Kijken

Vrijmoedig

Een schilder schildert om iets op het spoor te komen. Dat is bij Eli Content goed te zien.

Eli Content, Portret, 2019. Acryl, olieverf, gemengde techniek op meubelplaat, 39 x 28 cm © Peter Cox, Eindhoven / courtesy Galerie Onrust

Eerst enkele eerste observaties. Ik probeer te zien hoe het beweeglijk geschilderde oppervlak eruitziet van een schilderij van Eli Content dat de titel Portret heeft. Het is een klein paneel van hout. Ik bekijk het nauwkeurig om het geschilder beter te kunnen zien. Eerst begin ik een algemene vorm te zien: het is het volume van een hoofd en daarbij zo gedraaid dat ik oog in oog sta met twee ronde ogen die roodomrand zijn. Ze kijken ons met verbijstering aan. Zo zou ik die blik willen noemen. Het hoofd draait zich naar de kijker – en wordt gelaat. De ogen zijn rond en opengesperd. Alsof het gelaat, van dit portret dus, iets ziet waarvan het schrikt. Maar eigenlijk weet ik dat niet. Eerst moet ik beter kijken.

Natuurlijk waren het de ogen met rondom die schorre rode verf die mij het eerst opvielen. De oogbal van het linkeroog is een kraal van donker glas. Daar zit wat doffe glans in. In het andere oog bestaat het midden uit extra samengedrukte olieverf die intens zwart is. Zo worden de ogen, dat zien we wel, in scène gezet door de wending van het gelaat in het hoofd. Het formaat van het paneel is intussen een kleine veertig bij dertig centimeter; in de begrenzing van die ruimte past de omvang van de ware grootte van een hoofd. Het werk is een soort realisme.

Eerst was het paneel, lijkt mij, in een donkergrijze grondverf gezet. Ook zie ik boven langs de kruin en voorhoofd van de kop nog globaal de omtrekvorm aangeduid. Die dunne verf is grijs als krijt. Onder andere op die manier is op het paneel eerst de vorm van het hoofd geschetst. Toen werd het hoofd, met dikke olieverf, in zijn stevigheid neergezet. Het volume van het hoofd begint vanaf de rechter rand van het paneel. Daar bevindt zich, een centimeter of twee naar binnen, de strakke achterkant van het hoofd. Vanaf die achterkant begon het hoofd als gewicht en vorm te verschijnen. Met een harde kwast en misschien ook paletmes is de dikke olieverf van rechts naar links gestreken en gestreept. De kop werd een stevige huid van gesmeerde verf.

Een stevige kin kwam misschien niet van pas

Over die straffe en zware streken is het verder, door heen en weer gekras met de achterkant van penselen, gaan lijken dat het hoofd een plastische vorm heeft. Het is een grillige opeenhoping van verf. De kleuren lijken bij elkaar gemetseld alsof ze reliëf zijn. De verf is loodgrijs, er zitten sporen van blauw doorheen, en ook wit. Er zit allerlei glinstering in het onregelmatige oppervlak. Ook heb ik de indruk dat naar links toe, waar het hoofd het profiel van een kop wordt, de energie van de verf begint te vertragen. De dikke, stugge verf wordt door zijn eigen gewicht afgeremd. Het zijn de stijf horizontale verfbewegingen die aan de kop een compact karakter verlenen. In die grijsheid zijn de ogen groot en rond. Dat is het gelaat, de voorkant van een gelaat.

Verder naar beneden draait het hoofd schijnbaar weer. Daar komen we bij de mond, daar hangen ook de slappe rode lippen. Boven de mond moet ik me, in het gelaat, een neus voorstellen. Tenslotte is het schilderij Portret van het figuratieve soort. Waar bovenin de kruin van de kop naar beneden buigt, zien we wel stevige streken gebogen zwart. Dat zijn wenkbrauwen. Die zijn er omdat de roodomrande ogen prominent moeten zijn. Zij geven de verwarde geestelijke staat aan van het labiele personage. Intussen zijn die wenkbrauwen ook zo dof zwart omdat we, voorbij daaraan, een straling van slierten gele verf naar beneden zien glijden. Geel tegen zwart geeft een helderder licht. Onder het linkeroog zit er, in het rulle grijs, nog een kort lijntje geel. Misschien geeft dat een neus aan. Onzichtbaar kan de neus ook zijn. Dit schilderij is vrijmoedig figuratief – maar dan wel van na Picasso en Mondriaan. Toen is alle figuratie sowieso in de war geraakt, maar ook een stuk losser en avontuurlijker geworden.

Ik kan beweren dat de gele glans op het gelaat van de figuur, in zichzelf gekeerd in grijs, het melancholieke licht is van de ondergaande zon. Een schilder schildert om iets op het spoor te komen. Uit zijn handschrift doemen vormen op en formaties van kleur die misschien ergens op lijken maar misschien ook niet. Helemaal onderaan heeft Eli Content nog een stuk papier geplakt. Het lijkt op een kraag. Het bedekt de plek waar de kin zit. Een stevige kin kwam de schilder misschien niet van pas. Zoals bij het gele licht het profiel van het hoofd ook zonder de neus verloopt, wonderlijk scharminkelig en rafelig, was het zo wel goed. Een kin was wringen geworden. Ineens zag hij wat hij maken wilde. Nu werd voor het eerst zichtbaar wat er daarvoor niet was geweest. Dan kun je een schilderij voltooien. Ik heb gezien dat joden om te herinneren stenen leggen op hun grafstenen. De stukken steen langs de rand van dit paneel geven de voorstelling met die vervaarlijke kop een beschouwelijke toon. Misschien denk ik dat maar. Het zou passen bij het licht van de ondergaande zon.


PS De tentoonstelling van Eli Content, a mensch, bij Galerie Onrust in Amsterdam duurt tot 28 september. Eind november begint zijn overzichtstentoonstelling in het Joods Historisch Museum waarbij ook een boek over zijn werk zal verschijnen