde monumenten. Het staat boven op een heuvel, tegenwoordig Constitutional Hill geheten, midden in de stad, hoog uittorenend boven de omringende wijken. Opperrechter Albie Sachs gaf hier wel eens persoonlijk rondleidingen. Hij dwaalde dan door de cellen en kerkers en beschreef hoe in de muren van het oude fort, in 1893 gebouwd door president Paul Kruger, de geschiedenis van het land gekerfd staat. ‘Eerst wonnen de Boeren de Boerenoorlog en sloten hier de Britten op. Vervolgens wonnen de Britten en sloten ze de Boeren op. Toen kregen de Boeren politieke macht en sloten er de zwarten op. Toen kregen de zwarten politieke macht…, en toen was het mooi geweest. Er hadden hier wel genoeg mensen vastgezeten.’

Op dit punt van de rondleiding was je dan bij het nieuwe Constitutionele Hof aangekomen, dat hier dwars door en over de resten van de oude gevangenis heen is gebouwd. Gedurfde architectuur, revolutionair in ecologische innovatie, kunstvoorwerpen vanuit het hele land erin verwerkt. Hier zetelt het hoogste rechtscollege, dat nauwlettend toeziet op de naleving van de nieuwe grondwet. Aan het eind van zijn rondleiding kreeg je een door rechter Sachs gesigneerd exemplaar van de Bill of Rights cadeau, een oorkonde op geschept papier. Zuid-Afrikanen zijn trots op hun grondwet. Het is een van de best geformuleerde grondwetten ter wereld. Er worden maar liefst zestien gronden opgesomd waarop niet mag worden gediscrimineerd, het begrip ‘menselijke waardigheid’ is nergens zo minutieus uitgewerkt als hier. Goed geschreven ook, een meeslepende grondwet. De ultieme overwinning op de oude.

Daal je echter Constitutional Hill aan oostelijke zijde af, dan sta je opeens in de wijk Hillbrow. Ongeveer alles wat zich hier op straat en achter de gevels afspeelt, staat in schrille tegenstelling tot de rechtsstaat die boven op de heuvel wordt gepredikt. Zuidwaarts en oostwaarts strekt zich dan het eindeloze downtown Johannesburg uit, dat de afgelopen twintig jaar straat voor straat op de criminaliteit moest worden heroverd. Op 11 februari 1990, zo’n dag waarvan je weet waar je was zoals met de moord op J.F. Kennedy of 9/11, ben ik in Pleinstreet, waar een opgewonden menigte de toyi-toyi danst. Nelson Mandela heeft zojuist de gevangenis verlaten, in Kaapstad, maar ik ben in Johannesburg gebleven om verslag te doen van zijn aankomst in Soweto, want dan is hij pas echt thuis.

Ik kom net iets te geïsoleerd te lopen en daar word ik overvallen door twee man. De een houdt me van achter vast. De ander heft met beide handen een zware stok omhoog, de stok die traditioneel bij de toyi-toyi wordt meegedragen, en zegt: ‘Look, Mandela is free, and I want my money. Or I’ll kill you.’ Waarna mijn portemonnee van eigenaar verwisselt. Dezelfde avond wordt mijn huurauto gestolen, in Orlando West in Soweto, praktisch bij Mandela om de hoek, te midden van een zee van satellietwagens die zijn thuiskomst zullen verslaan.

Voor het eerst dat ik dit opschrijf; ik hou niet van journalistiek waarin het kleine reizigersleed tot symboliek wordt opgeklopt. Ik zou het ook nu niet opschrijven, als daar niet die drie zinnen waren geweest waarvan vooral het programmatische karakter mij is bijgebleven: ‘Mandela is free. And I want my money. Or I’ll kill you.’ Ze leken een aankondiging van wat komen zou: graaicultuur en corruptie bij de elite, roofmoord bij de onderklasse.

Er hangt in deze februaridagen van 1990 een angstaanjagende cocktail van opwinding en dreiging in de lucht, waar je ook komt. In Pretoria sta ik aan de voet van het Voortrekkersmonument vanwaar de leider van de Afrikaner Weerstandsbeweging, Eugène Terre-Blanche, onsamenhangende kreten van haat uitbraakt die de lynchstemming onder zijn bruinhemden steeds verder opjaagt. ‘Hang Mandela!’ staat er op de spandoeken die ze met hun swastikavlaggen met zich meedragen. In een stadion in Soweto wacht een uitzinnige menigte op de komst van Mandela, die per helikopter uit de hemel zal neerdalen. De ene spreker na de andere zingt de lof van de gewapende strijd. ‘Viva the spirit of no compromise, VIVA!’ klinkt het uit zestigduizend kelen. Over onderhandelen heeft niemand het.

In de nieuwe grondwet worden maar liefst zestien gronden opgesomd waarop niet mag worden gediscrimineerd

Alexis de Tocqueville schreef het al in de negentiende eeuw: revoluties hebben de neiging uit te breken niet als de omstandigheden op hun slechtst zijn, maar juist bij toenemende verwachtingen.

Is dit het nieuwe Zuid-Afrika? Begint dat in 1990 met de vrijlating van Mandela? Of in 1994, met de eerste verkiezingen die het anc aan de macht zullen brengen? In 1996 misschien, als de nieuwe grondwet in werking treedt? Of is het al veel eerder begonnen, werd het nieuwe al vorm gegeven tijdens het oude, zoals het nieuwe Constitutionele Hof en de resten van Old Fort Prison door elkaar heen zichtbaar blijven? Of begint het nieuwe Zuid-Afrika juist veel later, eigenlijk vandaag pas, nu met Nelson Mandela die krachtige en historische generatie van bevrijders bijna is uitgestorven en de natie verder moet zonder hem? Misschien moet je zeggen: zonder dat niet te evenaren voorbeeld, zonder dat onbereikbare ideaal, zonder die schitterende vlag die de lading al lang niet meer dekt, zonder dat torenhoge morele ijkpunt, waaraan je toch nooit kunt voldoen.

Het oude Zuid-Afrika als strijdtoneel is ook terug van weg geweest, bijvoorbeeld in de verklaringen die de Zuid-Afrikaanse Raad van Kerken tegenwoordig weer uitgeeft. Aanklachten gevat in morele chocoladeletters zoals we die sinds de apartheidstijd niet meer van de bisschoppen hebben vernomen. ‘Waarom hebben we, na twee decennia democratie en verscheidene jaren van economische groei, een hogere werkloosheid dan toen we onze democratie begonnen? Waarom groeit de ongelijkheid, zodat we nu de meest ongelijke samenleving ter wereld zijn?’ Volgens de bisschoppen is het tijd voor een ‘new deal’, anders zullen we ‘een opstand van de armen’ tegemoet zien. De leiders ‘zijn hun morele kompas kwijt’, de regering ‘verkwanselt de erfenis van Nelson Mandela’.

Het is verleidelijk om het beeld van Mandela zuiver te houden en de periode van zijn actieve leiderschap te zien als een tijdperk waarin er nog naar het volk geluisterd werd. En wellicht wel zo verstandig: wie zal dit land het kompas willen afnemen waaraan het zo dringend behoefte heeft? Maar om zijn nalatenschap helemaal los te zien van het beleid van de anc-regering, dat doet hem te kort. Alsof Mandela-de-politicus nooit bestaan heeft.

Ik heb Mandela wel eens als gewone politicus zien opereren, een bizarre ervaring. Het was in 1992, tijdens de grote conferentie in Kempton Park over het toekomstige Zuid-Afrika na de apartheid. Die onderhandelingen speelden zich af in verschillende zalen en zaaltjes, die allemaal gelegen waren rond een grote hal. Achter de gesloten deuren vergaderden vertegenwoordigers van alle partijen in werkgroepen over allerlei aspecten. Tijdens schorsingen liep iedereen door elkaar in die hal, en als journalist kon je bijvoorbeeld de minister van Justitie aanschieten, en als je je omdraaide stond je oog in oog met Joe Slovo, hoofd van de gewapende tak van het anc en tot voor kort de door diezelfde minister meest gezochte terrorist. Er waren persconferenties, en soms een persbriefing op het hoofdkwartier van het anc in het vroegere Shell-gebouw, waar je met een groepje journalisten aan een vergadertafel zat met Mandela; het bizarre was juist dát. Vanaf zijn vrijlating tot dit moment had hij zich in 49 landen op het schild laten hijsen, de wereld lag aan zijn voeten; niemand die ongevoelig kon blijven voor deze levende legende, voor zijn charmes, voor de mythe die echt waar bleek te zijn. En opeens zit aan het hoofd van de tafel een doodgewone politicus. Een man met een politieke agenda, die datgene over de onderhandelingen vertelt wat hij kwijt wil, en verzwijgt wat hij niet kwijt wil.

Wat hij vooral niet vertelde is me pas vele jaren later duidelijk geworden, na de boeken en studies die er over deze episode zijn geschreven. Zoals The Shock Doctrine, waarin de Canadese politieke wetenschapper Naomi Klein de wereldwijde opmars van de vrijemarktideologie beschrijft. Daartoe had ze ook onderzoek gedaan in Zuid-Afrika, op zoek naar een verklaring hoe het mogelijk was geweest dat het anc, dat zich al decennia baseerde op het keurige sociaal-democratische Freedom Charter, zo plotseling van zijn geloof was gevallen en onversneden neo-liberale politiek was gaan bedrijven. Ze sprak met voormalige onderhandelaars van het anc, en met William Gumede, die zojuist zijn boek Thabo Mbeki and the Battle for the Soul of the ANC had gepubliceerd, met daarin een volledige uiteenzetting hoe het anc de economische onderhandelingen had gevoerd. Gumede vertelde haar dat hij dit boek uit woede had geschreven: woede op zichzelf, omdat hij destijds niet had gezien wat onder zijn ogen plaatsvond. Ze liet zich uitleggen hoe alle aandacht naar politieke en staatsrechtelijke kwesties was gegaan, naar de werkgroepen waar de grote politieke tegenstellingen zich afspeelden. Die meestal gewonnen werden door het anc, mede dankzij een bij tijd en wijle spijkerharde opstelling van Mandela, vaak tussen hem en president De Klerk persoonlijk. Spectaculaire aanvaringen waren dat, tegen de achtergrond van massale uitbarstingen van geweld, een land dat langs de burgeroorlog scheerde. Geen wonder dat als de deuren van deze vergaderzalen opengingen de journalisten dáár samendromden om het laatste nieuws, de nieuwste clashes, te vernemen.

Op economisch gebied heeft het ANC, heeft Mandela, zich laten inpakken door De Klerk

Maar er waren ook zaaltjes waar zogenaamde ‘technische’, of ‘organisatorische problemen’ werden besproken. Zoals wie de leiding over de centrale bank zou krijgen, en over de pensioenaanspraken van de apartheidsambtenaren. Saaie kost, niemand die daarop lette, niemand die er Mandela naar vroeg tijdens die persbriefings. Maar we hadden allemaal voor de verkeerde deuren staan wachten: het waren juist deze werkgroepen geweest waar de verzekeringen werden afgegeven dat het allemaal best mee zou vallen als het anc aan de macht zou komen. Geen nationalisaties. Respect voor privé-bezit. Een verantwoord financieel beleid dat het imf en westerse investeerders tevreden zou stellen. Geruststellende woorden, om het anc te ontdoen van zijn radicale, revolutionaire imago.

Wat veel teleurgestelden nu zeggen is, en dat is ook de teneur in The Shock Doctrine van Naomi Klein: op economisch gebied heeft het anc, heeft Mandela, zich laten inpakken door De Klerk. Gezwicht voor de eisen van Wall Street, het imf, voor mijngiganten als Anglo-American en De Beers. Een knieval voor de vrije markt.

Maar zo eenvoudig ligt het niet. Om dat te begrijpen moeten we terug naar wat er aan die onderhandelingen vooraf ging, terug naar het alles beslissende keerpunt, dat we misschien wel als het eigenlijke begin van het nieuwe Zuid-Afrika moeten beschouwen. Dat keerpunt laat zich vrij precies markeren. Namelijk eind november 1985, wanneer Nelson Mandela na een prostaatoperatie in het Volks Hospitaal in een half uur tijd naar de Pollsmoor-gevangenis wordt teruggereden, waar hij en zijn medegevangenen sinds enkele jaren op de bovenste verdieping in een gezamenlijke afdeling verblijven. Onderweg zegt zijn bewaker, een zekere brigadier Munro: ‘Je gaat niet terug naar je vrienden, je gaat alleen zitten.’ ‘Waarom?’ ‘Instructies.’ Hij krijgt drie eigen ruimtes op de begane grond, vochtig en muf, maar naar gevangenismaatstaven riant, en dus een signaal.

Niet terug naar zijn strijdmakkers van het eerste uur, waarmee hij dan al 22 jaar samen gevangen zit, dat is gezien Mandela’s reputatie in het omgaan met de gevangenisautoriteiten ongehoord. Die reputatie rustte sinds jaar en dag op twee pijlers: hoffelijk en respectvol in het menselijke verkeer, onverbiddelijk als het om procedures en formaliteiten gaat. Een typische advocatenhouding. Normaal gesproken zou Mandela de brigadier dus langdurig de oren wassen met het gevangenisreglement, dreigen met aanklachten tot de hoogste instantie, en als dat niet hielp was het gerechtvaardigd (en altijd gelukt) om een brief naar zijn advocaten te smokkelen; hij was er berucht en gevreesd om. Niets van dat alles. ‘Ik besloot dat ik dit zou gebruiken om onderhandelingen te beginnen’, zegt hij in Conversations with Myself, de bundel met niet eerder gepubliceerde aantekeningen en gespreksverslagen die in 2010 verscheen.

Een beslissing, zo legt hij daar verder uit, die werd ingegeven door het besef van twee onmogelijkheden. Voor de regering de onmogelijkheid om met terroristen te praten. Daarom was het nodig ‘dat er een element van vertrouwelijkheid zou zijn, als ik alleen zat kon ik die vertrouwelijkheid handhaven’. De andere onmogelijkheid betrof zijn eigen kameraden. ‘Als ik mijn vrienden die drie verdiepingen hoger zaten had verteld dat ik hiervan gebruik ging maken om onderhandelingen op gang te brengen, dan waren die er nooit gekomen. Ze zouden het verworpen hebben. Dus ik besloot om onderhandelingen te beginnen en ze te confronteren met een fait accompli.’ Eerder al had hij in zijn autobiografie beschreven hoe kwetsbaar zijn initiatief zou zijn: ‘Beide kanten beschouwen gesprekken als een teken van zwakte en verraad.’ Om die reden had hij aanvankelijk zelfs het anc-hoofdkwartier in Lusaka niet willen inlichten. ‘Er zijn momenten dat een leider voor zijn kudde uit moet lopen en een nieuwe richting inslaan.’

In de periode mei 1988 tot eind 1989 zou Mandela, die altijd had gezegd dat ‘alleen vrije mensen kunnen onderhandelen’, 47 sessies hebben met een commissie onder leiding van minister van Justitie Kobie Coetsee. In zijn Conversations vertelt Mandela ook hoe hij tegemoet kwam aan gevoelige kwesties, zoals de vraag hoe in de toekomst het anc dacht de belangen van de blanke minderheid te beschermen. ‘Ik verwees naar een artikel van mij uit 1956, waarin ik schreef dat het Freedom Charter geen blauwdruk is voor socialisme. Wat Afrikanen betreft is het eigenlijk een blauwdruk voor het kapitalisme, omdat Afrikanen de gelegenheid zullen krijgen om bezittingen te hebben waar ze maar willen, en kapitalisme onder hen zal bloeien als nooit tevoren.’ Dat hij in 1956 in datzelfde artikel óók schreef dat het handvest ‘de genadeslag betekent voor de monopolies in de financiële sector, de mijnsector en het grootgrondbezit, die eeuwenlang dit land hebben geplunderd’, zal hij om wille van de goede sfeer achterwege hebben gelaten.

Het ANC was bereid blanken het vertrouwen te geven ‘dat ze zich geen zorgen hoeven te maken over huis, auto en baan’

Ondertussen was bij het anc in ballingschap een vergelijkbaar proces van stille diplomatie op gang gekomen, in eerste instantie met losse Afrikaner intellectuelen, vervolgens met apartheid-officials op steeds hoger niveau. Daarbij werden, op precies dezelfde manier, eveneens de scherpste kantjes van het anc-programma afgeslepen. In die tijd, begin 1986, had ik een serie interviews met anc-strategen in ballingschap, zoals in Maputo met de latere opperrechter Albie Sachs. ‘Met een strategie die de totale vernietiging van de economie met zich meebrengt en een vlucht van alle kennis en knowhow, erft het volk alleen maar ruïnes’, vertelde Sachs. ‘Het gaat erom de juiste balans te vinden tussen het garanderen van fundamentele eisen en rechten enerzijds, en anderzijds een zo gering mogelijke verstoring van de economie en van de gemoedstoestand van de huidige dominerende groep.’ Andere anc-kopstukken, zoals in Lusaka de latere president Thabo Mbeki, vertelden me in bedekte termen hetzelfde, en off the record nog veel explicieter: het anc was bereid zeer ver te gaan, was bereid blanken het vertrouwen te geven ‘dat ze zich geen zorgen hoeven te maken over hun huis, hun auto, hun baan’.

Tien jaar eerder had Nelson Mandela, nog op Robbeneiland, het in zijn dagboekaantekeningen als volgt geformuleerd: ‘De grootste uitdaging voor het anc zal zijn de balans te vinden tussen zwarte aspiraties, en blanke angst.’

Met andere woorden, het anc had al vele jaren eerder besloten dat dit de prijs zou zijn die voor een vreedzame machtsoverdracht moest worden betaald. Een zeer doordachte strategie om aan de blanke angst tegemoet te komen. Die hoefde niet onverenigbaar te zijn met een gematigd sociaal programma van herverdeling. Dacht men. Dacht Nelson Mandela. Niemand die kon voorzien dat juist dát zo goed als onmogelijk zou worden in een geopolitieke situatie die in een paar jaar tijd fundamenteel zou veranderen. De Muur ging vallen, communistische stelsels stortten als kaartenhuizen in elkaar, het einde der ideologieën werd afgekondigd. De economie werd geglobaliseerd, geen enkel land kon nog besluiten nemen zonder dat de beweeglijke financiële markten daarop reageerden. En die markten gingen dat ook doen, meteen. Het regerende anc hoefde maar naar onderdelen van het Freedom Charter te verwijzen of de rand kelderde en de All-Gold Index ging onderuit. Voor een heleboel typische anc-standpunten was de tijdgeest uiterst ongunstig geworden.

Mandela probeerde het nog wel, zoals een maand voor zijn vrijlating in een brief aan zijn partij: ‘De nationalisering van mijnen, banken en monopolistische industrieën is het beleid van het anc, wijziging van onze visie is ondenkbaar.’ Maar er was geen beginnen aan. Op het World Economic Forum in Davos in februari 1992 praatten ondernemers en bankiers, en volgens sommige bronnen ook de Nederlandse minister van Financiën (Wim Kok), Mandela het idee uit zijn hoofd om het anachronisme van de apartheid te vervangen door het anachronisme van de nationalisering. Zo dicteerde de nieuwe wereldorde de invulling van de white fear-politiek.

De regering waarin het anc de meerderheid vormde met Mandela als president ging voortvarend te werk. Honderdduizenden huizen werden gebouwd, miljoenen werden aangesloten op stromend water, elektriciteit en telefoon. Na tien jaar waren 1,8 miljoen huizen gebouwd, maar als gevolg van privatiseringen en prijsstijgingen waren ook twee miljoen mensen hun huis uitgezet. Waren miljoenen mensen al weer afgesneden van de nieuwe waterleiding en de elektriciteit. Waren de nieuwe telefoonlijnen in 2003 al voor veertig procent niet meer in werking. Met de ijver van de bekeerling en met hulp van de tijdgeest groeven de anc-economen zich steeds dieper in de theorie dat welvaart aan de top uiteindelijk ook naar beneden doorsijpelt. Daar is altijd wel iets van waar, maar het zou tot in de nieuwe eeuw duren voordat daar méér van te merken was dan alleen maar voor een kleine kaste van steenrijke zwarten.

De balans tussen zwarte aspiraties en blanke angst scharnierde aanvankelijk dan ook vooral om Mandela, die als enige over voldoende gezag en charisma beschikte om gewichten op de ene kant van de weegschaal voor de andere zijde acceptabel te maken. In dit ‘geruststellen van de minderheden’ zei hij geïnspireerd te zijn door de oude en wijze besluitvormingsprocessen van de chiefs in de koninklijke Thembu-familie waarin hij opgroeide. Maar welbeschouwd sloot zijn stijl van leiding geven eerder aan bij wat moderne managementgoeroes aanbevelen voor veranderingsprocessen in complexe organisaties. Luisteren, uitersten bij elkaar brengen, de ruimte geven, een ieder de eigen belangen laten herkennen, praten en praten, aanpassen, tussenstandpunten formuleren, nog eens praten, dienen en binden. Daarmee bluste en ontmantelde hij links en rechts uitslaande branden en tijdbommen, praatte generaals hun coupplannen uit het hoofd, en kreeg het blanke Springbokken-rugbyteam zo gek om het zwarte volkslied Nkosi sikelel’iAfrika te zingen.

Mandela’s gezicht werd een granieten masker, tegenspraak ondenkbaar. ‘De onderhandelingen gaan door’

En aangezien het wegnemen van blanke angst het heilige doel van de zwarte aspiraties diende, was het dus ook verdedigbaar om de pensioenen van de apartheidsambtenaren te garanderen of om de sleutelindustrieën in handen van voornamelijk blanke eigenaren te laten. Dan kwam het dus de hele bevolking ten goede als hij op de foto ging met de weduwe Verwoerd, met oud-president Botha of met de aanklager die destijds de doodstraf tegen hem had geëist.

En zo groeide het bindende en dienende leiderschap van Nelson Mandela uit tot het grondbegrip van het nieuwe Zuid-Afrika: verzoening. Het allesomvattende kader dat het centrale thema van zijn presidentschap zou worden, met de Waarheidscommissie als monumentaal voorbeeld voor de hele wereld: zo kun je grote conflicten dus ook beëindigen, en nog wel met behoud van een door het Westen bejubelde economische politiek.

Zijn leiderschap van de zwarte gemeenschap was van een andere orde. Ook hier trad hij op als conflictbemiddelaar, maar de toon was totaal verschillend. Ik heb hem eens de volkswoede tot bedaren zien brengen in township Alexandra in Johannesburg, na een bloedig treffen tussen anc- en Inkhata-aanhangers. Effectief haalde hij de angel eruit door te verklaren dat de veiligheidstroepen van De Klerk erachter zaten, waarna hem de vanzelfsprekende vraag werd gesteld wat dit dan betekende voor de onderhandelingen waar hij zojuist vandaan kwam. Zijn gezicht werd een granieten masker, de mondhoeken gingen omlaag, tegenspraak ondenkbaar. ‘De onderhandelingen gaan door.’ Hier was hij toch weer de leider die voor zijn kudde uit liep.

De blanken apaiseren, de zwarten disciplineren, zo valt het leiderschap van Nelson Mandela in die jaren samen te vatten. Toen ik hem in 2003 interviewde voor een film over Eli Weinberg, de blanke fotograaf die zijn privileges opgaf ten gunste van het verboden anc, viel hij, zonder dat ik ernaar vroeg, scherp uit naar het tegenovergestelde: zwarten die hun plicht verzaakten in de jaren van de strijd. Bijna twintig jaar eerder sprak ik zijn dochter Zindzi, die als 24-jarige, eveneens geheel ongevraagd, uitvoer tegen de zwarten ‘die geen poot wensen uit te steken’, tegen de ‘verraders’ en de ‘apathie’. In die dagen van frontvorming tegen Pretoria geen gebruikelijk thema om met een westerse journalist te bespreken. Het disciplineren van de zwarte gemeenschap lijkt een familiemissie, die bij Winnie Mandela overigens volledig uit de hand zou lopen.

Ook deze kant van Mandela’s stijl van leiding geven wordt vaak in verband gebracht met traditioneel Afrikaans leiderschap, namelijk de charismatische autoriteit die nodig was om de eenheid te bewaren. Volgens Tom Lodge, nestor van de Zuid-Afrikaanse politieke wetenschap, moet zelfs het concept van verzoening worden gezien als deel van die preoccupatie met het bewaren van de eenheid. Het kan verklaren waarom deze combinatie van modern, op westerse leest geschoeid leiderschap en traditioneel, charismatisch leiderschap de complexe persoonlijkheid van Nelson Mandela vormde, die beslissend zou worden voor zijn historische rol. Maar met zijn hang naar eenvoud ligt het misschien meer voor de hand dat hij een beetje autoritair optreden gewoon nodig vond om een burgeroorlog te bezweren.

Toen hij dan eindelijk, na drie bomvolle stadions in Soweto te hebben toegesproken, bij zijn driekamerwoning nr. 8115 in Orlando West was aangekomen, wilde hij daar blijven. ‘Ik wilde niet alleen onder mijn mensen zijn, ik wilde ook leven zoals zij.’ Daar kon geen sprake van zijn. Buiten toyi-toyi’de de menigte dag en nacht door. Zijn hele gevangenisbestaan had hij verlangd naar een gewoon leven, de paar duizend pagina’s brieven, aantekeningen en autobiografie die hij schreef zijn ervan doordrenkt. Hij idealiseerde het gezinsleven, de verse jus die zijn vrouw hem na het werk inschonk, het praten met zijn kinderen rond de roast op zondagmiddag: allemaal zaken die hij niet of hooguit een enkele keer had meegemaakt. ‘Ik ben een gewone man, die leider werd als gevolg van buitengewone omstandigheden.’ Gewoon zijn, het groeide uit tot een dimensie van zijn leiderschap die duurde tot ver voorbij zijn presidentschap. Een dimensie die zich laat samenvatten met: de Spice Girls. En alle andere popsterren, filmsterren, voetballers en topmodellen met wie hij op de foto ging. Het wekte vaak de lachlust op, of werd op z’n best gezien als een likeable flaw, het sympathieke minpuntje dat volgens spindoctors een politiek leider menselijk maakt.

De werkelijke politieke betekenis ervan is altijd schromelijk onderschat. Mandela wilde dat Zuid-Afrika een gewoon land zou zijn, een doodgewoon land. Met een degelijke grondwet en fatsoenlijk bestuur, waar mensen een gewoon leven konden leiden, met alledaagse verlangens, met menselijke ambities en emoties. Daarmee appelleerde hij aan een diep gewortelde wens, die in alle lagen van de bevolking leefde. Ik zag het in de apartheidstijd bij anc-aanhangers die moe waren van de risico’s en van hun eigen strijdbaarheid. Bij de ballingen in de Frontlijnstaten die dag en nacht hun behuizingen en voertuigen stonden te bewaken tegen kleefbommen en andere aanslagen, en wel eens terug naar huis wilden. Ik zag het in de pretogen van Zindzi Mandela, waarachter een traumatische jeugd schuilging, maar die in Kaapstad een tot mislukken gedoemde poging deed een vrolijk studentenleven te leiden. Ik zag het bij de studenten in Stellenbosch, kweekvijver van de Afrikaner elite, die er genoeg van hadden om tot paria van de wereld te worden opgeleid. Je zag het eigenlijk bij iedereen, omdat niemand kan leven in een zwaar gedeformeerde samenleving.

Het was alsof Mandela met zijn Spice Girls wilde zeggen: er mag eindelijk gelachen worden in dit tragische land, feestgevierd, uitgegaan, geconsumeerd. Díe boodschap wordt in het nieuwe Zuid-Afrika begrepen en opgepakt, in een bruisend leven dat voor een groot deel het kenmerk is van de snel opkomende nieuwe middenklasse die dit land, nog altijd de sterkste economie van Afrika, heeft opgeleverd. Een middenklasse die inmiddels is uitgegroeid tot miljoenen grotendeels zwarte Zuid-Afrikanen, met daaronder een nog grotere groep voor wie instroom in de lagere middenklasse een bereikbaar doel zou kunnen zijn. Zij zijn het die levensvatbaarheid geven aan de horeca, de uitgaansgebieden, de shopping malls, aan theaters, musea, cinema, boeken, e-cultuur.

Dit zijn de mensen die vooruit willen, die de oorzaak zijn van het gevoel dat je in Zuid-Afrika in een oneindig dynamische wereld verzeild bent geraakt. Een wereld die zindert van de energie, waar het gonst van de activiteit en de creativiteit. Het is ook de groep waar steeds vaker over de kleurgrenzen heen geleefd wordt, met zelfs hier en daar gemengde huwelijken. Het is de generatie die al lang niet meer het apartheidsverleden overal de schuld van geeft, die in meerderheid weliswaar nog altijd anc stemt, maar dan toch vooral om zijn historische rol, niet omdat er van de huidige anc-leiders zoveel te verwachten valt. Het is ook de generatie waar de verscheurdheid wordt gevoeld, het spanningsveld tussen trots over wat er bereikt is en gêne over wat er met het bereikte wordt gedaan.

Langs het spectrum van trots tot schaamte vertegenwoordigt Mandela, net als de nieuwe grondwet, de trots. Nelson Mandela en de grondwet, zij zijn wat Thomas Jefferson en de Onafhankelijkheidsverklaring voor de Verenigde Staten zijn: geestelijk vader en geweten van de natie. Met inmiddels ook Mandela’s beeltenis op de bankbiljetten. Het is nog te vroeg om vast te stellen of dit een stabiele democratie oplevert, maar de basis ligt er, de grondwet is boven iedere discussie verheven, de onafhankelijkheid van de rechtspraak wordt gerespecteerd, het Constitutionele Hof is onaantastbaar, de president treedt af wanneer hij het vertrouwen verliest. Dát is de nalatenschap van Nelson Mandela. Hoe lang het ook kan duren voordat, daar aan de voet van Constitutional Hill, de weg omhoog zal worden gevonden.


Beeld: Peter Kennard/REX/HH