Opheffer

Vroeger was ik lief, aardig en zacht

Wat je dus voortdurend hoort, is dat we in de jaren zestig en zeventig te lief zijn geweest. Te lief voor de allochtonen, te lief voor de werklozen, te lief voor onze zieken, te lief voor onze schoolgaande jeugd, te lief voor onze arbeiders. We zouden het «make love, not war» te ver hebben doorgevoerd.

Thans is de tijd aangebroken om alles terug te draaien. Niet lief voor allochtonen, niet lief voor de werklozen, niet lief voor de zieken, niet lief voor de schoolgaande jeugd en niet lief voor onze arbeiders. En zo bezuinig je negentien miljard met een theoretische onderbouwing.

Te lief. Het wordt ook wel «te aardig» genoemd. Of «te zacht». Vreemd is dat, vroeger zou je toch geneigd zijn om lief, aardig en zacht als positief uit te leggen. Een beschavingsideaal; we zijn lief, aardig en zacht tegen elkaar. We slaan er niet op, we proberen elkaar te begrijpen, elkaar ruimte te geven en eventueel elkaar te helpen waar dat kan. Ik verdien veel, jij weinig, geeft niet, ik ben lief, aardig en zacht, dus ik geef jou wat van mij, zieke, werkloze, jeugdige allochtoon.

Je wordt weggezet als doetje. Je bent zelfs schadelijk voor de ontwikkeling van je land als je zo lief, aardig en zacht blijft.

Nu zou je denken dat we, omdat wij zo lief, aardig en zacht zijn geweest, ook een samen leving hebben geschapen van lieve, aardige en zachte mensen. Kijk, daarin hebben we ons destijds vergist. Het tegendeel is het geval. Je moet vooral zelf voor werk zorgen, voor je eigen onderhoud, je moet vooral volwassen worden, je moet vooral je eigen pensioen regelen, rekening houden met de toekomst, je moet vooral zelfstandigheid leren. Je mag niet leunen. Niet leunen op de staat, niet je hand ophouden, je mag eigenlijk niets zachts; je moet sterk zijn. Ik ben daar eigenlijk niet op tegen, uit kwaadheid. Want wat is er terechtgekomen van onze jaren-zestigwensen?

De zachte krachten hebben verloren. De zachte krachten hebben harde krachten losgemaakt. De Vrije Liefde bleek een misverstand. Het samen delen idem dito. Bestaan er nog communes, die je vroeger op elke hoek van de straat had? Wie leeft er nog alternatief? Wie denkt er nog alternatief? Hoe zit het met dat alternatieve geld dat we in de jaren zestig hadden ontwikkeld? Hoe gaat het met de bouw van grote leefgemeenschappen? Het Witte Fietsenplan, wordt dat nog wat? Milieu? Dat zijn rijmpjes van Ivo de Wijs.

Het enige wat de hippiebeweging heeft voortgebracht is internet. Dat is tegelijkertijd de doodsteek voor die beweging geworden. Een en ander was bedoeld om het Pentagon in de gaten te houden. Het Pentagon voert er nu oorlog mee.

Wat rest is dat je zelfstandig bent, en wordt. Je moet hard zijn. Er zijn geen doktoren meer die met je willen spreken. Of ze zijn te duur. Net als de medicijnen. Dus moet je voor alles geld vragen. Onderhandelen. Dus niet lief zijn, niet aardig, en zeker niet zacht.

Ik heb de laatste jaren geleerd alles uit te drukken in geld. Geld heeft liefde, aardigheid en zachtheid vervangen. Ik kijk naar de televisie en zie niemand die weet hoe te leven. Het leven schijnt in een pil te zitten. Je kunt die pillen alleen kopen in disco’s. Ik zie ook dat Amerika alles aan het verliezen is. China komt op. De Chinezen worden gekenschetst als lief, aardig en zacht. De Amerikanen niet.

Ik kam mijn haren in de spiegel. Ik zie mezelf. In welke waarden moet ik mezelf uitdrukken? In succes? In zinvol leven? In geld?

Vroeger was ik lief, aardig en zacht. Dat is niet de persoon die zijn haren kamt.